Chaos Litouwen gaf Moskou alibi om in te grijpen

MOSKOU, 11 jan. - Niet het nationalisme in engere zin maar de economie is uiteindelijk het breekijzer in de Baltische politiek geworden. Chaos en onvrede over het prijsbeleid is de afgelopen week het alibi geworden voor de centrale macht van Moskou om nu in Litouwen gewapenderhand in te grijpen. Het telegram dat president Gorbatsjov gisteren aan het parlement in Vilnius stuurde, preludeerde zelfs onbeschroomd op de wens van de “burgers om een normaal leven” te kunnen leiden.

Driekwart jaar lang konden de nationalistische regeringen in Estland, Letland en vooral Litouwen zich verheugen in een comfortabele meerderheid die hen in staat stelde de druk uit Moskou soeverein te weerstaan. Maar nog geen week nadat de eerste sociaal-economische consequenties van het onafhankelijkheidstreven op straat zichtbaar werden, bleek het viswater toch veel troebeler dan verwacht. Leken de Russische minderheden die om etnische en ideologische redenen bij de Sovjet-Unie willen blijven tot voor kort slechts zielige hoopjes die achter de feiten aanholden, nu hebben ze ineens de wind mee. En ze hebben daarvan snel, sluw en door Moskou gesteund gebruik weten te maken. Een spandoek dat gistermiddag bij een nogal massale demonstratie in de Letlandse hoofdstad Riga werd meegevoerd, vatte het nieuwe klimaat misschien wel het effectiefst samen. “Via honger naar de onafhankelijkheid? ”, aldus de retorische tekst.

Deze leuze werd in verschillende varianten meegevoerd. Niet alleen in Riga dat voor zestig procent Russisch is maar ook in Vilnius waar nu al dagen door tegenstanders van de nationalistische regering van parlementsvoorzitter ('president') Vytautas Landsbergis wordt gedemonstreerd en, sinds gistermiddag, ook gestaakt. Dat de Russen zich juist in Litouwen zo fel roeren, een land waar de autochtonen tachtig procent van de bevolking uitmaken, was dan ook het belangrijkste signaal van de afgelopen week dat niet louter en alleen kan worden afgedaan met een verwijzing naar het feit dat de Russen in deze Baltische staat nog altijd op zeer veel bestuurlijke en economische sleutelposities zitten.

Dat het sociaal-economische beleid het breukvlak van de strijd is geworden waarvan de gewapende macht nu gebruik maakt, komt niet uit de lucht vallen. Het verlangen naar waarlijke onafhankelijkheid was namelijk niet alleen staatkundig van aard maar ging vanaf het begin gepaard met de wens om ook de weg naar de vrije markteconomie zo snel mogelijk in te slaan. In de drie staten werden daarom per 1 januari van dit jaar de prijzen drastisch verhoogd, tussen de tweehonderd en achthonderd procent maar liefst. De motieven lagen voor de hand. Een liberale economie is niet mogelijk zolang de kosten van het levensonderhoud via subsidies kunstmatig laag worden gehouden, zeker niet als je onder het juk van de centrale macht in Moskou wil bevrijden.

Maar juist dit aspect van de vorig jaar geproclameerde soevereiniteit werd, uiteraard, niet door iedereen begrepen. De recente ontwikkelingen in Litouwen staan daarvoor model, zoals de zuidwestelijkste van de drie republieken ook een jaar geleden ook in positieve zin het voorbeeld was voor de rest. Het Litouwse prijsbeleid was niet ingebed in een “conkreet economisch programma”, zoals het Litouwse parlement vier dagen voor het uur U eind vorig jaar zelf al vaststelde. De door Russen en Moskou-communisten geleide organisatie 'Eenheid' zette er vervolgens haar eerste wapen (de demonstratie) tegen in, niet toevallig op dezelfde dag dat het sovjet-ministerie van defensie aankondigde dat er parachutisten zouden worden ingezet bij de gedwongen recrutering van de dienstplichtigen die zich massaal (87, 5 procent in Litouwen, driekwart in de andere twee staten) hebben ontrokken aan de januari-lichting van 1991.

Het Litouwse parlement voelde zich in het defensief. Bij de eerste de beste serieuze betoging tegen zijn beleid nam de Opperste Sovjet de prijsverhogingen terug. Premier Kazimiera Prunskiene, die op dat moment een gesprek had met president Michail Gorbatsjov zelf, trok de consequenties en trad bij terugkomst onmiddellijk met haar hele regering af. Parlementsvoorzitter Landsbergis, de belichaming van het Litouwse nationalisme, kon volgens de correspondent van de Komsomolskaja Pravda (het belangrijkste en meest radikaal-democratische dagblad van de Sovjet-Unie) een 'glimlach' niet onderdrukken toen ze dit besluit op de buhne van het parlement publiekelijk bekend maakte. Het was immers al langer een publiek geheim dat Landsbergis en Prunskiene uit elkaar gedreven waren, onder andere omdat de premier (het mislukken van de onderhandelingen met Moskou is niet louter hun schuld maar ook onze fout, zei Prunskiene afgelopen zomer zelfkritisch nadat er niets terecht was gekomen van de besprekingen met de regering-Ryzjkov) in de ogen van Landsbergis te meegaand was.

Het ontslag van premier Prunskiene was om twee redenen tekenend voor de spiraal waarin vooral Litouwen nu verzeild is geraakt. Ten eerste omdat in de drie staten al enige tijd gewaarschuwd werd voor het 'scenario' dat zich nu ontrolt. Het waren vorige maand juist de nationalisten die wisten te vertellen dat de Moskou-getrouwen naar een alibi zochten waarmee Gorbatsjov een direct 'presidentieel bestuur' over de Balten zou kunnen rechtvaardigen. Ze verwezen daarbij zelfs dramatisch naar de ervaring van 1940 toen het ook de communistische partijen waren die de voedingsbodem moesten scheppen waarop Stalins annexatie later kon gedijen. Alleen als de sociaal-economische toestand uit de hand zou lopen of de rechtstaat gevaar liep, zouden de Russen ('de vijfde colonne') een kans hebben om hulp van het staatshoofd in Moskou in te roepen, was de les die ze de bevolking voorhielden. Aldus lijkt nu niettemin te geschieden. Althans, een begin is gemaakt. Het dreigende telegram dat de president gisteren aan het Litouwse parlement verzond, maakte niet voor niets gewag van de “eis van burgers, organisaties en arbeidscollectieven volk om de grondwettelijke orde van de Sovjet-macht te herstellen en de veiligheid en normale leefomstandigheden van het volk te beschermen”. Het sprak zelfs van “herstel van een bourgeois-systeem”. Een “doodlopende straat”, aldus Gorbatsjov.

Ten tweede omdat het illustreerde hoeveel moeite de nationalistische beweging momenteel had gekregen om tussen haar eigen achterban en de buitenlandse realiteit door te laveren. De moedeloosheid waarmee Prunskiene dinsdagavond haar laatste woorden sprak, gaf dat aan. De ex-premier, anders dan Landsbergis ex-communiste en daarom bekend met haar pappenheimers, volstond met een enkel woord: “dat is alles”. Een houding waarmee ze dezer dagen de handen niet op elkaar krijgt, getuige de keuze die de Litouwse vice-president Kazimieras Motieka het volk gisteren via de radio voorhield. “Onafhankelijkheid of eeuwige slavernij”, zei hij terwijl buiten het parlementsgebouw de demonstraties en tegendemonstraties doorgingen.

Of wist Prunskiene meer en trad ze daarom af? Dat kan er op wijzen dat ze de verantwoordelijkheid voor de escalatie niet meer wilde nemen. Maar het kan er ook op duiden dat het doel van Gorbatsjov niet is om Litouwen (en in het verlengde daarvan de andere baltische republieken) honderd procent op de knieen te dwingen maar slechts om het land met geweld tot substantiele toezeggingen te forceren en heeft hij daarbij een minder radikale coaltieregering achter de hand. De Russische minderheidheid in Litouwen sloot samenwerking met eenlingen uit de nationalistische Sajudis-beweging gisteren tenslotte niet uit.

Tekenend was de afgelopen dagen dat Litouwen met deze principiele keuze van Motieka nu eens niet de weg aan de twee andere Baltische landen leek te wijzen. Estland spreekt al sinds begin van deze week een toon lager. Premier Edgar Savisaar voerde eergisteren zelfs bilateraal een gespek met sovjet-minister van defensie Dimitri Jazov. Een 'paritaire' commissie die het probleem van de dienstplicht moet gaan onderzoeken, was het resultaat daarvan. Er werd vanuit Tallinn onmiddellijk aan toegevoegd dat hieruit niet geconcludeerd mocht worden dat Estland tot concessies geneigd was. Morgen zal in de 'federatieraad', het orgaan waarin vertegenwoordigers van alle vijftien sovjet-republieken zitting hebben, moeten blijken of Gorbatsjov de nationale bewegingen wil kraken of op zijn voorwaarden tot onderhandelingstafel wil krijgen.

    • Hubert Smeets