IJsberenkraamtijd; Op kousevoeten langs donker winterhol

Het is weer ijsberenkraamtijd in Blijdorp. Eind oktober hebben Mien en Katrien zich teruggetrokken in hun namaaksneeuwholen om de geboorte van hun jongen af te wachten. Het resultaat is sinds 1 januari te zien op de monitor, die staat opgesteld in het restaurant van de Rotterdamse diergaarde. Het beeld wordt bijna helemaal gevuld door een kolossale, slome ijsberin met soms een glimp van een wriemelend hoopje babybeer, dat nog geen kilo weegt. In maart mogen ze naar buiten.

Er zijn drie kleintjes. Eentje van Mien, die half december een tweeling kreeg, maar een jong per ongeluk dooddrukte in haar slaap, en twee van Katrien, die een drieling kreeg, waarvan het kleinste, zwakste beertje het niet heeft gehaald.

De deur van het sneeuwhol is eind oktober op slot gedaan en niemand is er meer binnen geweest. “ Vooral de eerste weken zijn kritiek, “ zegt Kuno Bleijenberg, hoofd van de afdeling zoogdieren. “ Ze zijn buitengewoon gevoelig voor verstoring, een laag overvliegende straaljager kan funest zijn. Als we nu de sleutel omdraaien en twee stappen naar binnen doen, hebben we over een uur geen jonge ijsberen meer, de moeder eet ze zelf op. Maar je kunt die dieren ook niet zomaar opsluiten en wachten tot misschien na een maand of drie de maden onder de deur door kruipen, vandaar onze video.”

Het winterhol zelf is gebouwd van zwaar hout, met een kuipvormige betonnen vloer, waar de vloerverwarming zachtjes aan staat, voornamelijk om de vloer voor de jongen droog te houden. Het meet 1, 45 bij 1, 20 meter en is 1, 90 meter hoog. Het bestaat uit twee ruimten, een slaapruimte naast een ruimte waar de berin kan drinken uit een stroompje en waar ze haar ontlasting kwijt. De time lapse recorder maakt vier beeldjes per seconde. De gebeurtenissen van een hele nacht kunnen nu in een of twee uur worden afgespeeld. Gedragsbiologe Angela Gladstone brengt vele uren voor de monitor door.

” Vertrouwde geluiden, “ zegt ze, “ zoals het vervangen van filters op de waterpompen en het voeren van de zeeleeuwen blijken niet te storen, maar onbekende geluiden veroorzaken soms grote paniek in het winterhol.”

Zoals het vuurwerk met Oudjaar of die vrachtwagen met zand die, zoals na lang speuren bleek, dicht langs het ijsberenverblijf gereden moest zijn op weg naar de giraffen. De ervaring heeft geleerd dat zelfs de aanwezigheid van de oude, vertrouwde oppasser, die op zijn vaste tijd, op twee paar sokken langs het winterverblijf liep op zijn controlerondje, voldoende kon zijn om het gepiep van een pasgeboren ijsbeerjong voorgoed te smoren.

Beide ijsberinnen, inmiddels bijna twintig, delen hun leven al negentien jaar in Blijdorp met vader Theo. Pas vier jaar geleden slaagden ze er voor het eerst in om jongen groot te brengen, Eski en Moni, die voor recordaantallen bezoekers en kilometerslange files zorgden. Er is een periode van vijftien jaar geduldige observatie aan vooraf gegaan. Elk jaar werd er wel iets aan het winterverblijf veranderd.

Dit jaar werkt men voor het eerst met een zeer lichtgevoelige videocamera, afkomstig uit het professionele bewakingscircuit en bijgelicht door enkele speciale rode lampjes. IJsberen zien geen rood licht en weten dus niet beter of ze zitten in het donker. De jongen zijn de eerste vier weken blind. Ze worden vrijwel naakt geboren en wegen dan vijf- tot zeshonderd gram.

De geboorte zelf lijkt weinig moeite te kosten. De kleintjes ploepen haast vanzelf tevoorschijn, zonder zichtbare activiteit van de berin. Toch bleek het ruitje van de videocamera al enkele uren voor de bevalling ineens helemaal beslagen. Blijkbaar vergen de weeen toch een behoorlijke krachtsinspanning. Zo bleef de geboorte zelf voor de toeschouwers in nevelen gehuld.

RUSSISCHE KOMAF

De ijsbeer (Ursus maritimus) kan wel 40 jaar oud worden. Die van Blijdorp zijn in 1971 in gevangenschap geboren en een jaar later naar Rotterdam gekomen. Katrien komt uit Keulen, Mien en Theo zijn van Russische komaf. Blijdorp kreeg ze via Moskou, zoals alle Russische dierentuindieren. “ Maar ze kunnen best ergens anders geboren zijn en daar kom je nooit achter, “ zegt Kuno Bleijenberg.

Het Rotterdamse ijsberenverblijf is gebouwd in 1940, toen over het leven van de ijsbeer veel minder bekend was. Aan fokkerij werd nog helemaal niet gedacht. Daarom zit men nu opgezadeld met een verblijf dat daarvoor eigenlijk compleet ongeschikt is.

IJsberen zijn na een jaar of vier geslachtsrijp, de vrouwtjes meestal een jaar later. Bleijenberg: “ Al in 1976 of '77 hadden we het idee dat er gedekt werd, maar als er al beertjes geboren werden, dan hadden ze geen enkele kans. De moeder at ze waarschijnlijk meteen op.”

Angela Gladstone: “ In 1980 hebben we het ijsberengebouw voor het eerst afgesloten en werd een vrij primitieve videocamera in het hok geplaatst. Toen hadden we een beertje, dat een dag leefde. Of liever gezegd, een wit vlekje op de video waar je wel vijf keer naar moest kijken om er kop of staart aan te ontdekken en dat na een dag verdwenen was.”

Een jaar later werd een sneeuwhut gebouwd, zoals de dieren ook in de natuur gebruiken. In feite laten ze zich gewoon insneeuwen. Sneeuw isoleert buitengewoon goed. De temperatuur in een sneeuwhol, dat als ingang een nauwe, wel drie meter lange tunnel heeft, daalt nooit beneden het vriespunt, ook al vriest het buiten 20 graden. De ijsberin zorgt voor een ventilatiegat. Zij gaat niet echt in winterslaap, maar alleen in winterrust, waarbij de stofwisseling op een laag pitje staat, maar hartslag en lichaamstemperatuur nauwelijks dalen. Al die maanden, tot ze in maart met haar jongen te voorschijn komt, eet ze niet, maar drinkt alleen. De schaarse ontlasting wordt met sneeuw bedekt, soms in een apart gedeelte van het hol.

UITGESTELDE ZWANGERSCHAP

De paring heeft al veel eerder, in de lente, plaatsgevonden. De ijsbeer is een Einzelganger die geen sterke paarband vormt. “ Vermoedelijk paren ze in de natuur met een partner die op het juiste moment toevallig langskomt, “ zegt Gladstone. IJsberen kennen het merkwaardige fenomeen van een uitgestelde zwangerschap. Pas in het najaar, zo eind oktober, nestelt de bevruchte eicel zich in de baarmoeder en dan trekt de berin zich terug in een sneeuwhol om de geboorte af te wachten.

De jongen, meestal een tweeling, een enkele maal ook een eenling, drie- of vierling, komen pas na enkele maanden, in de lente, naar buiten. Dan gaat de moeder, die bijna een half jaar niets heeft gegeten, voor het eerst weer op jacht. Zij paart dat voorjaar niet, maar zoogt haar jongen en leert ze jagen. Vaak worden vele honderden klimoeters afgelegd van de geboortegronden, waar de dieren overwinteren, naar de jachtterreinen waar de zomer wordt doorgebracht. Het drietal blijft bijna twee jaar bij elkaar. In de tweede of derde winter na de geboorte is de moeder weer drachtig en moeten de jongen op eigen benen staan.

Lievelingsoppasser

Maar hoe boots je zoiets na in een dierenpark? Een enquete, die Blijdorp hield onder alle dierentuinen die wel eens jonge ijsberen hadden gemeld, leverde een rijke folklore op. Zo gaat in Keulen de lievelingsoppasser mee het winterhol in, in Amerikaanse dierentuinen daarentegen wordt het hok letterlijk dichtgemetseld en komt er niemand meer bij.

Met de verzamelde gegevens - zo'n 19 tuinen reageerden - werd een eigen plan uitgestippeld. De dieren worden nu vanaf eind juli extra bijgevoerd, 10 kilo per dag in plaats van de gebruikelijke vier of vijf, vooral veel vette vis zoals haring en makreel, naast brood gesopt in levertraan. Eind oktober, als ze zo'n 100 kilo zijn aangekomen en bijna 400 kilo wegen, worden de berinnen sloom. Dan zoeken ze hun winterhol op en op een gegeven moment gaat daar de deur op slot. Uit de enquete bleek dat in alle klimaten, in zachte en strenge winters, de beren steeds eind oktober naar binnen gaan en hun jongen krijgen in de twee weken rond Sinterklaas. Dat doet vermoeden dat daglengte hierbij van invloed is.

” Nestelmateriaal zoals stro of houtkrullen werd door de berinnen meteen weggesleept, “ zegt Gladstone. “ Toch vertoont Katrien wel krabgedrag. In de natuur bedekken ijsberinnen hun schaarse ontlasting in het hol met sneeuw, die van de muren is gekrabd.”

Bleijenberg: “ We halen er aan het eind van de winterrust wel twee tot drie kruiwagens vuil uit maar het zou best kunnen dat dat pas in de laatste weken, als de dieren alweer worden bijgevoerd, geproduceerd wordt.”

Als de jongen na een week of vier hun oogjes open hebben, wordt de moederband veel sterker en daarmee het risico van verstoten wat minder groot. Een volgende kritieke fase breekt aan als de dieren aan het eind van de winter voor het eerst weer worden bijgevoerd en enkele weken later naar buiten gaan. “ Een tweeling is nieuw voor ons. We aarzelen nu of we dan eerder moeten bijvoeren, omdat het zogen meer van de moeder vergt, “ zegt Bleijenberg.

Uit de literatuur is bekend, dat ijsberen gemiddeld eens in de twee of drie jaar twee jongen krijgen en vrij oud kunnen worden. Toch brengen ze in hun hele leven maar acht jongen groot. Daaruit valt af te leiden dat er ook in het wild veel baby's dood gaan, al dan niet door hun eigen moeder gedood.

Blijdorp heeft Eski en Moni, inmiddels vier jaar oud, in Warschau ondergebracht. Een ander, eveneens razend populair beertje, Laska, dat twee jaar later werd geboren, zou naar Finland gaan, maar is bij de voorbereidingen voor het transport gestorven aan de combinatie van verdoving en stress.

EVENMIN IDYLLISCH

Hoe het in de toekomst verder moet is voor de staf van Blijdorp een bron van voortdurende discussie. In het wild worden alle jongen die zich in de buurt van een volwassen ijsbeerman wagen, door hem meteen gedood en op het krappe Rotterdamse ijsberenterras verloopt het gezinsleven evenmin idyllisch. Twee jaar geleden zat vader Theo daarom ietwat zielig in een hokje apart op het terras. Dit jaar logeert hij bij een groepje Antwerpse ijsberinnen. Mien en Katrien kunnen hun jongen dan twee jaar bij zich houden. Maar het verdoven en op transport stellen van de vader wordt beschouwd als een noodoplossing, niet iets om elke twee jaar te herhalen. Op den duur moet het nieuwe ijsberenverblijf, dat op het 11 hectare grote terrein aan de andere kant van de spoorlijn wordt gerealiseerd, soelaas bieden.

Dierentuingedrag

Ook de dood van twee van de vijf pasgeboren ijsbeertjes riep vraagtekens op. Is dooddrukken een vorm van gestoord dierentuingedrag? Angela Gladstone gelooft daar niets van. “ Mien zorgde erg goed voor haar jongen. We hebben op de video gezien dat het beertje in haar slaap van haar rug is gegleden. Toen ze zich omdraaide, werd het doodgedrukt. Niets wijst erop dat dat een daad van agressie was.”

Het overgebleven broertje of zusje heeft nu alle moedermelk, die naar levertraan smaakt en baggervet is, voor zich alleen. Binnen een week was het bijna in gewicht verdubbeld. De jongen van Katrien groeien minder snel. Drielingen groeien in zeldzame gevallen in de natuur wel op. Ze moeten dan door de moeder om beurten worden aangelegd. Een ijsberin heeft onder de voorpoten vier spenen, waarvan er twee melk geven en twee andere rudimentair zijn.

” Wij hebben hier veel kritiek gehad op de dood van de kleinste van de drieling, “ zegt Bleijenberg. “ We hebben hier immers een vaste dierenarts in huis en allerlei moderne technieken. Als het kleinste beertje meteen bij de moeder was weggehaald en aan de fles gegaan, zegt men, had het niet dood hoeven gaan. Maar waar ben je dan mee bezig?”

'' Ik heb het recept voor ijsbeerbabymelk in mijn bureaula liggen, maar ik schrik er voor terug om er gebruik van te maken. Als je er nu naar binnen gaat om er eentje weg te halen is het met die andere twee ook afgelopen. Bovendien, ik heb ze in andere dierentuinen wel gezien, die ijsberen die helemaal met de fles waren groot gebracht. Ze zijn aan mensen gehecht geraakt en voelen zich geen ijsbeer, ze kunnen nooit meer bij soortgenoten in een hok worden gewend en wat moet er dan van ze worden? Als je dat van te voren weet, kun je er beter niet aan beginnen.''

Op dit moment is de ijsbeer geen bedreigde diersoort, maar dat is wel eens anders geweest. Negentiende-eeuwse poolgangers maakten er een gewoonte van om iedere ijsbeer die op hun weg kwam af te knallen. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog trokken steeds meer nieuwsgierigen naar het hoge noorden. Toeristen konden op een sleetje plaatsnemen, een helikopter voor zich uit laten vliegen om een ijsbeer aan te wijzen en die als jachttrofee mee naar huis slepen. Rond 1965 had de ijsbeerstand een dieptepunt van 8.000 tot 12.000 exemplaren bereikt.

Sinds het afsluiten van een verdrag tussen de vijf betrokken landen, het IJsbeerverdrag van de IUCN dat in 1973 werd getekend, heeft de soort zich hersteld naar meer dan 20.000 exemplaren.

Gejaagd wordt er alleen nog door de Eskimo's en op wat men 'probleemberen' noemt, dieren die rond vuilnisbakken van nederzettingen scharrelen.

Probleem is, dat de beschaving in het hoge noorden steeds verder oprukt. Oliemaatschappijen en anderen komen voortdurend in botsing met de ijsbeer, het grootste landroofdier ter wereld. Hij is van nature nieuwsgierig is en zich niet zomaar laat verjagen. In een programma van de Canadese regering, waarbij ijsberen massaal werden verdoofd en honderden kilometers weggevoerd om de olieindustrie niet tot last te zijn, keerden deze dieren binnen de kortste keren terug naar hun eigen gebied. Wie dan het onderspit delft laat zich raden.

foto: Golven van vertedering overspoelden Nederland toen twee jaar geleden Laska werd geboren. Hier is ze aan het zwemmen met haar moeder. Bij de voorbereiding van een transport naar een Finse dierentuin overleed het beertje.

Niet bekend

    • Marion de Boo