Verzekeraars: tarieven van apothekers omlaag

DEN HAAG, 10 jan. - Ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars willen dat apothekers bijna tachtig miljoen gulden per jaar inleveren op hun tarieven als zij per 1 april weer bonussen en kortingen van groothandel en farmaceutische industrie mogen krijgen. Die vermindering komt neer op gemiddeld 70.000 gulden per apotheek.

Kortingen op medicijnleveranties en bonussen in de vorm van een partij gratis geneesmiddelen zijn vanaf 1 januari 1988 verboden voor apothekers, tenzij ze dit voordeel doorberekenen in de prijzen van medicijnen. Bij het van kracht worden van het nieuwe vergoedingssysteem voor geneesmiddelen (GVS) per 1 april van dit jaar is het apothekers weer toegestaan dergelijke handelsvoordelen te ontvangen. Dat blijkt uit het convenant tussen apothekers, huisartsen, specialisten, ziekenfondsen en particuliere verzekeraars. Hoewel dat convenant nog altijd niet is getekend door alle partijen, is WVC in vergaande mate akkoord met de overeenkomst, onder meer op dit punt.

In het convenant hebben de ziekenfondsen al aangekondigd “bij het bepalen van de totale vergoeding in de landelijke overeenkomsten tussen apotheekhoudenden en ziekenfondsen rekening te houden met de door apotheekhoudenden te behalen handelsvoordelen”. Ziekenfondsen en particuliere verzekeraars voelen er echter niet voor om die bonussen en kortingen per individuele apotheek (er zijn er 1.133) te verrekenen. De fondsen gaan er daarom van uit dat apothekers globaal tussen 25.000 en 125.000 gulden per jaar aan kortingen en bonussen binnenhalen.

Voorafgaand aan de vaststelling van het nieuwe tarief wordt nu door de apothekersorganisatie KNMP, de ziekenfondsen (VNZ) en de particuliere verzekeraars (KLOZ) onderhandeld. De onderhandelaar van de KNMP wilde vanochtend geen commentaar geven op de eis van VNZ en KNMP. Volgens fondsen en verzekeraars zijn de apothekers nog bezig allerlei praktijk-onkosten op te voeren om het bedrag van 70.000 gulden omlaag te brengen. Zeker de VNZ houdt echter vast aan dat bedrag, omdat het is gebaseerd op een minimale schatting van het totaal aan handelsvoordelen tussen groothandelaren, industrie en apothekers.