Kempen

Vanuit het Stonehenge uit de Kempen een reactie op uw artikel 'Stonehenge in Nederland' (27 dec.). Alhoewel dit op zich interessante artikel voor mij geen nieuws bracht, wil ik de aandacht vestigen op het volgende.

Ik lees: “ De Kempen bevonden zich helemaal” etc. Waar een Kempenaar over struikelt is de meervoudsvorm. Een Kempenaar zegt: de Kempen is mooi en niet de Kempen zijn mooi. Alles wat op en eindigt hoeft niet automatisch meervoud te zijn. Denk maar aan kussen in de betekenis van hoofdkussen.

Om de enkelvoudige vorm van Kempen te begrijpen moeten we terug naar de wortels. Laten we eerst maar een zijtak nemen om op het goed spoor te komen. In het midden van de vorige eeuw bijvoorbeeld werd opgericht de Naamloze Vennootschap tot Ontginning van de Kempen. De Franse versie van deze naam luidt Societe Anonyme de Detrichement de la Campine. La Campine heeft dezelfde grootmoeder als dialectische vorm Kempen, gebaseerd op de uitspraak waar de a in de e, en de i en en een stomme e veranderd zijn.

Nu we het over de grootmoeder hadden zullen we haar ook maar meteen met name noemen. We citeren gemakshalve de monnik Stephalinus die omstreeks 1150 schreef over de onvruchtbaarheid en onveiligheid van de Kempen: “ in pago Texandrensi, Campiniam modo vocamus”. Met andere woorden: het land van de Taxandriers dat we Campinia(m) noemen. Wie een paar woorden Latijn achter de kiezen heeft begrijpt dat de m achter Campinia de vierde naamval enkelvoud voorstelt achter een vrouwelijk zelfstandig naam-woord.

Naast deze twee voorbeelden van 150 en ongeveer 750 jaar geleden bestaan er nog allerlei varianten om de hardnekkige vergissing voor eens en voor altijd uit te wissen. De beweerde verklaring die we over de Kempen zouden vinden in de 'dikke Van Dale' is doodgewoon onzin. Toegegeven dat er in het leven vele zaken niet helder zijn is het toch goed onszelf en de komende generaties eraan te herinneren dat de Kempen mooi was, mooi is en mooi blijft.

    • Johan Biemans