NIEUWJAAR

Dat de meeste (grote) uitgeverijen hun nieuwjaarsgeschenken nu al klaar hebben liggen of zelfs al rondstuurden is opvallend. Een dergelijke uitgave kan ook in februari nog verschijnen zonder dat de goegemeente mokt. Ook nieuwjaarsrecepties van uitgeverijen hebben vaak pas in de tweede maand van het jaar plaats omdat dan het voorjaarsseizoen weer begint.

Iets anders opvallends is dat ook de kleinere uitgeverijen zich niet onbetuigd laten. Dat een aantal liefhebbers zich in de decembermaand heeft ingespannen om in de eerste week van het nieuwe jaar aan vrienden, bekenden en relaties kleine boekjes te kunnen rondsturen, had ik niet verwacht na een periode waarin de uitgevers in de marge schaarser en minder actief leken te worden. Die indruk baseerde ik op het afnemend aantal bibliofiele uitgaven dat ik onder ogen krijg en de geringe activiteit op de laatste Beurs voor Kleine Uitgevers een maand geleden in Paradiso. De praktijk laat zien dat het tij weer keert (of dat ik zelf heb zitten slapen).

VOORBODEN

Van de grote literaire uitgeverijen heeft alleen Bert Bakker nog geen geschenk. Bij De Bezige Bij is het geschenk nog niet helemaal af: er zit nog geen band om het verhaal 'Het scheermes' van Nabokov. Het verhaal is er niet minder om. Barbier Iwanov krijgt een scheerklant met wie hij nog een rekening te vereffenen heeft: “Iwanov had het scheermes opengeklapt en scherpte het aan de riem -”. De uitgave is een voorproefje van de volledige Nabokov die De Bezige Bij tussen nu en 1999 in Nederlandse vertaling zal uitbrengen.

Bij verschijning van de eerste twee delen Verdediging en Wanhoop op 13 februari zal Dmitri, de zoon van Vladimir Nabokov aanwezig zijn. De boeken zullen als alles goed gaat worden aangeboden aan de Amerikaanse en de Russische ambassadeur in Nederland. Nabokovs titels klinken omineus in verband met de huidige oorlogsdreiging.

Het nieuwjaarsgeschenk van Meulenhoff heeft ook een aankondigend karakter. Liederen van Li Qingzhao is een door W. L. Idema samengestelde en vertaalde bundel Chinese gedichten. In de bloemlezing Spiegel van de klassieke Chinese poezie die Idema voor Meulenhoff samenstelt worden de gedichten niet opgenomen maar wellicht “wordt er toch iets mee gedaan”, aldus Wout Tieges van Meulenhoff. Het werk van Li Qingzhao is bijna negenhonderd jaar oud maar heeft, mede door de levendige vertaling, een vrolijkheid die niet is gesleten. De maakster ervan, de dichteres Li Qingzhao (1084-ca. 1151), was van goede komaf maar leefde door invallen van barbaren een leven van zwerven en opgejaagd worden. In de toenmalige traditie schreef zij regels op bestaande liederen. Bij gelegenheid van het grote najaarsfeest Dubbel-Negen, de negende dag van de negende maand, dichtte zij: “de hemel en het najaarslicht- verwonden meer en meer het hart- -ik zie de gouden bloemen, weet: weer bijna Dubbel-Negen! -”.

Singel 262

De uitgeverijpoot van de Weekbladpers is Singel 262, waar maar liefst vier nieuwjaarsgeschenken vandaan komen. Ik weet niet of ze elk representatief zijn voor de uitgeverijen waar ze vandaan komen maar ze zijn in ieder geval zeer verschillend van vorm en uiteenlopend van inhoud. Het 'saaist' is de geschiedenis van uitgeverij Querido: Querido van 1915 tot 1990. Een uitgeverij (f. 29, 90), geschreven door A. L. Sotemann, ter gelegenheid van het jubileum dat Querido in 1990 vierde. Natuurlijk is het boek zelf helemaal niet saai, wel wat braaf: iedereen moet genoemd worden en liefst zo vaak mogelijk, getuige het omvangrijke (en bijna perfecte) register. Twee aanmerkingen: ten eerste is de 'Salamander'-kwestie, die C. J. Aarts zo grondig, respectievelijk levendig beschreven heeft in de jubileumuitgave Het Salamanderboek 1934-1984 en het tijdschrift Uitgelezen boeken (jrg 4, nr 1) niet goed door Sotemann verwerkt. Aarts stelt met behulp van de 'Wet van Putman' ( “Dat de geschiedenis van het Nederlandse boek anders luidt dan in handboeken en literatuurgeschiedenissen is vastgelegd, zou ik de 'Wet van Putman' willen noemen.” ) vast dat Salamander geen echte pocketreeks is omdat waarschijnlijk tegelijk ook gebonden exemplaren verschenen, en niet zoals later wel is beweerd zes maanden later. Sotemann houdt zich op de vlakte, wellicht om de mythe in stand te houden? Iets anders is dat onlangs het vierde deel van De Tandeloze Tijd van A. F. Th. van der Heijden is verschenen, voordat het derde deel uitkwam. Juist Sotemann moet over dat soort interne zaken het best geinformeerd zijn maar hij schrijft alleen: “Het wachten is nog steeds op het derde deel -”. Voor het overige niets dan lof voor Sotemanns monnikenwerk.

Een prachtig boekje is Het onbekende meesterwerk van Honore de Balzac (1799-1850), uitgegeven als geschenk door De Arbeiderspers. Het verhaal gaat over een oude schilder die in zijn atelier een doek heeft staan, dat zo echt gemaakt is dat het bijna tot leven komt. Niemand heeft het werk ooit aanschouwd, tot twee jongere vakgenoten hem overtuigen dat hij het moet laten zien. Ze schrikken want zij zien niet wat de oude man ziet - en erger nog: ze lijken de oude man ervan te overtuigen dat hij ook niet ziet wat hij denkt te zien. Het fraaie werkje, vertaald door Hessel Bouman, C. M. J. Sicking en Louk Tilanus, is uitgebreid met illustraties, verklarende voetnoten en een toelichting door Tilanus.

Van geheel andere aard is het geschenkje van uitgeverij Nijgh en Van Ditmar, het verhaal De laatste ronde van psychiater Andries Kaas (1908-1976). Het is prachtig uitgegeven in een een blauw omslag met goudbedrukte letters en een witlinnen ruggetje. Het verhaal is te particulier waardoor het beeld van de zich terugtrekkende arts en zijn gedachtenwereld niet sprekend genoeg zijn. De hoofdpersoon die zich afzondert in een huisje, van alles en iedereen verlaten, wordt steeds ongrijpbaarder en het einde van het verhaal is voor mij geen logische afronding.

Het minst geslaagd is het poeziebundeltje Wie legt er mee patience? van Luc Boudens, een geschenkuitgave van Dedalus. Zowel omslag als belettering zijn ronduit lelijk en daar komt nog bij dat de gedichten mij in elk geval niet aanspreken.

LEVEN EN DOOD

De slavist Tom Eekman vertaalde Steffie Steek in de klauwen van het leven uit het Servokroatisch en dit satirische verhaal verscheen als geschenk bij uitgeverij De Boekerij. De ondertitel van het originele boekje is 'Patchworkverhaal', waardoor we weten dat het met handwerken of iets dergelijks te maken heeft. Het inrichten van het leven wordt gekoppeld aan het maken van een kledingstuk. Hoofdstukken hebben als ondertitel bijvoorbeeld 'het zomen', 'het stikken', 'het pikeren'. Soms is het allemaal net iets te grappig. De jonge Steffie Steek is in het verhaal op zoek naar liefde- een man- het geluk. “Alle anderen hebben het beter, dacht ze.” Vandaar dus. Haar vriendinnen doen hun best en zelf staat ze voor alles open. Tussendoor komen we voortdurend naaiaanwijzingen tegen en nuttige huishoudelijke tips: “Wanneer u wilt dat uw nageillak langer houdt, smeert u de nagels dan, als de lak droog is, met eiwit in.”

Some Sunny Day is een verhaal van Gijs IJlander, dat als geschenk van Veen-Luitingh-Kosmos-Contact verscheen. Op de pimpelpaarse voorkant staat een fotootje van een klassieke Porsche 356. Om die auto draait het allemaal in het verhaal. Kinderloos echtpaar is gek op een oude Porsche, waarmee ze ook een rally gaan rijden. Onderweg komen ze nog zo'n mooi oud exemplaar tegen. Of hebben ze het gedroomd? Als de man later terug wil om de auto te zoeken kan hij hem niet vinden en tot overmaat van ramp krijgt hij een zwaar ongeluk. Matig is vooral de afloop. IJlander weet het tot op tweederde heel spannend te maken maar dan zweeft het verhaal zonder verrassingen of een bijzondere draai naar het einde.

IN DE MARGE

In nog bescheidener oplage dan bovengenoemde geschenken verschenen de bibliofiele uitgaven van Ravenberg Pers en Bosbespers: De vliegende Hollander door Megchel J. Doewina met illustraties van Jacqueline Sanders, van De Lange Afstand: Ter grootte van een matrozenmuts door Harry G. M. Prick, van de Mikado Pers Portret van een witte muis door C. Buddingh', van de Helicon-pers: Louw de Lieger door Francois Haver Schmidt, van uitgeverij Perifeer: Tweegesprek tussen 'Arlequin' en de 'Docteur' (anoniem) en van Pim en Tineke Witteveen-Hevinga: Oude Doelen - Den Haag door Jaap Harten.

Het gedicht 'Portret van een witte muis' (C. Buddingh') en 'Oude Doelen - Den Haag' (Jaap Harten) zijn nooit eerder gepubliceerd. Het gedicht van Buddingh' stamt uit de periode waarin Buddingh' samen met K. Schippers werkte aan het 'barbarberboek' 128 vel schrijfpapier, maar is daar niet in opgenomen. De tweede strofe van het gedicht gaat als volgt:

om een lekker tof schilderij te maken dient men er daarna niet alleen met dezelfde witte verf een volkomen witte muis op te schilderen maar moet men vervolgens die witte muis met een stuk puimsteen langzaam wegschuren tot er geen spoor meer van overblijft

    • Lucas Ligtenberg