'Meer geld nodig voor kleine talen'

ROTTERDAM, 10 jan. - Aziatische talen zouden aan alle universiteiten in Nederland als bijvak moeten worden gedoceerd. Aan de versnippering over de universiteiten van de 'kleine letteren', waaronder deze talen vallen, mag niet worden getornd. Voor het wetenschapsgebied moet wel veel meer geld worden uitgetrokken.

Dit schrijft een commissie die de kleine letteren in Nederland heeft doorgelicht in het rapport dat zij vandaag aan minister Ritzen (onderwijs) heeft aangeboden. De commissie stond onder leiding van de filosoof en sanskritist prof.dr. F. Staal. Tot kleine letteren worden de taal- en cultuurstudies van kleine taalgebieden in Europa gerekend - zoals de Scandinavische talen en het Fries - en van de (oude) talen in Azie, Afrika en het Caraibisch gebied.

Hoewel de commisie niet kan aangeven hoeveel geld de universiteiten momenteel aan de kleine letteren besteden - ze schat ten minste 8 miljoen - meent zij wel dat in 2000 een procent van het universitaire budget aan onderzoek in deze wetenschapsgebieden moet worden besteed. Dat komt neer op ongeveer veertig miljoen gulden per jaar.

Pag. 3: .

'Op kleine letteren afgelopen tien jaar te veel bezuinigd'

De personeelsomvang van de letterenfaculteiten is evenals het aantal studenten even groot als begin jaren tachtig. Toch meent de commissie dat er in de afgelopen tien jaar onevenredig zwaar op de kleine letteren is bezuinigd. Zij wijt dat aan de geringe aantallen studenten die de meeste van deze studies trekken. De commissie meent dat daardoor een groot aantal van de ten minste 50 vakgroepen en secties qua omvang inmiddels onder een aanvaardbaar minimum is gekomen. Momenteel tellen de kleine letteren ongeveer 2.000 studenten, waarvan 500 bij de slavische talen en ruim 600 bij Chinees en Japans.

De commissie heeft er geen vertrouwen in dat universiteiten en faculteiten zelf iets aan de positie van de kleine letteren zullen verbeteren, ook niet als zij daarvoor het door haar gevraagde extra geld krijgen. Zij wil daarom dat de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek NWO al het voor de kleine letteren beschikbare geld gaat beheren. Als een universiteit zou besluiten een vakgroep op te heffen wegens gebrek aan belangstelling of kwaliteit, kan NWO het geld elders inzetten voor de volgens de commissie bedreigde studierichtingen.

De universiteiten moeten ook meer aan praktische taalvaardigheid doen, aldus de commissie. Zij noemt het onjuist dat het bedrijfsleven voor het leren van Aziatische talen bij particuliere organisaties terecht moet. Dat hoort volgens haar een functie van de universiteiten te zijn. Zij pleit er ook voor om de studieduur voor de initiele opleiding in onder meer Chinees, Japans en Koreaans te verlengen van vier tot vijf jaar.

Nederland moet het initiatief nemen om op Europees niveau tot een bundeling en taakverdeling van met name de Aziatische studies te komen. Volgens de commissie zou daarvoor in Frankrijk, Engeland en Duitsland belangstelling bestaan. Het Europese centrum zou mogelijk bij het Koninklijk Insituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde kunnen worden gevestigd.

Supplement Wetenschap en Onderwijs: vraaggesprek met Frits Staal