Irak heeft van Koeweit een zwaar bewapend fort gemaakt; Koeweit als 'Oorlogstheater'

KOEWEIT, 11 jan. - De uitgestrekte woestijn rondom Koeweit-Stad is bezaaid met Iraakse tanks, legertrucks en gecamoufleerde bases, wachtend op de oorlog. Vanuit de lucht ziet het emiraat, dat op 2 augustus door Irak werd ingenomen, er uit als een fort dat klaar is voor een aanval van de internationale troepenmacht in de Golf onder leiding van de Verenigde Staten. Een netwerk van nieuwe wegen bij de stad, van waaruit elke dag honderden mensen vluchten, lijkt getekend met zwarte potloodstrepen.

Irak heeft de afgelopen maanden 2.237 kilometer asfaltwegen en dertien brugverbindingen aangelegd in het “oorlogstheater”, zegt de Iraakse minister van wegenbouw Taher Mohammed Hassoun. Enkele Iraakse en andere Arabische journalisten met Bagdad als vestigingsplaats hebben, vergezeld van functionarissen, twee dagen Koeweit kunnen bezoeken.

De stad is veel rustiger dan vier maanden geleden, toen ik hier ook was. Schoten of explosies hoort men niet, al zeggen inwoners dat vorige week nog een auto voor een hotel is opgeblazen, maar daarbij zouden geen slachtoffers zijn gevallen. Het gewapende Koeweitse verzet is verstomd, wat de suggestie wekt van een terugkeer naar de dagelijkse gang van zaken zoals voor de invasie, en wat leidt tot een vals gevoel van veiligheid.

Behalve luchtdoelgeschut en wegversperringen zijn in de stad zelf weinig tekenen van oorlog te bespeuren, hoewel de burgers over niets anders praten. Van het front worden we verre gehouden.

Anti-Iraakse leuzen, die enkele maanden geleden op de muren waren geschreven, zijn weggewerkt en vervangen door teksten waarin Irak wordt geprezen. Grote portretten van Saddam zijn bevestigd aan de gevels van gebouwen op kruispunten, net als in Bagdad. Niemand van degenen die ik spreek levert kritiek op het Iraakse bewind.

De veertien ziekenhuizen van het emiraat, met 5.000 bedden, zijn helemaal voorbereid op oorlogsslachtoffers, zegt het hoofd van het ministerie van gezondheidszorg in Koeweit, de Irakees Mohammed Abboud Salman. “We zijn voorzien van noodvoorraden water, elektriciteit en medicijnen voor het geval de oorlog uitbreekt.”

Maar een apotheker zegt me dat bepaalde medicijnen bijna op zijn en dat er geen nieuwe leveringen komen. Inwoners van de stad zeggen dat per dag 2.000 mensen, voornamelijk Palestijnse en Jordaanse families, de stad verlaten.

Pag. 4: Irak heeft Koeweit veranderd in een fort .

De vluchtelingen trekken naar Jordanie - dat heeft aangekondigd zijn grenzen te hebben gesloten voor niet-Jordaniers - en naar andere landen, ver weg van het hart van het Golfgebied dat verwoesting wacht als de Iraakse president Saddam Hussein zijn troepen aanstaande dinsdag niet uit Koeweit heeft teruggetrokken.

“Honderden Palestijnse en Jordaanse families trekken weg, met achterlating van de jongeren, die de bezittingen bewaken en de stad verdedigen”, zegt een Palestijnse straatverkoper.

Palestijnen en Jordaniers vormden voor de Iraakse invasie de meerderheid van de 2, 5 miljoen inwoners van Koeweit. Meer dan de helft van de autochtone Koeweiti's is na de inval naar het buitenland gevlucht. Enige duizenden Indiers, Filippino's, Egyptenaren en andere buitenlanders werken nog in Koeweit.

Sarah Lamsis, een 28-jarige Filippijnse serveerster in een hotel zegt dat ze blijft, ondanks de dreigende oorlog, omdat ze zich de luxe niet kan permitteren haar goedbetaalde baan op te geven. Maar de Iraakse autoriteiten staan niet toe dat ze haar geld, zoals voorheen onder de Koeweiti's, naar het buitenland overmaakt. “We krijgen ons loon nu in Iraakse dinars, evenveel als ons oude salaris. Ik hoop dat ik later de kans krijg het over te maken (naar familie in de Filippijnen).”

Het Koeweitse persbureau in ballingschap citeerde dezer dagen ingezetenen van het geannexeerde emiraat die zeiden dat vanaf woensdag een algehele avondklok was ingesteld als onderdeel van strikte nieuwe veiligheidsmaatregelen. Maar dat is nog niet te merken. Straatverkopers stallen tot 8 uur 's avonds hun waar uit op de motorkappen van auto's en tot laat op de avond rijdt er verkeer door de stad.

Veel elementaire levensmiddelen, zoals meel, bakolie en rijst, zijn niet meer te verkrijgen. Alles is op rantsoen, net als in Irak, als reactie op het door de Verenigde Naties opgelegde handelsembargo. Produkten die nog wel te koop worden aangeboden, zijn tien keer zo duur geworden. Voor groente en fruit uit Irak en Jordanie worden astronomische bedragen gevraagd.

Een Jordaanse taxichauffeur zegt tegen me dat ondergrondse verzetstrijders Koeweitse gezinnen betalen voor passief verzet tegen de Irakezen door kinderen niet naar school te sturen, werk te weigeren en het bevel het Iraakse staatsburgerschap op zich te nemen te negeren. “Een enveloppe met zeker 1.000 dinar (3.000 dollar volgens de officiele koers) wordt elke maand onder de deurmat doorgeschoven.”

Afaf al-Natour, het Palestijnse hoofd van een meisjesschool, zegt dat sinds oktober de lessen weer normaal zijn, maar dat zeer weinig autochtone Koeweiti's hun kinderen naar school sturen. De directeur-generaal van het onderwijs in Koeweit, Shihab Ahmed Jassem, verzucht dat alle Koeweiti's welkom zijn op de scholen. “Er is geen sprake van discriminatie, maar de Koeweitse kinderen komen gewoon niet.” Alle prive-scholen zijn op last van de Iraakse autoriteiten gesloten en het onderwijs is gratis, aldus Jassem. (Reuter)