De lotgevallen van een emmer; een salieri-opera in Modena

Om zich te oefenen voor het dirigeren van Mozarts opera Idomeneo, dit jaar de opening van het Holland Festival, leidde Frans Bruggen onlangs in de Italiaanse stad Modena zijn eerste operavoorstelling: La secchia rapita van Antonio Salieri. Sinds de film Amadeus wordt Salieri beschouwd als een middelmatig componist. Maar is hij dat in de praktijk ook? Frans Bruggen vindt van niet.

“Salieri verslaat Mozart, tenminste in Modena.” Dat schrijft de krant Il Resto di Carlino op de avond van de moderne wereldpremiere van La secchia rapita (De geroofde emmer), een komische opera van Antonio Salieri. In Modena geen opera van Mozart aan het begin van het Mozartjaar ter herdenking van de 200ste sterfdag van de componist, maar juist een stuk van de man die sinds de film Amadeus door de hele wereld wordt gezien als een buitengewoon middelmatig hofcomponist, een conservatieve en jaloerse intrigant die Mozart zoveel mogelijk tegenwerkte en misschien zelfs wel vergiftigde.

Dat in Modena een opera van Salieri wordt gegeven komt echter niet alleen voort uit de wens om iets anders te doen dan vrijwel alle andere theaters. De handeling van La secchia rapita speelt zich immers ook af in Modena en bewijst eer aan het meest glorieuze uur uit het bestaan van deze Italiaanse stad: de overwinning op de rivaliserende stad Bologna, gelegen op een afstand van slechts veertig kilometer.

In het jaar 1325, ten tijde van de twisten tussen de Guelfen en de Ghibellijnen, won Modena de Slag van Zappolino tegen Bologna. Als trofee namen de Modenesi een emmer van de Bolognesi mee en voerden die in triomf naar de eigen stad. Nog steeds bevindt die emmer zich in het stadhuis van Modena, hoog opgehangen buiten bereik van wraakzuchtige Bolognesi. Het ijzeren beslag heeft de eeuwen goed doorstaan, maar het verweerde houtwerk zou geen druppel water meer kunnen vasthouden.

De emmer is al 675 jaar een treffend symbool voor Modena, dat ligt aan de rivieren Panaro en Secchia. De 'secchia rapita' staat voor vruchtbaarheid - het leven brengende water - en voor onafhankelijkheid. De secchia is voor de Modenesi kennelijk meer dan folklore en de herinnering aan dit teken van vrijheid wordt nog steeds levend gehouden. De emmer staat afgebeeld op ansichten en het restaurant van het hotel waar ik logeer heet ook al 'La secchia rapita'. En voor het Teatro Communale staan bakken vol gratis kaarten waarop een allegorische gravure uit een oude prachtuitgaaf van La secchia rapita: de triomferende emmer wordt met een lauwerkrans verheerlijkt tot heiligheid.

De opvoering van La secchia rapita is in Modena tevens aanleiding voor drie tentoonstellingen en een symposium over de opera. De constatering 'Salieri verslaat Mozart, tenminste in Modena' in Il Resto di Carlino is dan ook waarheid en ironie tegelijk: de krant verschijnt immers in Bologna, waar de plaatselijke operadirigent Riccardo Chailly onlangs het seizoen opende met Don Giovanni van Mozart.

Ter gelegenheid van de opvoering van La secchia rapita staat de emmer tijdelijk in een glazen kast in een foyer van het Teatro Communale, op een expositie van tientallen uitgaven en vertalingen van het twaalfdelige heldenepos in verzen La secchia rapita, in 1624 geschreven door Alessandro Tassoni en nu behorend tot de klassieke Italiaanse literatuur. Het standbeeld van de dichter die de overwinning van zijn geboorteplaats bezong, staat in Modena aan de voet van de witroze Domtoren.

HELDENKLUCHT

Giovanni Boccherini, de broer van de beroemde cellist en componist Luigi Boccherini, schreef op basis van de tekst van Tassoni een libretto voor Salieri die in Wenen muziek componeerde bij dit 'dramma eroicomico': een heldenklucht. La secchia rapita ging in 1772 in premiere in het keizerlijke Burgtheater en werd vervolgens uitgevoerd in Mannheim en Dresden en tenslotte in 1787 ook in Modena. Daarna schreven nog vele andere componisten hun versie van La secchia rapita en raakte Salieri's opera in vergetelheid, net als uiteindelijk vrijwel heel zijn oeuvre.

Antonio Salieri zelf bleef echter berucht door het apocriefe verhaal over de vergiftiging van Mozart. Poesjkin schreef er al in 1830 een toneelstuk over, dat later door Rimsky Korsakow tot een opera werd gemaakt. Er is geen enkel bewijs voor de vergiftiging, Salieri had geen motief en de weduwe Mozart liet Mozarts zoon Franz Xaver zelfs muziekles geven door Salieri, met weinig succes overigens.

Mozart had zeker respect voor Salieri: als zeventienjarige schreef hij zes variaties op een thema uit Salieri's opera La fiera di Venezia. En in 1785 schreven Mozart, Salieri en Cornetti samen nog een cantate op een tekst van Da Ponte ter gelegenheid van het feit dat Nancy Storace, later de eerste Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro, na een ziekte haar stem weer terughad. Helaas zijn manuscript en alle gedrukte uitgaven van dit collectieve werkstuk nu onvindbaar.

Er lijkt inderdaad een merkwaardige doem te rusten op de relatie tussen Mozart en Salieri. Toch was er tussen hen weinig anders aan de hand dan dat ze tezelfdertijd in dezelfde stad werkten. Mozart en Salieri waren - zeker op het eind van Mozarts leven - geen vijanden maar concurrerende collegae die elkaar kenden en waardeerden. Mozart was tenslotte ook hofcomponist, speciaal voor de kamermuziek, en Salieri had minder dan twee maanden voor Mozarts dood nog de hoogste lof voor Die Zauberflote.

Maar zelf had Salieri wel schuld aan het gifgerucht, waarover Beethoven in 1824 nauwelijks uitgepraat raakte. In het Weense gekkenhuis sprak Salieri immers tijdens verwarde buien steeds over zijn moord op Mozart, al trok hij dat later weer in.

Sinds Salieri door Peter Shaffer - eerst in het toneelstuk Amadeus en later in de daarnaar door Milos Forman gemaakte film - werd uitgeroepen tot de kampioen en beschermheilige van alle middelmatigheid op de wereld, is de interesse voor zijn 'middelmatige' muziek overigens sterk gestegen. Een fragment uit een van zijn aria's leek in de film dan ook bijzonder spectaculair en allerminst middelmatig.

Frans Bruggen, in Modena de dirigent van La secchia rapita was uiteraard ook beinvloed door het negatieve beeld van Salieri in de film Amadeus, door hem overigens zeer gewaardeerd. Het stuk van Salieri is de eerste operavoorstelling die hij dirigeert en Bruggen nam de invitatie uit Modena vooral aan om zich te oefenen voor de openingsvoorstelling van het Holland Festival dit jaar: de opera Idomeneo van Mozart.

Bruggen geeft toe dat het een wat perverse gedachte is om Salieri te gebruiken om Mozart beter uit te voeren. Maar hij heeft daardoor zijn mening over de kwaliteiten van Salieri inmiddels kunnen bijstellen. “Het is goede muziek. Naarmate ik er langer mee bezig ben wordt die beter, het slijt niet. Je onthoudt ook de melodieen: het zijn stuk voor stuk mooi afgewerkte schlagers. Deze opera is heel bijzonder en kan de vergelijking met de opera's van Haydn zeker doorstaan. Salieri wist uitstekend te schrijven voor stemmen en de recitatieven zijn heel goed.”

VAN BASTEN

De eerste voorstelling van La secchia rapita sinds meer dan twee eeuwen is in Modena meer dan een plaatselijk evenement. Er zijn overigens slechts drie voorstellingen omdat theaters in omliggende steden, die geregeld voorstellingen met elkaar uitwisselen, nu hadden geweigerd deze produktie te vertonen, Bologna voorop, uiteraard. Er waren wel vijf tv-ploegen in het Teatro Communale aanwezig, maar niettemin werd Antonio Salieri in de tv-journaals nog verslagen door de grieperige Marco van Basten.

De oorspronkelijk drie uur durende opera is met drie kwartier bekort door te couperen in recitatieven en drie aria's over te slaan. In deze vorm blijkt La secchia rapita opmerkelijk aardig en onderhoudend genoeg voor een plezierige avond, zeker in de onpretentieuze maar zorgvuldige regie van de beroemde Gianfranco de Bosio. Het decor bestaat uit een houten fortificatie die vernuftig snel kan worden getransformeerd in andere locaties en de kostumering is fraai en kleurrijk.

Het operaverhaal heeft de geroofde emmer eerder als aanleiding dan als onderwerp. De handeling, die bij Tassoni geheel naar Renaissance-gebruik werd bestierd door de goden, is door Boccherini teruggebracht tot het aardse en menselijke niveau en de heldhaftigheid van de Modenesi wordt rijkelijk geridiculiseerd.

Waar het nu vooral om gaat zijn de mislukkende onderhandelingen die de Bolognesi voeren over de teruggave van de emmer, waardoorheen dan nog een liefdesgeschiedenis speelt. Daarin wordt de hoofdrol vervuld door Renoppia, een strijdlustige Italiaanse amazone, die met een vrouwelijke strijdmacht de emmer bewaakt in haar toren. De verslagen Bolognese aanvoerder Antibo wil de secchia terugkrijgen en bovendien nog Renoppia veroveren, wat hem vanzelfsprekend geen van beide lukt. Zijn Modenese rivaal Manfredi verslaat de Bolognees tijdens een duel tenslotte voor de tweede maal en gewint ook Renoppia.

Aanvankelijk kom ik er tijdens de voorstelling natuurlijk niet onderuit om telkens vergelijkingen met Mozart te maken. Maar die behoefte verdwijnt geleidelijk aan en maakt soms plaats voor herkenning van wat Mozart later in zijn opera's zou gaan doen. Er is een goede afwisseling in stemmingen tussen de diverse aria's, waarvan een aantal buitengewoon virtuoos geschreven is.

Soms is er binnen een aria een opeenvolging van gemoedstoestanden, waardoor het verhaal ondertussen doorgaat en niet, zoals bij veel andere componisten, stilstaat tijdens een beschouwing over de ontstane situatie. Er is slechts een duet, dat tussen de gelieven Manfredi en Renoppia. Maar de twee eerste actes worden elk afgesloten met een sextet en de finale bestaat uit een septet. Er is geen koor, maar deze ensembles vervangen dat ruimschoots.

Vooral het sextet van de tweede acte is zeer uitvoerig en met verve opgebouwd. Men kan dat beschouwen als een voorloper van de lange finale van de tweede acte van Mozarts Le nozze di Figaro, veertien jaar later gecomponeerd. Ook een aantal andere onderdelen van de handeling kan men zien als voorboden van veel latere opera's, die dan in deze komedie bij voorbaat worden gepersifleerd.

De feestelijke intocht van de soldaten met de emmer in de top van een vaandelstok - op deze manier getoond inderdaad een duidelijk vrouwelijk en mannelijk vruchtbaarheidssymbool - doet denken aan de Triomfmars in Verdi's Aida, bijna een eeuw later. De povere symboliek van de overwinning van de Modenesi wordt nog geaccentueerd door de rest van de schamele krijgsbuit: een paar salamiworsten, wat Parmahammen en een koekepan, waarmee de burgemeester krijgshaftig staat te zwaaien.

De aria van Manfredi, waarin hij maar niet kan kiezen tussen het behoud van de emmer en het huwelijk met Renoppia (O la secchia o la sposa. Oh Dio!), tussen vrede en eer, tussen Gloria en Amor, poneert het eeuwige probleem van de universele heldentenor: de moeilijke keuze tussen vaderlandslievende plicht en persoonlijk geluk.

De domme graaf Culagna, die gedwongen was de gifbeker te drinken die hij voor zijn echtgenote had bestemd, heeft een uitvoerige sterfscene waarna hij net niet dood gaat omdat hij niet genoeg gif binnen heeft gekregen. Deze archetypische scene heeft in het genre opera meer navolgers dan voorgangers omdat het publiek in de 18de eeuw een goede afloop wenste. In alle Mozart-opera's bij elkaar komt maar een lijk op het toneel voor: dat van de Commendatore die wordt doodgestoken door Don Giovanni. Salieri's suggestieve muziek bij Culagna's sterfscene is heel beeldend en hallucinerend: men hoort het niet niet goed worden in de maag en het hoofd van deze Culagna.

Antonio Salieri was pas 22 jaar toen hij La secchia rapita componeerde. Het Italiaanse weeskind Salieri had zijn muzikale vaardigheden in nauwelijks drie jaar geleerd, eerst in Venetie en later in Wenen, waar hij onder invloed kwam van de vernieuwende opera's van de strenge Gluck, die zich keerde tegen een loos vertoon van virtuositeit. Als negentienjarige had Salieri zijn eerste opera geschreven: Le donne letterate waarvan de proefuitvoering niet alleen door hemzelf werd gezongen maar ook door Gluck en Scarlatti, die er hun zegen aan gaven. Gluck zei toen dat het publiek plezier zou beleven aan de muziek van Salieri en dat is nog steeds het geval met La secchia rapita, de zevende van zijn veertig opera's.

Ondanks het verschil in aard en niveau was er toch een merkwaardige professionele lotsverbondenheid tussen Mozart en Salieri, die slechts zes jaar ouder was. Had Mozart misschien inderdaad reden tot klagen dat hij in Wenen niet genoeg werd uitgevoerd, Salieri boekte zijn grootste successen niet in Wenen, maar in Parijs, waar Les Danaides en Tarare enorme kasstukken waren. Salieri ontdekte Lorenzo da Ponte als librettoschrijver toen hij nog geen letter voor opera had geschreven, en componeerde vijf opera's op zijn teksten.

Voor Mozart schreef Da Ponte Cosi fan tutte, Le nozze di Figaro en Don Giovanni. Zonder juist deze stukken op juist die teksten zou Mozart als operacomponist zeker minder in aanzien staan dan nu het geval is. En Beaumarchais, de oorspronkelijke auteur van Le nozze di Figaro, de opera die de adel zo belachelijk maakte, was ook de librettist van Salieri's Tarare (1787). In 1790 werd deze opera in Parijs nog eens opgevoerd ter gelegenheid van de eerste herdenking van de Franse Revolutie.

Beaumarchais had er nieuwe slotscene aan toegevoegd, waarin koning Tarare zich mengde onder het opstandige volk, dat aan geen enkele autoriteit meer wilde gehoorzamen. Het was wel een zeer revolutionaire daad van Salieri om daarbij nieuwe muziek te componeren. In Wenen was Beaumarchais verboden als toneelschrijver. En Salieri was de hofcomponist van de Oostenrijkse Keizer, wiens zuster Marie Antoinette de Franse koningin was. Ze zou in 1793 sterven onder de guillotine.

Deze anti-monarchale Tarare was een faux pas van Salieri die veel ernstiger was dan een van zijn weinige jeugdzonden, begaan toen hij nog maar net bij het Weense hoforkest assisteerde. Het spinet waarop hij moest spelen was zo oud, dat het geen voorstelling de goede stemming behield. Om een nieuw spinet af te dwingen sloop Salieri ongemerkt het theater binnen, zette een stoel naast het instrument, sprong erin en deed het deksel weer dicht. Toen later de stemmer in het spinet keek, zei hij: 'Hier is een duivel aan het werk geweest' en bestelde een nieuw instrument.

Later, tijdens de Napoleontische oorlogen werd de Italiaan Salieri een overtuigd Oostenrijks nationalist. Hij componeerde een lofzang op de Oostenrijks inlijving van Venetie, de stad waar hij zijn muzikale carriere was begonnen. Al werd Salieri 74 jaar oud, zijn loopbaan als succesvol hofcomponist en -dirigent was eigenlijk al op zijn veertigste afgelopen: vrijwel op hetzelfde moment dat Mozart overleed. En het is zeer de vraag of Mozart, ware hij niet in 1791 overleden, nog lang in Wenen had kunnen werken zoals hij gewend was.

De tijden waren opeens veranderd. De liberale en verlichte keizer Joseph II, een groot muziekliefhebber, was begin 1790 overleden. Zijn broer Leopold II had voor cultuur niet veel belangstelling in een tijd dat het voortbestaan van het Habsburgse rijk werd bedreigd. In deze restauratieve periode was Lorenzo da Ponte als ongewenst persoon uit Wenen vertrokken en Salieri nam ontslag als operadirigent. Hij had nog wel de opdracht elk jaar een opera te schrijven, maar artistiek waren de meeste van minder belang dan voorheen. Hij gaf les aan Beethoven, Schubert en Liszt.

De vooraanstaande positie van de Weense opera als plaats waar de kunst van de muziek zich vernieuwde was voorgoed voorbij. De klassieke operacomponisten uit de 19de eeuw werkten alle buiten Wenen. Beethoven schreef dan nog wel met veel moeite zijn enige opera Fidelio voor Wenen. Maar ondanks vele pogingen was Schubert als operacomponist een mislukking.

Frans Bruggen heeft tijdens de voorbereidingen voor de opera ook een concert gegeven in Pavia, een soort Amadeus in de praktijk. Salieri's ouverture voor La secchia rapita stond geprogrammeerd tussen twee stukken van Mozart: een Divertimento, geschreven in het jaar 1772 waarin La secchia rapita ontstond en de Parijse symfonie, door Mozart gecomponeerd toen hij 22 was.

“Ja, die ouverture van Salieri heeft iets weg van die van Cosi fan tutte. Maar Mozart is natuurlijk wel iets anders. Wat - dat laat zich niet analyseren. Misschien is het een soort een escapisme, waardoor hij telkens een ander spoor neemt dan je verwacht. Maar Salieri heeft daar in zijn aria's toch ook veel van.

“Salieri had - achteraf gezien - het ongeluk te leven in een tijd dat Mozart in Wenen werkte. De onderlinge kwalitatieve verschillen tussen de componisten in de 18de en 19de eeuw zijn veel groter dan in de 17de eeuw. Als men de absolute top van de 18de eeuw - Handel, Bach, Rameau, Haydn en Mozart - buiten beschouwing laat, is het gemiddelde niet erg hoog. Salieri's talent bevindt zich dan ver boven die middelmaat. Sommige aria's, sommige details van Salieri's aria's, zijn bij vlagen bijna net zo mooi als Mozart.”