Eis vredesgroepen door rechtbank afgewezen

DEN HAAG, 11 jan. - De president van de Haagse rechtbank mr. A. H. van Delden heeft vanmorgen een vordering afgewezen van een aantal vredesgroepen, dat voorafgaande toestemming van Eerste en Tweede Kamer nodig is om de Nederlandse krijgsmacht bij gevechtshandelingen in de Golf te betrekken. Van Delden verwees hierbij naar de interpretatie van de Raad van State van artikel 96 van de Grondwet.

De Raad van State leidt uit de wetgeschiedenis af dat de bepaling “Het koninkrijk wordt niet in oorlog verklaard dan na voorafgaande toestemming van de Staten Generaal”, niet slaat op het “plegen van oorlogshandelingen”. Alleen als Nederland zich formeel in oorlog wenst te verklaren met een ander land is zo'n vergadering nodig. Onder het plegen van oorlogshandelingen wordt de inzet van strijdkrachten of wapens verstaan.

Van Delden vroeg zich in een aparte “overweging ten overvloede” af of met deze juridische discussie over het verschil tussen oorlog en oorlogshandelingen “de afschuwelijke werkelijkheid van een mogelijk oorlogsgeweld niet verdoezeld wordt door een woordenspel”. Hij vond van niet. “Juist in de internationale politiek en in een uiterst kritieke situatie als thans door het Golfconflict is gecreeerd kan het op woordgebruik aankomen”, aldus Van Delden. “Bovendien heeft de regering een- en andermaal aan de Staten-Generaal toegezegd met haar overleg te (zullen blijven) voeren over de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de Golfcrisis. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de regering en de Staten-Generaal hun uiteindelijke verantwoordelijkheid anders zullen wegen als de weg van artikel 96 van de Grondwet niet wordt bewandeld”.

Het kort geding was aangespannen door dertien vredesgroepen en vierendertig particulieren. Dezelfde groep wilde destijds dat de Haagse president ook de plaatsing van kruisraketten in Nederland zou verbieden.