Brits kabinet praat over effecten oorlog in de Golf

LONDEN, 11 jan. - Het Britse kabinet onder leiding van premier John Major heeft gisteren een opmaat tot het begin van een oorlog in de Golf gegeven door overleg over benzinerantsoenering, het effect van terreuraanslagen en de staat van gereedheid waarmee ziekenhuizen gewonden zullen kunnen opvangen. Vandaag is de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, voor een laatste ronde bezoeken aan een vijftal Golfstaten begonnen, voor op 15 januari het VN-ultimatum aan Irak verstrijkt.

Armageddon zal het in de vrijwel zeker geachte actie tegen Saddam Hussein niet worden, zei Hurd gisteren tegen de BBC, “omdat ik niet geloof dat er van kernwapens gebruik gemaakt zal worden. Maar oorlog is een door en door destructief iets, dat een hoop lijden veroorzaakt. Dat is de reden dat we vijfeneenhalve maand gewacht hebben”.

Afgezien van Hurds bezigheden in het kader van de Europese Gemeenschap en het bezoek van premier Major aan de Golf zijn er in Groot-Brittannie de laatste weken nauwelijks tekenen geweest dat het vooruitzicht van een naderende oorlog de Kerstvakantie kon bederven. Na de terugkeer van de Britse gijzelaars uit Irak en Koeweit, vlak voor Kerstmis, is het hele land, inclusief de volksvertegenwoordiging met reces gegaan. De aanwezigheid van 35.000 man Britse troepen in de Golf, van wie er naar officiele schatting ten minste 15 procent zal worden gedood of gewond in een oorlog, heeft zelfs het Lagerhuis niet uit zijn winterslaap kunnen halen. Pas op 15 januari, de dag waarop het ultimatum verstrijkt voor de Iraakse terugtrekking uit Koeweit, heeft een debat over de Britse rol in de Golf plaats. De verwachting is dat een overgrote meerderheid van de parlementariers, Labour incluis, de regering dan een vrijbrief zal geven voor het inzetten van “onze jongens” en het gebruik van geweld om Irak te verdrijven uit Koeweit.

Anders dan in de Verenigde Staten is er in Groot-Brittannie geen wijdverbreide oppositie tegen het gebruik van militaire middelen om in de Golf orde op zaken te stellen. Dat verschijnsel lijkt vooral verklaarbaar uit het feit dat het land geen tastbare herinnering heeft aan een Vietnam, maar wel aan de recente Falklandoorlog, waaruit our lads als glorieuze overwinnaars tevoorschijn kwamen. De laatste opiniepeiling geeft aan dat ten minste 75 procent van de Britse kiezers achter de regering zou staan indien het tot een oorlog zou komen. En geruststellender nog voor de regering: de publieke opinie voor het gebruik van grondtroepen bij een invasie van Koeweit en Irak en voor het bombarderen van militaire doelen in Irak is groter dan ooit tevoren.

Werkelijk prominente dissidenten in al dit vertoon van unanimiteit zijn alleen ex-premier Edward Heath te rechter- en ex-minister van buitenlandse zaken Denis Healey aan de linkerzijde van het politieke spectrum. De middenpartij der liberale democraten (SLD) steunt de regering. Labourleider Neil Kinnock weet dat zelfs maar de verdenking dat Labour onbetrouwbaar is op gebied van vrede en veiligheid hem de verkiezingen kan kosten. Dus regeert hij met ijzeren hand over zijn medestanders en houdt niet op te herhalen dat Labour de Britse troepen, indien ze worden ingezet, uit de volheid des harten ondersteunt. Anderzijds doet hij toch enige concessies aan zijn achterban door te onderstrepen dat elke mogelijkheid tot een diplomatieke oplossing moet worden uitgebuit en door te zeggen dat op het effect van sancties “zolang mogelijk” gewacht moet worden. Dissidenten als Tony Benn en Tim Dalyell, die de zweep van de partijleiding negeren en het gebruik van militair geweld openlijk als “waanzin” afschilderen, worden door Kinnock cs meteen als onverantwoordelijke zonderlingen terzijde geschoven. Op het verwijt dat de Labour Party van twee walletjes probeert te eten, door zowel om sancties te roepen als ook het inzetten van troepen te steunen, antwoordde Kinnock gisteren dat hij niet kon beoordelen wanneer het aangaan van een oorlog onvermijdelijk is, “omdat wij verdrietig genoeg niet over de inlichtingenrapporten en de analyses daaruit kunnen beschikken”.