CPB: 'Lessen jaren '70-'80 ter harte nemen'

DEN HAAG, 11 JAN. In de Macro Economische Verkenningen van september vorig jaar becijferde het Centraal Planbureau de effecten van een dollarkoers van 1, 60 gulden (in plaats van 1, 75 gulden) en een olieprijs van dertig dollar per vat (in plaats van ruim twintig dollar). Drie maanden later lijken deze 'risicovarianten' werkelijkheid te worden. “Deze twee structurele veranderingen moet je snel verwerken”, meent CPB-directeur prof. drs. G. Zalm. Kortom: direct de lonen naar beneden bijstellen om “het verlies zo snel mogelijk af te boeken”.

Op zijn werkkamer rekent Zalm voor dat bij 'directe verwerking' de koopkracht na vier jaar uiteindelijk hoger is in vergelijking met de zogenoemde getrapte aanpassing. In de jaren tachtig werden de lonen pas gematigd onder druk van de sterk stijgende werkloosheid. “Het zou jammer zijn als we deze vrij heldere lessen van de jaren zeventig en tachtig niet ter harte nemen.”

De contractloonstijging zou volgens Zalm dit jaar beperkt moeten blijven tot 1, 5 procent - wat bij de huidige inflatie zou neerkomen op loondaling - wil de winstgevendheid van het bedrijfsleven niet verder verslechteren. “Dat is wat in het Regeerakkoord wordt bedoeld met een beheerste loonontwikkeling die nodig is om de koppeling tussen lonen en uitkeringen te handhaven”, meent Zalm. De huidige looneisen liggen hier ten minste 1, 5 a 2 procentpunt boven. Voor het bedrijfsleven betekenen de hogere looneisen een verslechtering van de winst van vier a vijf miljard gulden per jaar. Zalm: “Op velerlei gebied is een grote discipline en aanpassingsbereidheid noodzakelijk”.

Een derde oliecrisis?''Bij een olieprijs van dertig dollar per vat of meer ga je uit van de veronderstelling dat er een Golfoorlog komt, waarbij op grote schaal olie-installaties worden vernietigd, waardoor de produktie lange tijd stagneert'', zegt Zalm. Hogere olieprijzen hoeven niet per se tot een verslechtering van de wereldeconomie te leiden. Immers de welvaartsverdeling in de wereld verandert. Maar bij deze prijzen en een oorlog spelen allerlei psychologische effecten een rol. Ondernemers stellen investeringsbeslissingen uit, consumenten wachten met grote aankopen en de economische groei zwakt af.

Zalm maakt zijn opmerkingen op het moment dat het kabinet is begonnen met de opstelling van het 'tweede' Regeerakkoord: de tussenbalans. Volgens minister Kok van Financien moet in deze kabinetsperiode voor een bedrag van veertien miljard gulden worden omgebogen; tien miljard bezuinigen op de overheidsuitgaven en via een lastenverhoging vier miljard extra inkomsten.

“Krap bemeten”, is het oordeel van Zalm over dit voorstel. Hij is lid van het belangrijkste ambtelijk adviesorgaan van het kabinet op sociaal-economisch en financieel terrein, de Centrale Economische Commissie. De CEC adviseerde eind december een bedrag van zestien a negentien miljard te bezuinigen.

“Na het zien van de eerste economische prognoses voor de middellange termijnraming, lijkt mij dit bedrag - of meer - zeer wenselijk”, zegt Zalm gedecideerd. “Echte maatregelen”, benadrukt hij “dus geen escapes waarbij de huid van de beer al wordt verkocht voordat deze is geschoten.” De directeur van het Planbureau doelt onder andere op optimistische ramingen van fraudebestrijding.

Het afwijkende standpunt van Financien in het CEC-advies ten aanzien van de collectieve lastendruk (belastingen en sociale premies als percentage van het nationaal inkomen) noemt Zalm een “interpretatievuiltje”. In het Regeerakkoord staat dat de lastendruk niet mag stijgen. De vraag is of stabilisatie moet plaatshebben op het gerealiseerde niveau in 1990 (52, 7 procent) of het verwachte niveau ten tijde van het afsluiten van het regeerakkoord (53, 6 procent). Bij toepassing van de 53, 6-norm zijn de financiele problemen van het kabinet ongeveer vijf miljard gulden kleiner.

“In de kern is het een non-discussie”, zegt Zalm. “Er moeten prioriteiten en duidelijke taken worden aangegeven in het overheidsbeleid”. Ook de top-ambtenaar Geelhoed van Economische Zaken pleit hiervoor in zijn nieuwjaarsartikel in het economenblad ESB. “Van rigoureuze prioriteitenstelling is in het verleden nauwelijks sprake geweest, noch van een consequente kosten-batenafweging”, schrijft CEC-voorzitter Geelhoed.

Een stijging van de collectieve lastendruk is volgens Zalm vanuit “economische optiek” ongewenst. In vergelijking met het buitenland heeft Nederland een hoge collectieve lastendruk. “Bij het wegvallen van de binnengrenzen in de Europese Gemeenschap is dit bepaald geen concurrentievoordeel”, zegt Zalm eufemistisch.

Mocht het kabinet de lasten voor de burger verhogen dan zal dit volgens Zalm worden vertaald in hogere looneisen met alle nadelige gevolgen vandien. De oproep van de vakcentrales CNV en FNV tot voorzetting van loonmatiging begroet Zalm als “een verstandig geluid”. “Maar de werkelijkheid is nogal iets anders. Luister bijvoorbeeld naar de geluiden van de Industriebond FNV, die aankondigde de looneisen naar boven als maatregelen van de tussenbalans leiden tot een forse stijging van de lasten voor werknemers.” Hij vindt dat de lonen een “pas op de plaats” moeten maken.

Voor dit jaar voorziet de directeur van het Planbureau een lichte stijging van de werkloosheid. “In de Macro Economische Verkenningen gingen we voor 1991 nog uit van een daling van de werkloosheid met 15.000 personen. Op dit moment verwachten we een stijging.” Daarmee zou een einde komen aan de sinds 1984 dalende werkloosheid.

    • Cees Banning