'Ik slaap met mijn zus op een kamer. Er zijn altijd mensen in huis. Alleen 's ochtends is 't stil.'

Heleen Veenhof (13, 3-gymnasium) woont in Tiel en zit in Utrecht op school, het Christelijk Gymnasium. Eigenlijk is dat niet eens zo ver reizen, maar Heleen staat om half zes op.

'Ik heb de tijd nodig, want ik ben 's ochtends zo moe. Ik sta op, dan was ik me aan de kraan en kleed me aan. Ik kan niet douchen want dat maakt teveel lawaai. Mijn moeder slaapt heel licht, die heeft daar last van. Ik ga 's avonds altijd in bad. Om zes uur ga ik naar beneden, daar doe ik pas mijn haar, want de fohn maakt ook teveel herrie. Dat mag niet boven.

Als ik beneden ben, ga ik eerst mijn brood klaarmaken, daar doe ik tien minuten over, dan moet ik melk inschenken en een mandarijntje pakken. Dan ga ik een boterham eten. Dat duurt lang. Ik heb 's ochtends nooit honger, dus eet ik niet erg door. Ik eet heel langzaam en soms drink ik geen melk maar yoghurt, dat duurt nog langer. Terwijl ik eet, kijk ik naar de televisie, naar teletekst. Ik kijk naar het nieuws, dan weet ik hoe het gaat met de golfcrisis. Ik vind teletekst spannend.'

Zit je daar in je piere-eentje?

'Mijn zus is dan al wakker, maar die is nog boven aan het tutten. Ik vind het prettig om alleen te zijn 's ochtends. Als ik weg ben, komt mijn zus pas beneden en staat mijn broertje op.

Om half zeven ga ik naar boven om mijn tanden te poetsen, mijn moeder gedag te zeggen en dan kijk ik nog even of mijn haar goed zit. Daarna ga ik naar buiten om de garage van het slot te doen. Dat is nog een heel werk, want het is een rotslot, het gaat heel stroef. En vaak ben ik de sleutel vergeten, moet ik weer naar boven. Daar hou ik rekening mee. Ik kijk mijn fiets ook altijd na, of alles het nog doet, want het is een klotefiets. Ik bind mijn tas achterop en zwaai naar mijn zus. Die is inmiddels beneden gekomen.

Om kwart voor zeven ga ik van huis af, anders haal ik het niet. Ik fiets niet zo snel. Ik fiets naar het station van Tiel, daar zet ik mijn fiets op het kettingslot. Dat is ook nog een heel gedoe, daar heb ik de tijd voor nodig. Om zeven over zeven vertrekt de trein. Hij doet er vierendertig minuten over. In Utrecht heb ik ook een fiets staan, in de fietsenstalling. Om acht uur ben ik op school.'

Eigenlijk is het niet zo'n verre reis.

'Ik ben er heel lang mee bezig. Ik sta zo vroeg op, omdat ik me 's ochtends niet wil haasten. Ik stond vroeger om zes uur op. Dan was er geen tijd om rustig wakker te worden. Ik moest opschieten met alles, hard fietsen, dat is niet goed. Dan kwam ik bek-af en chagrijnig op school. Toen ik om zes uur opstond, moest ik snel mijn boterham opeten en was er geen tijd om teevee te kijken.'

Waarom is dat televisie kijken zo belangrijk?

'Ik vind het leuk. Soms zet ik het geluid van de teevee zacht en doe ik de radio erbij aan. Als ik thuiskom uit school, is er geen tijd om teevee te kijken, want dan moet ik huiswerk maken. Dat is best veel dit jaar. Ik vind het leuk om 's ochtends teevee te kijken. In mijn eentje. Ik heb een broer die bijna achttien is, een zus van vijftien en een broertje van negen. Ik slaap met mijn zus op een kamer. Er zijn altijd mensen in huis. Alleen 's ochtends is het stil.'

    • Yvonne Kroonenberg