Witold Gombrowicz' Yvonne in regie van Guy Joosten bij gezelschap Art en Pro; Politiek is een alibi om de eigen beerput te sluiten

Bij het toneelgezelschap Art en Pro gaat zaterdag Yvonne van de Poolse toneelschrijver Witold Gombrowicz in premiere. De Vlaming Guy Joosten (27) regisseerde het bizarre sprookje over een lelijk eendje dat een compleet koninkrijk aan het wankelen brengt. Een gesprek over “het ongeleefde leven onder een ontzettende mestlaag”.

AMSTERDAM, 10 jan. - Op de tafel in het repetitielokaal torent een stapeltje uiteenlopende lectuur. Het duivelsrijk van Ceausescu door de ex-chef van de Securitate en de biografie van keizer Haile Selassi, maar ook Vecht voor je geluk, zoals ik door de Prins van Lignac, alias multimiljonair Bram van Leeuwen. Een boek ligt veelzeggend apart: het volledige toneelwerk van de Poolse schrijver Witold Gombrowicz. Spelers en regisseur van het gezelschap Art en Pro hebben het van begin tot eind gezamenlijk doorgenomen, ter verhoging van het begrip van Yvonne, het stuk dat Gombrowicz in 1938 schreef en dat nu, in het bijna voltooide decor van architect Hans Dieter Schaal, gerepeteerd wordt.

De andere lectuur, over glamour en terreur, ligt er evenwel niet voor niets. In Yvonne - of Yvonne, prinses van Bourgondie, zoals de oorspronkelijke titel luidt - verlieft een prins zich in de titelheldin, een foeilelijk en volstrekt niet voor het hofleven geschikt meisje. Het koninklijke paar en de hofhouding houden de prinselijke verliefdheid dan ook voor een macabere grap.

Macaber is het inderdaad, maar anders dan zij zich voorstellen. De loutere aanwezigheid van Yvonne stelt hun hele, zelfgenoegzame bestaan ter discussie, inclusief dat van de opstandige prins. De ontreddering in de koninklijke harten wordt zelfs zo groot, dat alleen de dood van de arme Yvonne de rust kan doen weerkeren.

Anders dan gebruikelijk is Yvonne (gespeeld door Marieke van Leeuwen) in de versie van Joosten niet lelijk. Haar enige “misdaad” is haar zwijgzaamheid: Joosten schrapte alle toch al spaarzame tekst die Gombrowicz haar in de mond legde. “Ik heb het verhaal niet willen illustreren en het daarentegen van zijn anekdotische, feeerieke karakter willen ontdoen. De hofhouding is bij mij niet letterlijk een hofhouding: het gaat mij erom een hierarchische structuur met een eigen code te laten zien. Ooit zijn binnen deze groep afspraken gemaakt, die bindend blijken tot de dood erop volgt. In zo'n wereld heerst de vervlakking; onder de ontzettende mestlaag van de groepscode houdt zich het ongeleefde leven schuil, de poezie. Daarom - en niet vanwege haar vermeende lelijkheid - is Yvonne zo bedreigend, zij is de verpersoonlijking van de natuur, de kunst, de oorspronkelijkheid.”

Volgens Joosten heeft zijn keuze van dit stuk te maken met zijn ensceneringen van werk van de Zweedse schrijver Lars Noren en van John Hopkins, van wie hij vorig jaar Losing Time regisseerde. “Gombrowicz, Hopkins en Noren liggen in elkaars verlengde. Bij de eerste zijn oorspronkelijke emoties taboe, bij de tweede worden ze geseksualiseerd. Bij Noren, naar mijn overtuiging de meest analytische schrijver van dit moment, fungeert de taal als maskerade. Noren is ongelooflijk muzikaal en schrijft partituren, waarin je als regisseur de structuur moet zien te vinden. Het is een uitdaging om in de vracht aan woorden die hij aansleept te achterhalen welke waarachtig en welke slechts vorm zijn, een verdoezeling van een emotie of een drijfveer. Maar ik ga met Noren niet anders om dan met enig ander auteur: ensceneren komt altijd neer op de analyse van de krachtlijnen in een stuk.”

Joosten (27) wilde al vroeg acteur worden, maar afkomstig uit het Belgische Hasselt, “een cultureel achterland”, besloot hij op zijn zeventiende een logopedie-opleiding te gaan volgen. Hij verhuisde naar Antwerpen en belandde daar toch al snel op de toneelafdeling van het Conservatorium, bij actrice-docente Dora van der Groen, “de moeder van de Vlaamse golf”, zoals hij haar noemt. “Als er al sprake is van een raakvlak tussen alle Vlaamse regisseurs, die nu min of meer succesvol zijn in Nederland, dan is zij dat. Lucas Vandervorst, Dirk Tanghe, Sam Bogaerts, Luk Perceval en ik - we komen allemaal bij haar vandaan. Voor haar tijd werd theater benaderd als een marionettenkast, door docenten die zelf gefrustreerde theatermakers waren. Dora van der Groen provoceert juist tot meningen, tot keuzen. Daardoor onderkende zij al snel wat ik later ook zelf ervoer: dat ik beter was in regisseren, in het kanaliseren van processen, dan in acteren.”

Na zijn opleiding richtte Joosten de Blauwe Maandag Compagnie op, een inmiddels succesvol gezelschap, dat naar Vlaamse begrippen met 1, 25 miljoen gulden vrij royaal gesubsideerd wordt en waarover hij nog steeds, samen met mede-oprichter Luk Perceval, de artistieke leiding heeft. Dat hij nu een regie doet bij Art en Pro, het gezelschap van Frans Strijards die sinds de oprichting enkele jaren geleden alle regies voor zijn rekening heeft genomen, heeft te maken met vriendschap en verwantschap.

“Yvonne leek me bij uitstek geschikt voor de spelers van Art en Pro, omdat zij gewend zijn mede-verantwoordelijkheid te dragen en mee te denken. Dat vergemakkelijkt aanzienlijk de enscenering van een stuk, waarvan het allegorische karakter op het eerste gezicht een absoluut voorbije vorm lijkt. Uiteraard is het stuk vaak geinterpreteerd als kritiek op de politieke situatie in het Oostblok. Maar Gombrowicz noemde het zelf een “biologisch-sociaal” stuk, en die benadering is veel ruimer. Het gaat om de groep die zich tegen het afwijkende individu keert - en dat is eigen aan de mens en dus universeel. Daarom ook laat ik in de scenes waarin Gombrowicz slechts twee personages op het toneel zet, steeds de hele groep aanwezig zijn. Dat heeft een veel dwingender effect.”

“Ik heb het stuk tijdens de voorbereidingen op een psychologische manier geanalyseerd, maar in de uitwerking hebben we ons van de psychologie verwijderd. De personages krijgen zelden de gelegenheid te reflecteren op hun handelen. Hun angst voor verveling, voor het niet-handelen en voor de stilte is pathologisch. Daarom is het geringste signaal over wat er allemaal verdrongen is, voldoende om extreme reacties op te roepen. Als de koning maar even zinspeelt op de vermeende slordigheid van de koningin, raakt zij op slag paranoide. Op grotere schaal zie je vaak hetzelfde gebeuren rondom taboes in de samenleving: het verdrongene is een vruchtbare voedingsbodem voor extremisme.”

Toevallig wordt Gombrowicz' stuk op dit moment ook door het Vlaamse gezelschap Theaterteater opgevoerd. Daarin is Yvonne lelijk, zoals gebruikelijk - de Yvonne van Joosten is vooral mysterieus. Joosten: “Men ensceneert het verhaal, de politieke allegorie en gaat voorbij aan de filosofie. Maar politiek is slechts een alibi, een alibi voor een structuur die niet aangetast mag worden. Die structuur leidt tot lethargie, tot leegheid en, het ergste, slechte smaak. Niet Yvonne's lelijkheid maar de drang van de anderen om de eigen beerput gesloten te houden leidt tot haar ondergang. Zij past simpelweg niet in de conventie.”

    • Pieter Kottman