De kloof tussen het rijke Japan en de arme Japanners

TOKIO, 11 JAN. In Japan zit geld. Het auto-, stereo- en elektronica-imperium dat de Japanners in hun naoorlogse ijver hebben opgebouwd, hebben van Japan de parvenue van de wereld gemaakt. De spreekwoordelijke bescheidenheid is de laatste jaren geweken voor een haast arrogante patserigheid.

Amerika en Europa kijken toe terwijl de tovenaarsleerling de studio's van Hollywood koopt, de wolkenkrabbers van Manhattan, de golfcourses op Hawai, de hotels in Australie, de kastelen in Europa en de impressionistische meesterstukken overal. Japanse toeristen vertonen op kleinere schaal hetzelfde gedrag als het Japanse bedrijfsleven. Ze kopen de sjiekste boetieks van alle wereldsteden leeg, logeren in top-hotels en eten alleen bij Michelin-sterren. Ieder keert steevast met de maximaal toegestane hoeveelheid cognac of whiskey terug naar Japan.

Maar er bestaat een wezenlijk verschil tussen Japans driftig spenderende consumenten en het kooplustige Japanse bedrijfsleven. Japanse bedrijven zwemmen in het geld door de prijzen voor hun produkten op de thuismarkt kunstmatig hoog te houden. Voor Japanse consumenten, die aan deze duurte gewend zijn geraakt, is het overzees een koopjesparadijs.

Cijfers maken de wanverhoudingen het beste duidelijk. Hoewel Japanners na de Zwitsers gemiddeld het hoogste inkomen per inwoner hebben, scoren ze op de koopkrachtlijst slechts in de middenmoot. Het prijspeil in Tokio is het hoogste ter wereld, en dan worden woonlasten nog niet eens meegerekend.

De wanstaltig gestegen grondprijs, vooral in de grote steden, maakt het dagelijks leven van de Japanner er nog moeilijker op. Een huis in Tokio kost gemiddeld 8, 7 jaarsalarissen, tegen 4, 4 in Groot Britannie of 3, 4 in de VS. Waar de Japanse consument het slachtoffer is geworden, hebben Japanse bedrijven juist weer geprofiteerd. Zij zagen de waarde van hun grondbezit, en daarmee hun kredietwaardigheid, juist verveelvoudigen.

Tegenwoordig heet het de 'welvaartsparadox', deze discrepantie tussen 'het rijke Japan' en 'de arme Japanners' die zich steeds scherper aftekent. Slechts weinig Japanners vinden zichzelf rijk, al kunnen steeds meer mensen zich een BMW veroorloven, al wordt er gigantisch veel buiten de deur gegeten en al prijken er meer en meer Rolexen om de polsen. Daar staan immers lange werktijden tegenover, lange uren heen en terug naar het werk in een overvolle trein en eenmaal thuis een krap bemeten woning zonder centrale verwarming en vaak zelfs zonder spoeltoilet. De helft van Japans huizen is nog niet aangesloten op de riolering.

De meeste Japanners vinden het ook volslagen ten onrechte dat het buitenland aandringt op hogere Japanse uitgaven voor ontwikkelingshulp 'in overeenstemming met Japans economische macht'. Zo goed hebben ze het immers zelf nog niet. Japans politieke systeem blijkt echter makkelijker van buitenaf te manipuleren dan van binnenuit. Japan is nu de grootste verstrekker van ontwikkelinghulp ter wereld.

Ironisch genoeg is het ook weer het buitenland - vooral de VS - dat nu aandringt op hogere uitgaven voor openbare werken in Japan. In de serie gesprekken in het kader van het 'Overleg over Structurele Belemmeringen' (Structural Impediments Initiative) die vorig jaar zijn gevoerd, verweten de VS Japan dat de traditionale voorrang voor economische groei in haar beleid lang genoeg had geduurd. Het werd hoog tijd de welvaart eens wat eerlijker te spreiden. Japan zegde daarop toe de komende tien jaar 430 trillion yen (5000 miljard gulden extra te zullen spenderen aan 'verbetering van de kwaliteit van het bestaan'.

Met het oog hierop is bij de begroting voor 1991, die eind december is vastgesteld en op 1 april ingaat, voor het eerst sinds jaren het bedrag voor openbare werken opgetrokken. Voor een aantal politici van de regerende LDP komt dit als een geschenk uit de hemel. Het leek erop dat er dit jaar slechts geld was voor de aanleg van een nieuwe Shinkansen-lijn (de Japanse TGV). Met prefecturale verkiezingen voor de deur dit voorjaar hebben LDP-leden hard gelobbied om de prestigieuze Shinkansen-verbinding naar hun kiesdistrict in de wacht te slepen. Nu is er ruimte voor de aanleg van drie nieuwe Shinkansen-lijnen in 1991.

Het kiesdistrictenstelsel werkt in de hand dat politici er meer bij gebaat zijn zich voor lokale doeleinden in te spannen dan er ruimere denkbeelden op na te houden. Andere belangen die LDP-politici dienen zijn bij voorbeeld de aanleg van wegen en havens of de bescherming van de landbouw.

Waar wel landelijk wordt gedacht is ook weer kortzichtigheid troef. Zo zal een deel van het extra geld dat voor openbare werken is uitgetrokken worden besteed aan het optrekken van kinderbijslag om grotere gezinnen te stimuleren. Japan stevent nu af op een uiterst snelle vergrijzing met een geboortecijfer van 10.8 geboortes per jaar per duizend inwoners, gecombineerd met de hoogste levensverwachting ter wereld (75, 9 jaar voor mannen en 81, 8 jaar voor vrouwen). De kinderbijslag-maatregel gaat echter geheel voorbij aan de oorzaken van het lage geboortecijfer. De voornaamste reden is ruimtegebrek. Niet alleen hebben Japanners slechts 25 vierkante meter woonruimte per persoon ter beschikking, ook de hoeveelheid park in Tokio is een vijfde van de hoeveelheid openbaar groen per inwoner van Londen.

In die omstandigheden is de invloed van een extra toelage van zestig gulden per maand per kind niet erg groot. Het verschil tussen wat een fles cognac in Japan kost en in het buitenland is groter.