G. KOFFEMAN; 'Ik moet met gevaar spelen om scherp en creatief te blijven'

Sinds de verkiezingen van september 1989 telt de Tweede Kamer 32 nieuwkomers. Sommigen kenden het Binnenhof van zeer nabij, anderen slechts van verre. Wat waren hun ambities en wat werden hun frustraties? Vanaf vandaag een rondgang langs enkele van de nieuwe Kamerleden.

De eerste is Geert Koffeman, lid voor het CDA. Hij is 42 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen. Op zeventienjarige leeftijd trad hij in dienst bij de gemeentepolitie in Zeist. Koffeman kreeg landelijke bekendheid als voorzitter van de Algemeen Christelijke Politiebond. Koffeman bemoeit zich met onderwerpen op het gebied van politie, justitie, defensie en milieu.

OUDEWATER, 11 jan. - Natuurlijk had hij die stereotiepe vraag verwacht. Over het grootste dieptepunt in zijn veertien maanden als Tweede-Kamerlid. Maar er wil G. (Geert) Koffeman niets te binnen schieten. Hoewel, de affaire Braks, die kwestie heeft hij zich “erg aangetrokken”.

“Heel naar”, vond hij het gedwongen vertrek van de minister van landbouw en, kort daarop, het afschieten van die andere CDA'er Rene van der Linden. “Na dit slachtofferen van mensen heb ik een week lang rondgelopen in de Kamer met de gedachte: wat doe ik hier eigenlijk?”

Koffeman had zich in zijn stoutste dromen niet kunnen voorstellen dat het politiek bedrijf zo wreed kan zijn. “Mij hinderde vooral de snelheid waarmee collega's binnen en buiten de fractie weer onmiddellijk overgingen tot de orde van de dag. Van de buitenkant kijk je er misschien anders tegenaan maar ik zat er midden in en ik zag dingen gebeuren die niet konden. Bejegeningen, processen maar het is verstandiger om daar verder niet op in te gaan. In ieder geval schoot de medemenselijkheid bij een aantal vrienden en vijanden tekort”, herinnert hij zich.

Wreed of niet, de waardering die Koffeman heeft voor zijn baan als parlementarier is groot. De CDA'er spreekt over “een razend boeiend en verslavend vak. De hele wereld komt over je bureau. Ik leid een dynamisch bestaan”.

Hoewel hij niet “al te zweverig” wil overkomen, is Koffeman's belangrijkste drijfveer “het dienen van de samenleving”. Dat was bij de politie al zo. Maar toen hij zich bij de ACP voor de vijfde keer boog over een nieuwe inconvenientenregeling, dacht hij “'t gaat benauwen”. De voorzitter was toe aan een nieuwe uitdaging. Het telefoontje van toen nog fractieleider Bert de Vries of hij interesse had in het Kamerlidmaatschap kwam als geroepen.

Afgezien van advieswerk voor het CDA had Koffeman zich nooit echt met de politiek ingelaten. Dat hoeft in zijn ogen geen bezwaar te zijn om het ambt van Kamerlid te kunnen uitoefenen. “De functie-eisen voor een Kamerlid zijn: je moet een nuchter boerenverstand en brede maatschappelijk interesse hebben. Je moet bovendien een beetje van mensen houden en workaholic zijn want het is soms wel eens te gek wat er op je af komt”, merkt hij.

“In het begin word je echt dol van de volstrekte overvloed aan informatie. Ik ging aanvankelijk ook trouw naar de bijeenkomsten van acht commissies. Nu kan ik wat makkelijker selecteren”, zegt Koffeman. Spijbelen wil hij het niet noemen.

Koffeman zegt wel eens jaloers te zijn op de Kamerleden die een universitaire opleiding hebben genoten. “Ze kunnen soms makkelijker en sneller met een ingewikkelde materie omgaan. Ik had best jurist willen zijn. Anderzijds heb ik ook het gevoel dat hoe academischer je problemen benadert, hoe meer je het risico loopt dat je verder van de gewone mensen komt af te staan. Ik moet dan misschien wat langer op onderwerpen zweten maar ik kom er ook uit”.

Van enig gevoel van minderwaardigheid ten opzichte van de academisch gevormde parlementarier is dan ook in het geheel geen sprake. “Ik ben niet bang, integendeel. Ik geloof dat ik tamelijk zelfbewust door het leven ga. In de tijd dat ik nog als lobbyist van de vakbond in Den Haag kwam, kreeg ik nooit het gevoel dat je tegen Kamerleden zou moeten opkijken als een soort Stenen der Wijzen. Dat gevoel heb ik nog steeds niet”.

Voor het overige heeft Koffeman de opvattingen die hij als vakbondsman over 'Den Haag' had, moeten bijstellen. “Het is hier heel anders dan ik in mijn flauwste vermoeden voor mogelijk had gehouden”, zegt hij. Het valt hem bijvoorbeeld op dat Kamerleden doorgaans zeer hard werken. “Daar heb ik vroeger nogal eens badinerend over gedaan maar dat was onterecht”.

Het heeft Koffeman ook verbaasd dat Kamerleden zelfs binnen de fractie heel nadrukkelijk concurrenten van elkaar zijn. “Hoe meer profiel, hoe steviger je in het zadel zit. Ik merk dat er een vrij stevige pikorde is in de fractie. Ik snap dat wel, maar als je onderin begint, denk je toch wel eens in wilde wanhoop waar ben ik aan begonnen”.

Toch hadden ze hem er voor gewaarschuwd. Denk eraan: ook al bekleed je hetvoorzitterschap bij de grootste politievakbond, straks ben je slechts een van de 54 leden van de CDA-fractie en moet je “op de bodem” beginnen. Je moet af van het imago van vakbondsbestuurder, was hem verteld. Welnu, dat anonieme optreden is Koffeman zwaar gevallen.

“Enerzijds is het lekker rustig dat journalisten niet steeds achter me aan zitten maar anderzijds mis ik het wel. Ik functioneer ook het beste als ik risico's loop en in het contact met journalisten ben je kwetsbaar. Als je het hoofd in zo'n fractie boven het maaiveld uitsteekt, loop je namelijk veel risico's. Maar ik moet met gevaar spelen om scherp en creatief te blijven”, aldus Koffeman.

Toch heeft hij het gevoel dat hij die 'proeftijd' inmiddels heeft doorstaan. Al na twee maanden mocht hij namens het CDA het woord voeren tijdens de behandeling van de defensiebegroting in de Tweede Kamer. “Dat bewijst dat de fractie vertrouwen in me heeft want in zo'n circus sta je er in hoge mate zelf voor”.

Het woordvoerderschap op bepaalde terreinen maakt het voor Geert Koffeman ook wat makkelijker 's avonds thuis te kunnen vertellen wat hij nou eigenlijk zo'n hele dag heeft uitgevoerd. Een politicus produceert nu eenmaal weinig tastbaars. “Dat is zo raar. Ik kan heel vaak niet aan mijn vrouw uitleggen wat er nou op zo'n dag gebeurd is. Je hebt je suf gekletst, je hebt een zoem in je hoofd van al het nadenken en je kan niet uitleggen hoe ver je gevorderd bent”.