Oppergezag

De feitelijke inzet van troepen - of de beeindiging daarvan! - is niet van een verklaring als bedoeld in artikel 96 van de Grondwet afhankelijk, zoals de Amsterdamse advocaat A. H. J. van der Biesen betoogt (NRC Handelsblad, 3 januari). De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht (artikel 98, 2e lid van de Grondwet).

Zeker in combinatie met artikel 90 van de Grondwet. ( “De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde” ) is zij dan ook wel degelijk bevoegd om te beslissen over de inzet van troepen.

Dit betekent overigens geenszins dat het parlement buitenspel staat. De regering kan te allen tijde op het matje worden geroepen en desnoods naar huis worden gestuurd. Dus ook als zij tegen de wil van de volksvertegenwoordiging troepen inzet. Maar daarvan lijkt vooralsnog geen sprake.

En wat de rechter betreft: die is niet in het spel. Dat weet Van der Biesen zelf natuurlijk ook wel. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met een opzetje van de vredesbeweging.