Surinaams Nationaal Leger is overal en nergens; Leger verschanst zich steeds meer in burgermaatschappij

PARAMARIBO, 10 jan. - Wie in Paramaribo militaire voertuigen ziet rijden, kan verbaasd vaststellen dat de inzittenden veelal in burger gekleed gaan. Ook militairen die geregeld op de Centrale Markt rondlopen zijn meestal niet als zodanig herkenbaar. Het Surinaamse leger is overal en nergens. En juist dat boezemt velen vrees in.

De legertop wil dat de Militaire Politie de algemene opsporingsbevoegdheid terugkrijgt. Volgens Bouterse een bittere noodzaak om de inderdaad sterk gestegen misdaad in te dammen. De oproep wekte wantrouwen en weerzin bij veel Surinamers. Want het leger zelf - althans elementen eruit - speelt een niet geringe rol in de criminaliteit. Gesprekken met politiefunctionarissen maken duidelijk dat van een werkelijke verzoening tussen leger en politie dan ook geen sprake is. Toenaderingspogingen van de legertop tijdens de 'kerstcoup' hebben slechts een schijnbare harmonie bewerkstelligd.

Zelfs opmerkingen van Bouterse over het economisch beleid worden in de Surinaamse zakenwereld met argwaan aangehoord. Was het toeval dat de legerleider in zijn oudejaarsrede de produktie van graniet en steenslag noemde als mogelijkheden om Suriname er economisch bovenop te helpen? Militairen en ex-militairen krijgen juist in deze sectoren steeds grotere belangen. Ondernemers in Paramaribo hebben de laatste tijd enige vrees voor een telefoontje uit het militaire kampement. Niet omdat ze denken te worden opgepakt, maar omdat Bouterse belangstelling zou kunnen tonen voor hun bedrijf. “Ik ben persoonlijk enkele malen door hem gebeld”, zegt een vooraanstaand zakenman.

Het Surinaamse leger lijkt zich naar Indonesisch of Latijnsamerikaans model zodanig in de burgermaatschappij te verschansen dat het nauwelijks meer weg te denken is. De maatschappelijke invloed van de militaire elite wordt zo vrijwel onaantastbaar.

Militairen en ex-militairen hebben de afgelopen jaren reeds allerlei ondernemingen opgericht. Zo hebben de voormalige officieren P. Bhagwandas en A. Gorre, beiden in 1980 betrokken bij de sergeantencoup van Bouterse, een bewakings- en duikersbedrijf. Ondercommandant van de Militaire Politie, M. Zeeuw, bezit enkele uitgaansgelegenheden.

Sinds kort gaat de belangstelling van militairen echter uit naar meer essentiele economische sectoren, zoals de bouw. Ook de visserij heeft de militaire interesse. De financiele basis voor de economische activiteiten van de militairen is volgens Surinaamse zakenkringen deels al gelegd voor 1987, de periode van de militaire dictatuur. Voor de betrokkenheid van de legertop bij de lucratieve drugssmokkel bestaan nog steeds geen harde bewijzen.

Onlangs was ex-officier R. Rozendaal, voormalig commandant van de lijfwacht van Bouterse, het middelpunt van een overname-affaire die veel opzien heeft gebaard in de Surinaamse zakenwereld. Niemand wil er openlijk over spreken, maar de feiten over de verkoop van het steenslagbedrijf van ondernemer D. Sohansing worden ook door niemand tegengesproken.

Rozendaal, weliswaar uit actieve dienst maar zoals wel vaker in Suriname nog steeds op de loonlijst van het leger, is belast met het beheer van de voorraden dynamiet. Uit veiligheidsoverwegingen mag dit niet in handen komen van burgers. Rozendaal kreeg zo het monopolie over de springstoffen die voor het 'losschieten' van de steenslag onmisbaar zijn. Eerst eiste hij een deel van de steenslagproduktie op. Uiteindelijk kwam het hele bedrijf van Sohansing voor zeven miljoen Surinaamse guldens in zijn handen.

Sinds de overname is de prijs van steenslag in Suriname in luttele tijd gestegen van 300 tot zo'n 1.000 gulden per kubieke meter. Ook andere bouwmaterialen, waaronder hout, zijn duurder geworden. Het hout komt uit de streek waar de gewapende Tucajana-indianen ( “Voorzover mijn informatie strekt een creatie van het leger”, aldus vakbondsleider F. Derby) heer en meester zijn. Wie hout uit het binnenland wil halen, moet in Paramaribo commissie betalen. Volgens Surinaamse zakenlieden zit daar een hoge militair “aan de kassa”.

In Surinaamse zakenkringen gaat men ervan uit dat Rozendaal als compagnon of stroman van Bouterse is opgetreden, maar bewijzen daarvoor ontbreken. Vast staat dat de Surinaamse legerleider grote belangstelling heeft voor de sector van bouwmaterialen. “Ik weet uit eigen informatie dat Bouterse contact heeft gehad met de directeur van het steenslagbedrijf Grassalco”, zegt Derby. De directeur werd volgens hem verzocht zich te onderhouden met enkele zakenlieden die zich orienteerden op het overheidsbedrijf Grassalco. Onder hen was G. Chin a Sen, broer van de voormalige president, die al vele jaren goede relaties met de militaire top onderhoudt.

Derby is een van de weinigen die openlijk durven praten over de gevoelige zakelijke verwikkelingen. Hij vindt het “onverstandig” dat Bouterse zich persoonlijk met dit soort zaken inlaat. De vakbondsleider maakt zich zorgen dat hij straks mogelijk niet meer weet met wie hij als onderhandelaar in de bedrijven te maken heeft. Derby: “Je moet geen verstrengeling van belangen krijgen. Ik zou het onjuist vinden als Bouterse het leger als instrument voor zijn economische activiteiten gebruikt.”

Dat Bouterse economische activiteit ontplooit, is wel zeker. Onlangs kocht hij een citrusplantage in het district Commewijne. Mogelijk heeft hij ook belangen in een granietbedrijf dat voor twaalf miljoen gulden door een hindoestaanse zakenman werd overgenomen. De legertop was in elk geval snel op de hoogte van het feit dat dit bedrijf problemen had met de bank.

Over de exacte omvang van de zakelijke belangen van de Surinaamse legerleider valt weinig met zekerheid te zeggen. “Ik ga het ook niet onderzoeken”, zegt een financieel deskundige. “Inderdaad, uit angst.” Schattingen in de Surinaamse zakenwereld van het persoonlijk vermogen van Bouterse lopen in de tientallen miljoenen dollars.

Bouterse pleegt zijn zakelijke activiteiten in interne kring te verdedigen met een etnisch-politiek argument. Nadat de hindoestanen de economische macht in Suriname hebben veroverd, is het nu aan de creoolse bevolkingsgroep om zich economisch te emanciperen. Zo wordt het maatschappelijk evenwicht in Suriname hersteld. Bouterse wil in deze worden beschouwd als de voorman van de creoolse bevolkingsgroep, die in politiek opzicht al lang is geemancipeerd. Het leger is tenslotte een overwegend creools apparaat.

Over de omvang van het Surinaamse leger is officieel niets bekend. “Wij geven geen militaire geheimen prijs”, zegt commandant Ch. Mijnals die lid is van het Militair Gezag. Tot nu toe ging men algemeen uit van 4.000 tot 5.000 manschappen. Volgens een hoge officier zijn het er ruim 8.000. De Surinaamse krijgsmacht zou in dat geval als percentage van de totale bevolking (400.000) drie maal de omvang hebben van de Nederlandse. De veiligheidsdienst van naar schatting 1.000 tot 2.000 medewerkers, onder wie ook burgers, is hierbij buiten beschouwing gelaten.

Het Surinaamse leger telt weinig dienstplichtigen. De reden is simpel: het ongekend hoge aantal dienstweigeraars. Volgens cijfers van het departement van defensie is het percentage weigeraars opgelopen tot negentig. Een indicatie dat het leger bij de bevolking niet bijster populair is. Al speelt ook een rol dat weinig Surinaamse jongeren er voor voelen met gevaar voor eigen leven tegen het Junglecommando van Brunswijk te vechten.

Dat de vorige regering nooit maatregelen tegen de weigeraars nam, wordt door het Militair Gezag als sabotage beschouwd. En de weigering gesneuvelde militairen postuum te honoreren is door Bouterse en de zijnen opgevat als een regelrechte belediging. Zoals ook het getraineer van ambtenaren bij het financieel honoreren van bevorderingsbesluiten de woede van de legertop wekte. Het schiep volgens Mijnals mede het klimaat voor de 'telefooncoup' van 24 december. “Het leger werd ondergraven”, zegt hij.

Volgens Mijnals is het, na de vervroegde verkiezingen in mei, aan de nieuwe regering de grondwet zo te wijzigen, dat een 'constitutionele ingreep' als op kerstavond onmogelijk wordt. Het leger zal dan als instituut geen politieke rol meer spelen. Maar dat wil volgens Mijnals niet zeggen dat militairen geen actieve rol in de samenleving meer zullen spelen. Mijnals: “Ik heb zelf geen economische belangen, maar dat wil niet zeggen dat ik het verkeerd vind. En niet dat het ons streven is, maar in landen elders in Latijns-Amerika is de grip van de militairen op de maatschappij veel groter. “