Olieprijs blijft stijgen ondanks lager verbruik; Geen paniek op beurzen na mislukken 'Geneve'

ROTTERDAM, 10 JAN. Na de paniekreactie op Wall Street gisteren, met een kortstondige daling van het Dow Jones gemiddelde met meer dan 54 punten, reageerden de beurzen in West-Europa vanochtend vrij rustig op het mislukken van het gesprek tussen de Verenigde Staten en Irak.

Uiteindelijk werd het verlies van het Dow Jones gemiddelde gisteren teruggebracht tot een verlies van ruim 39 punten. Opvallend is wel de belangrijk lagere omzet van obligaties en aandelen op alle beurzen, vergeleken bij normale omstandigheden. Sinds het begin van de Golfcrisis is er al sprake van terughoudenheid in de handel maar beleggers nemen nu nog meer een afwachtende houding in en hebben ook geen sterke neiging stukken te verkopen.

Binnen een minuut steeg de olieprijs op de termijnmarkt in New York gistermiddag met zeven dollar per vat (159 liter), nadat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker op zijn persconferentie in Geneve zijn eerste zin uitsprak, die begon met 'Regrettably ... '.

Deze ongekend snelle stijging, tot 31 dollar per vat voor termijncontracten met leveringsdatum in februari, werd later gecorrigeerd tot een slotnotering van 27, 25 dollar. In Londen was de prijsstijging voor Noordzee-olie ('Brent') iets minder heftig. Daar was de slotnotering 26, 15 dollar per vat, maar vanochtend steeg de prijs verder, na een openingsnotering van 26, 85 dollar.

In de Verenigde Staten is de reactie van de oliehandel vandaag iets gekalmeerd, mede onder invloed van de grote voorraden en het advies van de Amerikaanse minister voor energiezaken James Watkins aan president Bush om bij het uitbreken van een oorlog in het Midden-Oosten de strategische olievoorraden aan te spreken. Een beslissing hierover is nog niet genomen. Marktanalisten in New York voorspellen dat de olieprijs bij een oorlog tot tussen de dertig en vijftig dollar kan stijgen. Dit effect kan belangrijk worden beperkt wanneer een fors deel van de strategische voorraad wordt verkocht.

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs, de organisatie van de Westerse industrielanden en Japan, rapporteerde gisteren dat de wereldproduktie van ruwe olie (exclusief de (ex-) communistische landen) in het laatste kwartaal van 1990 is gestegen tot 54, 3 vaten per dag, het hoogste niveau sinds mei vorig jaar. Terwijl de produktie van de OPEC-landen sneller steeg dan eerder werd verwacht - tot 23, 2 miljoen vaten per dag (het hoogste niveau sinds 1980 ondanks het verlies van 4, 5 vaten per dag uit Irak en Koeweit) - daalde de vraag in de industrielanden met drie procent. In het laatste kwartaal van 1990 verminderde de consumptie in de Verenigde Staten met vier procent en in West-Europa met drie procent. De voorraden in de OESO-landen zijn volgens het IEA het grootst sinds tien jaar en samen goed voor 96 dagen consumptie.

De goudprijs steeg vanochtend fors, met 8, 55 dollar per ounce tot 388, 55 dollar, terwijl de dollarkoers in Amsterdam met een cent steeg tot fl. 1, 7205.