Personeel kadaster botst met leiding

ROTTERDAM, 11 jan. - De centrale dienstcommissie van het kadaster is vorige week in conflict gekomen met de hoofddirectie, omdat de directie gedwongen ontslagen niet langer uitsluit. Tijdens een zogeheten landelijke kadasterdag vorig jaar zomer had staatssecretaris Heerma een dergelijke garantie volgens de dienstcommissie gegeven.

In verband met een begrotingstekort van 40 miljoen gulden zijn alle activiteiten die betrekking hadden op verzelfstandiging van het kadaster tijdelijk gestaakt. In 1985 besloot het kabinet dat het kadaster moest worden verzelfstandigd. Drie jaar eerder werd al bepaald dat het kadaster kostendekkend moest werken.

Bij de dienst van het kadaster en de openbare registers werken 2.700 mensen in vaste dienst, verdeeld over het hoofdkantoor in Apeldoorn en 14 districtskantoren in de verschillende provincies.

De wettelijke hoofdtaak van het kadaster is het vastleggen van gegevens over het eigendom van onroerende goederen. De kadasterbestanden hebben betrekking op ongeveer zeven miljoen gebouwen en twee miljoen open terreinen in Nederland. Een betrouwbare registratie van de rechtstoestand van deze objecten is noodzakelijk voor de financieringsbasis van het economisch verkeer (hypotheekverstrekking) maar bijvoorbeeld ook als bron van informatie voor de heffing van onroerend goedbelasting (OGB) door gemeenten (opbrengst ongeveer 7 miljard gulden per jaar).

Naast deze hoofdtaak houdt het kadaster zich ook bezig met kaartvervaardiging. Sinds 1975 werkt het kadaster in verband hiermee aan de vervaardiging van de Grootschalige Basiskaart van Nederland. Deze kaart zou moeten worden opgeslagen in een landelijke digitale databank. Het zou een belangrijk instrument moeten worden bij onder meer de coordinatie op het gebied van kartografische vastgoedinformatie en bij de afstemming van werkzaamheden tussen vervaardigers en gebruikers van grootschalig kaartmateriaal zoals nutsbedrijven, waterschappen en gemeenten.