Engelen in opstand

Ewout is zestien jaar en de rechterhand van de duivel. Susan is ook zestien en de veldheer van God. Susan en Ewout spelen allebei in Lucifer. Dat is een toneelstuk dat lang geleden geschreven werd door Vondel. Nu wordt het stuk gespeeld door dertien jongeren in de bovenzaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg.

God en zijn engelen leven vreedzaam samen in de hemel, totdat God het paradijs en de mens schept en de engelen beveelt voortaan de mens te dienen. Een groep jonge engelen is het hier helemaal niet mee eens, zij waren toch altijd het belangrijkst? Onder leiding van Lucifer, die men later de duivel noemt, beginnen ze een oorlog tegen God en de andere engelen.

“Voordat deze oorlog plaatsvond, bestond er nog geen goed en kwaad. Alle engelen hielden van elkaar en hadden een hechte vriendschap”, zegt Ewout. “Zo waren Rafael, een van de andere engelen, en Lucifer eerst goede vrienden. Maar toen ze opeens op het slagveld tegenover elkaar stonden ging die vriendschap kapot.”

Vind je dat het toneelstuk op het dagelijks leven lijkt?

Ewout: “Ja, stel je maar eens voor dat een vader en zijn zoon heel gelukkig samenleven. Op een dag krijgt die vader een tweede zoontje dat hij veel meer aandacht en speelgoed geeft. De oudste zoon gaat dan klagen bij zijn vader dat hij helemaal niets meer krijgt, en zijn broertje alles. De vader luistert niet en de oudste zoon wordt steeds jaloerser. Hij gaat zijn broertje pesten en zijn speelgoed kapot maken.”

Is die Lucifer, of de duivel nu echt zo slecht als iedereen denkt?

Ewout: “Nee, bij de duivel denk je al snel aan een rood monstertje met bokkepoten en een puntstaart. Lucifer is eigenlijk helemaal niet zo slecht. Het is ook niet zijn idee om die oorlog te beginnen, maar dat van zijn rechterhand, Belzebub. Belzebub stookt hem op om te gaan vechten, hij laat Lucifer dus eigenlijk het vuile werk opknappen.”

Ewout, jij speelt Belzebub, en Susan, jij speelt Michael. Zijn dat geen moeilijke rollen?

Susan: “Aan een kant wel, maar we hebben zes maanden gerepeteerd, ieder weekend, en ook in de herfst- en in de kerstvakantie.” Ewout: “We begonnen met improvisaties. Iedereen mocht steeds zo maar een rol spelen. In de herfstvakantie kreeg iedereen een vaste rol die bij hem of haar paste.”

De teksten van Vondel zijn in voor ons bijna onbegrijpelijk, oud Nederlands geschreven. Begrijpen jullie alle teksten?

Ewout: “De teksten zijn herschreven in gewoon Nederlands en het stuk is ook ingekort. Susan: “Nu duurt het nog maar een uur. De teksten van Gabriel de aartsengel zijn trouwens nog wel de oude.”

Waarom?

Susan: “Omdat Gabriel bij de oudere engelen hoort en steeds namens God spreekt.”

Is de voorstelling nu, een week voor de premiere, helemaal af?

Susan: “We hebben al een paar keer de hele voorstelling in de zaal gespeeld, met alles erop en eraan. Maar sommige dingen zijn nog heel moeilijk. Als je bij voorbeeld in het verhaal heel verdrietig moet zijn, mag je niet hard gaan huilen. Je moet je alleen zo verdrietig voelen, dat het publiek ervan gaat huilen.”

Hebben jullie veel geleerd van deze voorstelling?

Ewout: “Ja, zeker als je in zo'n vakantie met elkaar bezig bent. Je krijgt veel op je kop en soms moet je vijf keer op een dag kwaad worden of janken. Je leert op die manier ook met je eigen gevoel omgaan en ik vind dat ik veel volwassener ben geworden.”

    • Floris Douwes