Haven en gemeenten willen Betuwelijn niet financieren

DEN HAAG, 11 JAN. Het Rotterdamse havenbedrijfsleven voelt niets voor medefinanciering van de Betuwelijn, de spoorlijn voor het goederenvervoer die tussen de Maasvlakte en Duitsland moet worden aangelegd. Evenmin willen de bedrijven garanties geven over het gebruik van deze goederenlijn.

“Wij vinden het zonde van de tijd om daarover te praten”, zei vanochtend desgevraagd J. Verboom, algemeen secretaris van de vereniging van havenondernemers SVZ. “Die Betuwelijn is hartstikke snel nodig en had er gisteren al moeten liggen.” Maar de bedrijven vinden de aanleg van de goederenlijn als infrastructureel werk een overheidstaak. Minister Maij-Weggen (verkeer) liet vorige maand in de Tweede Kamer nog weten deze investering, die op 1, 5 a 2 miljard gulden wordt geraamd, te riskant te vinden zonder afspraak met het Rotterdamse bedrijfsleven dat het maximaal van de Betuwelijn gebruik zal maken.

In de meerjarenplannen van de minister wordt er bovendien vanuit gegaan dat de investering voor de helft privaat zal worden gedaan. Financiers hebben er weinig belangstelling voor getoond. Dat hadden de Nederlandse Spoorwegen trouwens al voorspeld. Ook de NS zijn van mening dat de aanleg van de lijn een overheidstaak is. President-directeur L. Ploeger liet deze week weten dat de investering moet doorgaan, ook als het niet lukt om 50 procent via particuliere kapitaalverschaffers bijeen te krijgen.

De bedoeling is dat de lijn in 1998 kan worden gebruikt. Behalve op onzekerheid over de financiering stuit de aanleg echter ook op tegenwerking van gemeenten over wier grondgebied de rails worden aangelegd. Dat bleek gisteren in Tiel bij de presentatie van de startnotitie voor de Betuwelijn. De voorgestelde trace's doorsnijden vaak woongebieden van dorpen op het platteland tussen Gorinchem en de Duitse grens. Burgemeester C. Corporaal van Leerdam, een van de gemeenten die ernstig 'getroffen' dreigen te worden door de aanleg van de spoorlijn: “Een van de mogelijke trace's doorsnijdt precies de kern van Leerdam. Dat betekent dat midden door een stadje van 16.000 inwoners bijna 200 goederentreinen per dag gaan rijden. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.”