Saddam Hussein zal zijn machtsdromen niet opgeven

Degenen die dachten dat Irak tijdens de ontmoeting Baker-Aziz gisteren in Geneve voor een verrassing zou zorgen, hebben ongelijk gekregen. De persconferenties na afloop toonden aan dat Baker over Koeweit, maar Aziz voornamelijk over de Palestijnse kwestie had gesproken. Van enige toenadering is niets gebleken. Of het gesprek er toe bijdraagt Saddam Hussein ervan te doordringen dat het de Amerikanen ernst is - Bush zei gisteren ervan overtuigd te zijn dat hij dit nog steeds niet beseft - zou moeten worden afgewacht.

De kansen op een vreedzame oplossing van het conflict zijn gisteren verder verkleind. Maar voor 15 januari kunnen nieuwe pogingen worden verwacht om de oorlog te voorkomen. Opvallend is dat Baker in zijn persconferentie drie maal zinspeelde op een missie van de secretaris-generaal van de VN naar Bagdad en dat Aziz liet weten dat Perez de Cuellar daar welkom was, ondanks het negatieve resultaat van een soortgelijke missie van de secretaris-generaal enkele maanden geleden. Intussen is Perez de Cuellars bezoek aangekondigd. Uiteraard is hij gebonden aan de twaalf Veiligheidraadresoluties over Koeweit die Irak zo hardnekkig blijft verwerpen. Heel groot lijken zijn kansen dus niet.

Nu Aziz weigert in Algiers de troika van de Europese Gemeenschap te ontmoeten en zijn voorstel over Bagdad als ontmoetingsplaats voor de Twaalf niet aanvaardbaar is, lijken de kansen op het alsnog totstandkomen van een Europees-Iraaks overleg gering. Maar kennelijk bereidt Frankrijk, samen met een of meer Arabische landen, nieuwe initiatieven voor. Uit de woorden van Mitterrand op zijn persconferentie gisteren valt op te maken dat de gedachte van het in het vooruitzicht stellen van een internationale vredesconferentie over het Midden-Oosten, als middel om de pil van een terugtrekking uit Koeweit te vergulden, een centrale rol speelt bij deze plannen. Maar zou Saddam Hussein, die nog dezer dagen verklaarde dat Koeweit tot Irak behoort als een tak tot een boom, bereid zijn in ruil voor een dergelijke toezegging het land te ontruimen? Weliswaar heeft Aziz gezinspeeld op concessie-bereidheid als een koppeling met het Palestijnse vraagstuk deel van het overleg zou uitmaken, maar het lijkt er voorshands eerder op dat de formule-Mitterrand nauwelijks als koppeling wordt gezien.

Machtiging

De kans lijkt dus groot dat 15 januari aanbreekt zonder dat Irak tekenen vertoont met de ontruiming van Koeweit zelfs maar te beginnen. De coalitie tegen Irak heeft dan de machtiging van de Veiligheidsraad om militaire actie tegen dit land te beginnen, maar is daartoe niet verplicht. En in het Amerikaanse Congres zijn er vooral onder de Democraten aanhangers te vinden van de gedachte om voorshands van geweld af te zien en tot bijvoorbeeld september te wachten of economische sancties Saddam Hussein zullen noodzaken Koeweit op te geven.

De bezwaren die daartegen worden aangevoerd zijn evenwel aanzienlijk. Het is zeer de vraag of de coalitie zo lang eensgezind zal blijven. De Palestijnse kwestie kan makkelijk een twistappel worden en het oprukken van de conservatieven in Moskou kan leiden tot een zodanige verslechtering van de relatie Moskou-Washington dat de voor het bijeenhouden van de coalitie zo essentiele eengezindheid van de beide landen in de Golfcrisis daardoor zou kunnen worden aangetast. Bovendien zijn er zeer verschillende taxaties van het effect van de sancties op Husseins militaire apparaat.

Wellicht zullen deze bezwaren er toe leiden dat een meerderheid van het Congres ten slotte Bush zal geven wat hij wenst: een machtiging om, als hij dit nodig acht (hij verklaarde ook gisteren uitdrukkelijk een beslissing in deze zin nog niet te hebben genomen) militair geweld tegen Irak te gebruiken.

Hoe afschuwelijk het vooruitzicht van een oorlog is, hoeft nauwelijks betoog. Een conventioneel conflict nu heeft veel ernstiger consequenties dan enkele decennia geleden. Maar als een oorlog over Koeweit wordt vermeden door Saddam Hussein toe te staan met versterkt prestige uit de confrontatie te voorschijn te komen, dan dreigen wellicht nog grotere gevaren op wat langere termijn.

Er is geen reden aan te nemen dat Saddam Hussein, die reeds twee maal agressie tegen een buurland pleegde, na een dergelijk politiek succes zijn machtsdromen zou opgeven. Hij zou zich in tegendeel aangemoedigd voelen ze te blijven najagen. Ook hoeft geen twijfel te bestaan over het vermogen van Irak om binnen enkele jaren een nucleair potentieel op te bouwen, dat Israel als een dodelijke bedreiging zal ervaren. Ook deze risico's zullen in de debatten over het Golfconflict, in Washington en elders, moeten worden meegewogen.

    • Max van der Stoel