Landsadvocaat: rechter staat buiten Golfbesluit

DEN HAAG, 10 jan. - De rechter moet zich niet bemoeien met de procedure die de regering bij de besluitvorming over militaire deelneming aan het Golf-conflict wil volgen. Dat moet in het debat tussen Kamer en kabinet worden beslist.

Dit zei landsadvocaat mr. J. L. de Wijkerslooth vanmorgen in een kort geding dat een aantal vredesgroepen tegen de Staat had aangespannen. Deze eisten dat Eerste en Tweede Kamer in een gezamenlijke vergadering oordelen over de vraag of Nederland in een oorlog mag worden betrokken. Gebeurt dat niet dan zou de president van de Haagse rechtbank de Nederlandse deelneming aan het conflict moeten verbieden. Volgens de advocaat van de vredesgroepen, mr. A. H. J. van den Biesen, verplicht artikel 96 van de Grondwet tot zo'n gezamenlijke vergadering. Hij meent dat de militaire handelingen van Nederland in de Golf anders juridisch onrechtmatig zijn. Het beoordelen of de Grondwet goed is toegepast is volgens hem “typisch rechterlijk werk”.

Namens de Staat werd betoogd dat artikel 96 niet van toepassing is omdat er geen sprake zal zijn van een oorlog tussen Nederland en Irak “in de klassieke volkenrechtelijke zin”. Bovendien heeft er morgen een Kamerdebat over de Nederlandse rol in het Golfconflict plaats. De Wijkerslooth wees er op dat het VN-handvest oorlog alleen toestaat in geval van een dwangactie, met machtiging van de VN of bij zelfverdediging. VN-resolutie 678 legitimeert ingrijpen door de troepenmacht. Dus zou er van een oorlog in juridische zin geen sprake zijn.

Van den Biesen vond dit een louter semantische discussie. “Als dit geen oorlog is, wat is dan wel oorlog?” Hij erkende wel dat bij internationale verdragen de aanvalsoorlog is verboden. Juist om die reden is in artikel 96 dan ook geen sprake meer van “oorlogsverklaring”, maar van “in oorlog verklaring”. De VS en haar bondgenoten hebben inderdaad geen aanvalsoorlog in de zin, maar wel “een reactie op agressie door middel van een oorlog”. Dus is artikel 96 van toepassing, volgens Van den Biesen. De VN-resolutie die hun aanwezigheid legitimeert is niet meer dan een machtiging om op te treden, geen verplichting. Van den Biesen verklaarde zijn optreden voor de rechtbank door te wijzen op het effect van zo'n gezamenlijke vergadering. Hij had van een aantal parlementariers begrepen dat zij wel het kabinetsbesluit voor een zwaardere rol voor de fregatten zouden steunen, maar niet een formele verklaring dat Nederland mag worden betrokken in een oorlog. De president doet morgenochtend uitspraak.