Roken en muziek

Ik rook nog. Meestal sigaretten hoewel mijn favoriete merk Capstan (Full Strength), de Anglo-Gitane zal ik maar zeggen, in Nederland niet verkrijgbaar is. Te ongezond waarschijnlijk, maar in Engeland is mijn eerste gang altijd naar een winkeltje waar ze die geurige, krachtige lekkernij nog verkopen. De meeste andere merken hebben een laffe smaak en Franse sigaretten zijn me in de loop der jaren te bitter geworden.

De firma De Graaff, in Den Haag, verkoopt een voortreffelijke sigaar, Princessas Finas, niet te groot en stevig van smaak, die ideaal is voor sigarettenrokers. Die rook ik dus ook - maar steeds vaker, in vliegtuigen bij voorbeeld, krijg je het dringende verzoek geen sigaren te roken. Blijft zo in de gordijnen hangen. Stinkende, smakeloze filtertjes is geen probleem. Zo wordt de gezonde sigarenroker gekweld, en gedwongen ongezond te roken.

Met een rookverbod kan ik leven zolang er, in restaurants of andere openbare ruimtes, maar een roken-sectie is. Waar ik echter knettergek van word, is die vieze 'muziek' die overal en ongevraagd uit het plafond valt. Tegen geluid kun je je niet beschermen. Je ogen kun je dicht doen. Visuele vervuiling kan worden buitengesloten. Maar het gehoor is weerloos.

Het wordt tijd voor een grote nationale actie. Omgevingsmuziek moet verboden worden. Dat is de opgave voor 1991. Op zijn minst moeten horecagelegenheden (disco's en dancings uitgezonderd) geluidsvrije sectoren kunnen aanbieden, een voor rokers en een voor niet-rokers. Tevens moet er een wet komen op de walkmans. Die zijn bedoeld om naar muziek te luisteren zonder anderen (lezers bij voorbeeld) te storen. De ervaring leert echter dat de oren van de gebruikers van die apparaten al zo zijn afgestompt dat ze ze veel te luid zetten. Je kunt dan, als naburige, de muziek niet horen, maar wel een rest daarvan: een onrustig, schril gesis, of een bonkend ritme zonder melodie - de kwelling is onbeschrijflijk.

Het mooiste is dat het zo stil is dat je de sigaar hoort smeulen. Dat is pas genieten.