Kort

Chaja Polak: De tijd van zwijgen. Uitg. Amber. Prijs f 24, 50 De Natte Kolen Koning. Uitg. De Harmonie. Prijs fl. 24, 90.

Bob van Laerhoven: Intiem bombardement. Uitg. Dedalus. Prijs fl. 22, 50.

Jacqueline de Gier: Ali en de Wailers. Uitg. Bert Bakker. Prijs fl. 24, 90.

Emma Huismans: Berigte van weerstand. Uitg. Amber. Prijs fl. 27, 50.

Een paar jaar geleden debuteerde Chaja Polak met een verrassend bundeltje zeer korte verhalen, Zo maar een vrijdagmiddag. Sommige verhalen waren niet meer dan twee of drie bladzijden lang maar het was verbazend hoeveel zij in dat korte bestek kon meedelen en mee laten voelen. Het onderwerp van al die verhalen was hetzelfde: herinneringen aan familieleden die tijdens de oorlog waren vermoord. Al die verhalen waren momentopnamen: een scene die geisoleerd werd en zorgvuldig gearrangeerd en belicht. In haar nieuwe bundel, De tijd van zwijgen, zijn de verhalen langer, meer uitgewerkt en met meer figuren. Wat gelijk is gebleven is de allesbeheersende achtergrond van de oorlog, of de verhalen zich nu in Nederland afspelen of in Italie. De bundel is even melancholiek als de vorige. Er is geen lach of er zit een traan achter. “Niemand heeft mij ooit de regels van luchthartigheid geleerd, “ zegt de vertelster in 'Onderweg naar het zuiden.' Ze blijft liever luisteren naar een oudere vriendin die met haar moeder in het kamp heeft gezeten, dan dat ze de vrolijkheid van een vakantietocht opzoekt. De verhalen in de nieuwe bundel zijn openlijker emotioneel dan de vorige en vaker dan vroeger blijken er achter de verstilde toon die het kenmerk van Polaks schrijverschap is, hevige spanningen en angsten te liggen.

Chaja Polak: De tijd van zwijgen. Uitg. Amber. Prijs fl. 24, 50.

Ook De Natte Kolen Koning, de roman waarmee Cees van Hoore na twee dichtbundels zijn prozadebuut maakt, heeft de oorlog als achtergrond, zij het niet zo dominerend als bij Chaja Polak. De vader van het jongetje Walter heeft tijdens de oorlog een paar jaar in Oostenrijk gewerkt en doet niets liever dan praten over de oorlog die geweest is en de oorlog die gaat komen. Walter begrijpt daar niet veel van maar hij hoort het graag. Er is nog van alles wat hij niet begrijpt. Hij denkt bij voorbeeld dat hoeren arme vrouwen zijn die alleen maar een nachtjapon hebben. Er gebeurt niet veel in zijn leventje: hij gaat naar school, praat met zijn opa, luistert naar zijn vader. Vader wordt ziek, opa gaat dood, moeder wordt verdrietig. Alles wordt strikt beschreven vanuit het gezichtspunt van de kleine Walter en het is berucht moeilijk om een dergelijk verhaal spanning te geven. Dat is Van Hoore dan ook niet gelukt. De vader kan wel mooi doordraven maar omdat Walter nooit een opzienbarende waarneming doet of een verrassende interpretatie geeft van wat hij niet begrijpt - die van de nachtjaponnen is nog de aardigste - komen we zelden uit de sfeer van een oudbakken jongensboek. “Er klinkt zacht geritsel in de kamer. Opa slaat een bladzijde van zijn boek om. Walter kijkt naar zijn zwarte schoenen. Onder het leer ziet hij de tenen heen en weer gaan.”

De Natte Kolen Koning. Uitg. De Harmonie. Prijs fl. 24, 90.

De nieuwe roman van Bob van Laerhoven, Intiem bombardement, is het tegenovergestelde van een jongensboek: het is echt voor mannen, stoer, met rauwe taal en ook een dosis van de daarbijbehorende sentimentaliteit. De hoofdfiguur Rob is journalist in Pnom Penh en krijgt bericht dat zijn vader in Belgie stervende is, juist als de Khmer Rouge op het punt staat de stad in te nemen. Rob is een journalist die van beeldende zinnen houdt en Bob zet hem niet op rantsoen: “Mijn loodzware hart drukt op mijn maag en begint traag en onverdraaglijk uit mijn borstkas te sijpelen.” Als dat gebeurt dan ben je nog niet jarig, denk je als eenvoudig lezer, maar er is meer voor nodig om Rob klein te krijgen. Als even later de wateren van zijn ziel zich openen geeft hij nog geen krimp en vliegt naar Brussel. Zijn grootste probleem is dan niet dat zijn vader op een afschuwelijke manier ligt dood te gaan - ten slotte heeft hij in Pnom Penh wel erger dingen gezien waarvan hij a la Jef Geeraerts verhaalt - maar dat hij hem allang iets over zichzelf had willen vertellen, iets heel intiems, iets wat... nou ja, iets wat we al hadden geraden ook al wil hij het ook ons niet duidelijk zeggen. Alles wat in dit boek staat, is door anderen al beter gedaan.

Bob van Laerhoven: Intiem bombardement. Uitg. Dedalus. Prijs fl. 22, 50.

Het is een verademing om daarna de verhalen van Jacqueline de Gier te lezen, bijeengebracht in Ali en de Wailers. Ze spelen zich ook af in exotische gebieden - Midden-Amerika, Soedan, Marokko, Beiroet - maar ze hebben niets van het opgeschroefde literaire van Van Laerhoven. De Gier schrijft met veel kennis van zaken over Nicaragua en El Salvador, over revoluties en guerilla's, over de wreedheden en de ineenstorting van het familieleven. Er ontgaat haar heel weinig. Ze ziet het bedrog en de leugens, het machismo en ook het gewone gesappel. Ze ziet wat de mensen aan hebben en wat ze eten, en ze heeft een buitengewoon scherp oor voor wat ze zeggen. Ook lijkt ze alles te weten van de muzikale subculturen, van de reggae, rap en ska. Daarover kan ze meepraten als ze in Khartoem de veertienjarige bandleider Ali ontmoet, die een groot vereerder van Bob Marley en de Wailers is maar door zijn moeder in een donker hok wordt opgesloten als zij hoort waar ze van zingen. Heel intrigerend is ook het verhaal van dominee Verwoerd, de zoon van de vroegere president die de Afrikaners wil leren werken. “Ons lijdt aan lammesakkigheid, “ vindt hij. De Gier laat een stukje Zuid-Afrika zien waar je niet vaak komt in de literatuur, waar zwarte en blanke kinderen samen uit bedelen gaan en blanken in de rij staan bij een gaarkeuken en er bediend worden door zwarte dames in twinsets met parelsnoertjes. Nooit is ze in haar oordeel dogmatisch, nooit is ze aan een oog blind. Als een Palestijns kamp volgepompt wordt met gifgas, schrijft ze: “Soldaten gaan te keer als dronken tuig, voordat ze weer kalm en wel terugkeren naar Israel, de kleine, groene democratie. Anderen grienen in hun baretten.” Wie zo kan kijken en schrijven verdient een groot publiek.

Jacqueline de Gier: Ali en de Wailers. Uitg. Bert Bakker. Prijs fl. 24, 90.

Net als Jacqueline de Gier is Emma Huismans journaliste van beroep maar in haar verhalen is ze vaak pathetischer dan haar collega. Berigte van weerstand is de titel van haar bundel, die door Gerrit Olivier uit het Zuidafrikaans is vertaald. Huismans maakte deel uit van die weerstand en heeft wapens vervoerd en mensen uit handen van de politie gehouden. Vandaar misschien die wat pathetische toon, zoals aan het eind van het verhaal waarin haar ouders het keurige spel bowls gaan spelen: “Mijn moeder heeft een witte hoed met een clubbandje eromheen, en haar jongste kind een handvol lood in een borstzak.” Dat is net iets te zwaar aangezet. Ook de vele kort afgebeten zinnetjes versterken de pathetiek. Dat is jammer want Huismans heeft heel wat te zeggen, vooral over wat er in Crossroads is gebeurd en de rol van de politie daarbij. Het zijn verhalen vol geweld en vernedering, en als ooggetuigeverslagen zijn ze ongemeen boeiend en waardevol. Als literatuur hadden ze sterker gestaan als ze wat minder pathos hadden meegekregen.

Emma Huismans: Berigte van weerstand. Uitg. Amber. Prijs fl. 27, 50.

    • P. M. Reinders