WRR: kabinet moet minimumloon verlagen

DEN HAAG, 10 JAN. Verlaging van het minimumloon en afschaffen van fiscale voordelen voor kostwinners kan een groot aantal mensen extra aan het werk helpen. Dit staat in het rapport dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vanochtend heeft uitgebracht onder de titel 'Een werkend perspectief: Arbeidsparticipatie in de jaren negentig'.

Het uitgangspunt van de WRR is dat in Nederland meer mensen betaald werk moeten gaan doen. In het rapport stelt de WRR een groot aantal maatregelen voor om met name vrouwen, oudere mannen en werklozen boven de 27 jaar aan het werk te krijgen. De raad denkt dat door alle maatregelen uiteindelijk 750.000 mensen meer aan het werk kunnen.

In Nederland wordt er, zeker ten opzichte van andere westerse landen, weinig betaald werk gedaan, zo stelt de raad. Dit verhoogt de collectieve uitgaven. Het probleem wordt steeds groter doordat er meer ouderen en minder jongeren komen. Tegelijkertijd is sprake van een toenemend tekort aan werknemers in sommige beroepen.

Volgens de WRR zijn het vooral de 'kostwinnerselementen' in de sociale zekerheid, het minimumloon en het belastingstelsel die vrouwen belemmeren betaald te gaan werken. De raad stelt daarom voor deze elemeten zoveel mogelijk te schrappen. Als er van wordt uitgegaan dat van het minimumloon geen gezin onderhouden hoeft te worden kan het met 30 procent omlaag, zo redeneert de raad. De WRR wijst er op dat in 0, 4 procent van de gevallen gezinnen van een minimumloon leven.

Ook adviseert de raad een ontkoppeling van het minimumloon en de uitkeringen. Door het invoeren van een zogeheten 'partner-uitkering' zouden de minima die een gezin moeten onderhouden hun “relatieve welvaartspositie” kunnen handhaven.

Ook op het vlak van de belastingen wil de WRR het voor vrouwen financieel onaantrekkelijk maken thuis te blijven. De raad stelt voor het 'overdrachtsbeginsel' in de belastingen af te schaffen. Volgens dit beginsel heeft een werknemer het recht de belastingvrije basisaftrek van de niet-werkende partner bij de zijne op te tellen. Dit zou 100.000 vrouwen doen besluiten een betaalde baan te zoeken.

De extra belastingen die deze maatregel opbrengen kunnen volgens de raad worden besteed aan hogere kinderbijslag en kinderopvang. Het gebrek aan kinderopvang in Nederland vormt volgens de WRR de grootste belemmering voor vrouwen om de arbeidsmarkt op te gaan.

De WRR pleit ervoor - als vervolg op het Jeugdwerkgarantieplan - ook werklozen die ouder zijn dan 27 jaar via zogeheten 'werkervaringsplaatsen' naar de arbeidsmarkt te loodsen. Verder

moeten de scholingsmogelijkheden van werklozen, arbeidsongeschikten, maar ook van werkenden worden vergroot. Ze moeten meer “marktgericht” worden, en in alle bedrijfstakken moet een vaste 'scholingsinfrastructuur' komen.

De WRR stelt verder voor de percentages van de strafkortingen op uitkeringen tot 25 procent te verhogen. Het begrip passende arbeid zou moeten worden verruimd, zowel voor werklozen als voor arbeidsongeschikten. Ook zou er meer controle moeten komen, en bovendien zou het verschil tussen lonen en uitkeringen moeten worden vergroot.

Ouderen, en vooral oudere mannen, moeten volgens de WRR weer tot hun 65-ste kunnen werken of langer als ze dat willen. De raad stelt voor een deeltijd-VUT in te stellen.

Pag. 10 Reacties op WRR-rapport