Politiek geweld eist in Peru onder Fujimori veel meer slachtoffers

LIMA, 11 jan. - In de eerste vijf maanden van de regering-Fujimori zijn in Peru 1.500 mensen als gevolg van politiek geweld om het leven gekomen. Dit betekent een gemiddelde van 300 slachtoffers per maand, bijna twee maal zoveel als tijdens de regeerperiode van de vorige president, Alan Garcia.

De nieuwe cijfers zijn deze week gepresenteerd door een speciale commmissie van het Peruaanse parlement onder voorzitterschap van de linkse senator Enrique Bernales. De commissie-Bernales deed verslag van de tol in menselijk leven en economische ontwrichting als gevolg van tien jaar guerrillastrijd en anti-terreuroperaties in Peru.

Bernales noemde gisteren het hoge aantal doden in de eerste vijf maanden van het bewind van president Alberto Fujimori “buitensporig hoog”. De “verschrikkelijke” conclusies die de commissie aan dit gegeven verbond, wilde de senator niet openbaar maken. “Het cijfer van 1.500 doden is indicatief voor grotere drama's die in Peru zullen plaatshebben. Als wij onze analyse hiervan bekend zouden maken, zou dat paniek tot gevolg hebben”, aldus de politicus.

Volgens de onderzoekscommissie heeft het politieke geweld in dit Zuidamerikaanse land de afgelopen tien jaar 19.273 slachtoffers geeist, voornamelijk op het platteland. Het merendeel van de moorden moet volgens de commissie worden toegeschreven aan de maoistische guerrillabeweging Sendero Luminoso ('Lichtend Pad'). Maar ook de MRTA, de tweede Peruaanse guerrillabeweging, is verantwoordelijk voor een groot aantal slachtoffers. Bovendien maakt ook sinds 1989 de cocaine-mafia zich schuldig aan politiek geweld, aldus de commissie-Bernales.

In het rapport ontbreken cijfers over het aantal moorden dat door organisaties voor de rechten van de mens wordt toegeschreven aan het leger. Amnesty International meldde eind 1989 in een uitgebreid rapport dat het leger de eerst verantwoordelijke is voor de vele politieke moorden en verdwijningen in gebieden waar de noodtoestand heerst.

De commissie schat dat de directe en indirecte gevolgen van terroristische acties het land de afgelopen tien jaar zo'n achttien miljard dollar hebben gekost. Vorig jaar alleen al bedroegen deze kosten drie miljard dollar. Bernales noemde als voorbeeld de 200 vorig jaar door Sendero Luminoso opgeblazen hoogspanningsmasten, waardoor de hoofdstad in totaal 66 dagen zonder licht kwam te zitten. De directe kosten hiervan bedroegen 545 miljoen dollar, aldus Bernales.

Een bron van geweld is kennelijk verdwenen met de komst van de regering-Fujimori. Het zogenoemde Commando Rodrigo Franco, een rechts doodseskader dat door velen aan de APRA-regering van oud-president Garcia werd gekoppeld, is sinds augustus vorig jaar uit de statistieken van de commissie-Bernales verdwenen. Het Commando Rodrigo Franco, genoemd naar een in 1988 vermoorde minister van de APRA, was vermoedelijk niet een groepering, maar een schuilnaam voor de daders van een aantal politieke moorden.

Bernales memoreerde dat aan het begin van de regeerperiode van president Fernando Belaunde Terry en de gelijktijdige opkomst van Sendero Luminoso in het begin van de jaren tachtig, slechts in delen van het departement Ayacucho (de bakermat van Sendero) de noodtoestand van kracht was. Bij het aantreden van president Garcia was dat al het geval in vijf departementen. Momenteel valt eenderde van het Peruaanse grondgebied onder politiek-militair bestuur. Daarvan is de omvangrijke Amazone-provincie Loreto nog uitgesloten. In totaal leeft vijftig procent van de Peruaanse bevolking, soms al jaren lang, onder de bepalingen van de noodtoestand.

    • Reinoud Roscam Abbing