Rechterhand Gijsen wil rust op Rolduc herstellen

ROERMOND, 11 jan. - Eigenlijk was het de bedoeling van bisschop Gijsen om zijn nieuwe vicaris-generaal drs. R. Maessen en vicaris dr. J. Punt pas per 1 april in hun nieuwe functie te benoemen, maar 'omstandigheden' noopten hem de benoemingen al op 1 januari te laten ingaan.

Nu zijn de twee jonge binnenstadsdekens van Maastricht en Heerlen hals over kop naar Roermond geroepen om daar enkele vitale onderdelen van het beleid van de bisschop over te nemen. Maessen gaat het personeelsbeleid behartigen, terwijl Punt een andere taak van de bisschop, de zorg voor de priesteropleiding Rolduc, overneemt.

Vriend en vijand werden verrast door de benoemingen, omdat de bisschop na achttien jaar, waarin hij nagenoeg alle taken zelf deed, plotseling zoveel bevoegdheden overdroeg aan twee priesters die zich nooit als typische aanhangers van de bisschop hebben gemanifesteerd. Is de bisschop spontaan tot inkeer gekomen of heeft hij plotseling moeten buigen voor druk van buitenaf?

Deken Maessen van de Maastrichtse Servaasparochie moest het voornemen van Gijsen om hem tot zijn voornaamste medewerker te benoemen zelfs uit de krant lezen. “Er is vooraf geen enkel overleg geweest. Ik heb pas naderhand gesprekken gehad met hulpbisschop Castermans, mijn voorganger als vicaris-generaal, en met de bisschop zelf over de invulling van mijn functie.”

Voor zijn collega Punt, deken van de Pancratiusparochie in Heerlen, was de verrassing minder groot: “Ik wist al een jaar of anderhalf dat mijn naam circuleerde. Er bestonden immers al heel lang vacatures voor vicarissen. Monseigneur Ter Schure was bisschop geworden in Den Bosch, vicaris Meertens is al meer dan een jaar met pensioen en hulpbisschop Castermans had laten weten dat hij op 1 april als vicaris wilde terugtreden. Over hun opvolging is lang gepraat, dat weet ik.”

Terwijl officieel steeds door het bisdom wordt volgehouden dat de bisschop zijn nieuwe medewerkers heeft aangetrokken in overleg met zijn staf en zijn kapittel van kanunniken, en dat het zijn idee was de verantwoordelijkheid met hen te delen, blijkt ook de pauselijke nuntius in Nederland actief betrokken te zijn geweest bij de benoemingen. Is het vermoeden dus juist dat Rome met behulp van de nuntiatuur in Den Haag druk heeft uitgeoefend om via de benoemingen een koersverandering op gang te brengen in het bisdom? Punt: “Van druk zou ik niet willen spreken, maar er zijn wel gesprekken geweest met de nuntius.”

Is hij daar zelf bij betrokken geweest?''Nu u me dat zo rechtstreeks vraagt kan ik er geen nee op antwoorden, want dan zou ik liegen. Ik heb inderdaad ook een gesprek gehad met de nuntius.''

Punt doet zijn best de rol van de nuntius te minimaliseren: “Het was een eigen plan van de bisschop een stapje terug te doen. Dat heeft hij ter goedkeuring voorgelegd aan de nuntiatuur, samen met onze namen.” Maar het is ook bekend dat Gijsen direct na de uitbarsting van de kwestie-Rolduc bij de nuntius is ontboden en meteen daarna de benoemingen van Maessen en Punt aankondigde. Dat die al langer in de pen zaten is waar, maar Gijsen wilde de benoemingen pas op 1 april in plaats van 1 januari laten ingaan.

De twee vicarissen erkennen dat hun benoeming is bespoedigd door de omstandigheden. “De lucht was te zeer vertroebeld geraakt. Het werd hoog tijd dat die opklaarde”, zegt Punt, die daarmee vooral doelt op de problemen rond kuisheid en celibaat, die zich de afgelopen tijd hebben voorgedaan in Rolduc. De eerste zorg van Punt is om de rust in het seminarie, waar hij zelf de priesteropleiding heeft gevolgd, te laten terugkeren. “Er wordt nu een karikatuur van Rolduc gemaakt. Misschien is de opleiding te veel de wolken in geprezen. Nu blijkt dat ook daar, net als overal, menselijke zwakheden voorkomen, is het seminarie weer op de grond geland. Een beetje hard misschien, maar er is geen sprake van dat de opleiding niet zou deugen.”

Het is overigens ook onjuist in de zinsnede “in overleg met staf en kapittel”, die voorkomt in de officiele aankondiging van de benoeming, een uiting van harmonie te lezen. Met name vanuit het kapittel wordt al meer dan een jaar druk uitgeoefend op de bisschop om het ambt door te geven aan een minder omstreden opvolger. Maar telkens wanneer hij lijkt toe te willen geven aan dat verzoek, vindt de bisschop een overlevingsstrategie. Zo gaven zelfs de trouwste kanunniken Gijsen begin vorig jaar het advies zijn ontslag aan te bieden. Terwijl iedereen dacht dat hij uit Rome zou terugkeren met de mededeling dat de paus hem eervol van zijn ambt had ontheven, kwam hij terug met de 'persoonlijke opdracht' van de paus om een kerkelijk instituut voor Huwelijk en Gezin te stichten binnen de muren van Rolduc. Zo zien velen in de benoeming van Maessen en Punt ook een nieuwe poging zijn bedreigde bisschopszetel te redden.

Vicaris-generaal Maessen heeft een enigszins andere verklaring voor de plotselinge bereidheid van Gijsen om de macht met anderen te delen: “De bisschop ervaart heel sterk dat zijn persoon vaak een obstakel is bij de uitvoering van bepaalde plannen. 'Als ik de uitvoering zo in de weg sta, kan ik bepaalde zaken beter delegeren', zegt Gijsen.'

    • Jacques Herraets