Protest tegen benoeming van directeur Rijkshogeschool

GRONINGEN, 11 jan. - De Centrale Medezeggenschapsraad van de Rijkshogeschool Groningen overweegt een civiele procedure aan te spannen tegen het College van Bestuur als de benoeming van een algemeen directeur personeel, financien en organisatie niet wordt teruggedraaid.

De Rijkshogeschool (8.500 studenten, 1.100 personeelsleden) raakte in een bestuurscrisis toen de medezeggenschapsraad vorige maand het vertrouwen in het college opzegde, nadat het college volgens de raad reorganisatieplannen doorvoerde die niet aan de raad waren voorgelegd. Volgens voorzitter I. Jacobs van de medezeggenschapsraad ontstonden de problemen in de zomer toen het college adviezen van de dienst personeel en organisatie terzijde zou hebben gelegd over de decentralisatie van het personeelsbeleid.

De medezeggenschapsraad heeft het werkoverleg met het college stilgelegd. Vanavond praat een delegatie van de raad met H. J. L. Vonhoff, voorzitter van de Raad van Advies en Toezicht van de Rijkshogeschool.

De benoeming van een nieuwe directeur personeel, financien en organisatie maandag is de medezeggenschapsraad in het verkeerde keelgat geschoten. Voorzitter Jacobs: “Die nieuwe functionaris zou een coordinerende rol krijgen, maar de diensten kunnen zelf wel coordineren. Bovendien willen we een stem hebben in de benoeming van zo'n persoon.”

De medezeggenschapsraad wil nu een 'onhandelbare situatie' creeren door alle voorstellen van het College van Bestuur van instemming te onthouden. Omdat die instemming wettelijk vereist is zou het college verplicht zijn naar een geschillencommissie te stappen. “Het college schiet fundamenteel te kort in het besturen van deze instelling. Wij constateren dat er onvoldoende vertrouwen is in dit college”, aldus de medezeggenschapsraad.

Voorzitter C. Verstegen van het College van Bestuur zegt in een reactie dat de raad “onjuistheden en halve waarheden” ventileert. “Het bevoegd gezag heeft bestuursverantwoordelijkheid. Er wordt een houding aangenomen die niet meer past in deze tijd. Het gevoel voor bestuurlijke verhoudingen is weg en dat baart me zorgen.”

Verstegen zegt vooral teleurgesteld te zijn in zijn 'eigen' dienst personeel en organisatie. “Die keert zich nu tegen zijn eigen bevoegd gezag en dat maakt de zaak alleen maar erger.” Verstegen zegt niet van plan te zijn de benoeming van de directeur terug te draaien. “Wij vonden het nodig deze persoon te benoemen en waren niet verplicht de instemming van de medezeggenschapsraad te vragen. Toen we dat toch deden omwille van de bestuurlijkheid van de instelling legde de raad als reactie haar werkzaamheden neer.”