Het verschil tussen spelend leren en lerend spelen

Wordt er op de kleuterschool nog gespeeld? Volgens de aanhangers van het ervaringsgericht kleuteronderwijs is de kleuterschool veel te strak georganiseerd.

Toen bekend werd dat de kleuterschool zou opgaan in de basisschool, voorspelden velen dat het kleuteronderwijs schoolser zou worden, klassikaler en meer gericht op rekenen en taal. Nu, tien jaar later, blijken deze voorspllers gelijk te hebben gehad. De 'continue ontwikkeling' van de Wet op het Basisonderwijs betekent in de praktijk niet dat er in de vroegere klassen een en twee meer wordt gespeeld, nee, het is omgekeerd. De kleuters oefenen alvast met cijfers en woordjes.

Over de teloorgang van het kleuteronderwijs worden tegenwoordig met enige regelmaat rapporten uitgebracht en symposia georganiseerd. Op een daarvan - 'Kleuter, kind van de rekening' - sprak prof.dr. F. Laevers onlangs van een 'clash' tussen twee culturen: het intentionele leren-met-een-bedoeling van de lagere school versus het functionele, op de eigen behoeften van kinderen gebaseerde leren van de kleuterschool. Volgens Laevers zijn noch de kleuterschool, noch de lagere school van tevoren goed voorbereid op de nieuwe basisschool. Voor de kleuterleidsters gold dat zij onvoldoende in staat waren hun verworvenheden te verwoorden.

Laevers, hoogleraar aan de afdeling didactiek van de Katholieke Universiteit Leuven, is de grondlegger van het zogeheten ervaringsgericht kleuteronderwijs. Fundament van dit onderwijs is het vrije initiatief van kleuters. De leidster doet niet veel meer dan spel- en ontdekhoeken maken. Als dat is gebeurd, observeert zij en probeert ze zich in de kleuters in te leven.

Het ervaringsgericht kleuteronderwijs vindt in Nederland steeds meer weerklank. Eindelijk is onder woorden gebracht wat veel kleuterleidsters al zo lang 'voelden'. Mogelijk hebben ook de teleurstellende resultaten van allerlei (vooral Amerikaanse) compensatieprogramma's voor het wegwerken van leerachterstanden aan de belangstelling bijgedragen.

Wil Spier, directeur van de Enschedese openbare basisschool 'Het Palet', ontdekte het nieuwe kleuteronderwijs een paar jaar geleden. Volgens haar is niet alleen het huidige, maar was ook het vroegere kleuteronderwijs vrij star georganiseerd. Dat dit nauwelijks opviel kwam, meent zij, doordat kinderen kleuterleidsters lief vinden, graag naar school gaan en hun ouders vertederen met leuke werkjes.

Spier: “ Als kleuterleidster heb ik jarenlang de klas op de gangbare manier georganiseerd. Beginnen in de kring, daarna hoeken kiezen. Vier kinderen in de poppenhoek, vier in de plakhoek, twee in de bouwhoek, enzovoort, netjes verdeeld. De kinderen kiezen, maar de plakhoek moet natuurlijk wel vol. Jij had liever in de bouwhoek gewild? Jammer, daar is nu geen plaats. Maar een mooi plakwerkje maken over de herfst is toch ook leuk?”

KLEURENLESJES

Langzaam kreeg Spier in de gaten dat ook de kinderen die echt voor de tekenhoek hadden gekozen, voornamelijk voor haar zaten te tekenen. “ Juf, is het zo af? , vroegen ze dan. Want juf weet wanneer een tekening klaar is.” Ook kwam ze erachter dat de gezamenlijke lesjes niet altijd even goed uitpakten. Tijdens de kleurenles bleken veel kinderen de kleuren allang te kennen. De paar anderen waren er nog niet in geinteresseerd. Hetzelfde gold voor de lesjes knippen en vouwen: prima manieren om de fijne motoriek te oefenen, maar eigenlijk kon dat net zo goed met echt timmergereedschap of aankleedpoppen.

In tegenstelling tot oudere kinderen leren kleuters niet van abstracte leerstof. Ze gaan spontaan aan de slag en werken volgens hun eigen mogelijkheden. Als dat al volgens plan gaat, dan is het volgens een innerlijk plan, bepaald door groei en rijping. Het leren van kleuters is zo nog het meest verwant aan het leren lopen: hulp van buiten is welkom, maar heeft pas zin op het moment dat een kind aangeeft er aan toe te zijn.

Volgens de aanhangers van het ervaringsgericht kleuteronderwijs betekent dit dat kleuters het beste leren door de dingen zelf te ontdekken. Om ze hiertoe uit te dagen, zijn behalve uitgekiend materiaal zoals dat op een Montessorischool ook een klimrek, een bakkersmuts of een stel scheppen goede 'leerstof'.

Niet alleen wat, maar ook hoe een jong kind leert, is belangrijk. Oplossingen die een kind tijdens vrij spel zelf bedenkt, zal hij ook in andere situaties toepassen. Voor geimiteerde oplossingsmethoden zou dat veel minder gelden.

Ook is het in de optiek van het ervaringsgericht kleuteronderwijs essentieel dat kinderen mogen opgaan in hun zelf gekozen activiteit. Een kind dat na twee maanden poppenhoek de tekenhoek weer eens opzoekt, zou zelfs beter kunnen tekenen dan eerst. Volgens Laevers kan de kwaliteit van kleuteronderwijs worden getoetst door de betrokkenheid van de kinderen bij hun spel als maat te nemen.

SPELEN OP DE GANG

Wil Spier experimenteerde voor het eerst op haar vorige school met ervaringsgericht kleuteronderwijs. Het viel haar op dat de ondernemingszin en zelfstandigheid van de kinderen bij de overstap van de kleutergroep naar groep drie (de vroegere eerste klas) geen nadeel, maar een voordeel waren. Ook bleek de nieuwe aanpak de taalontwikkeling van anderstalige leerlingen ten goede te komen. Waar deze zich vroeger als gevolg van halfbegrepen opdrachten soms terugtrokken, praatten ze nu volop over activiteiten die ze zelf gekozen en vormgegeven hadden.

Dit schooljaar zijn ook de twee kleuterklassen van 'Het Palet' met ervaringsgericht kleuteronderwijs begonnen. De eerste indruk is dat de klaslokalen er anders, leger uitzien. De kleuters zitten minder aan tafels te werken. Voor de geijkte tweedimensionale puzzelwerkjes is weinig belangstelling. De meeste kinderen kiezen voor spelletjes waarbij ze niet stil hoeven te zitten. In 'Het Palet' kunnen ze daarvoor ook buiten de klas terecht. In de gang is een forse verkleedhoek opgetrokken en in het speellokaal zijn kinderen met ballen aan het spelen. In een hoekje van de gang bouwen kleuters met volwassen timmergereedschap een huis, bewust niet op de vingers gekeken door de kleuterleidsters.

Bij binnenkomst mochten de kinderen meteen naar de hoek waar ze zin in hadden. Dat kan zoals gezegd weken achter elkaar dezelfde hoek zijn, want de kleuterleidsters organiseren niet eerst een kring, om daarin te bepalen welk kind naar welke hoek gaat. Ook houden ze zich niet bezig met het afmaken van kleuterwerkjes. Ze lopen rond, praten, spelen even mee, eten koekjes van zand en hebben het vooral druk met kijken. Zo zien ze wanneer het een geschikt moment is om met een groepje even een liedje te zingen of een spelletje te doen. Wie zin heeft doet mee, wie liever doorgaat met bouwen blijft weg.

Alleen aan het einde van de dag zitten alle kinderen tegelijk in de kring. Ze vertellen wat ze hebben gedaan of laten zien wat ze hebben gemaakt. Worden kinderen die nooit iets hoeven geen verwende kinderen? Wil Spier: “ Bij ons geven de kinderen zichzelf een opdracht, bijvoorbeeld om een huis te timmeren. En verder hebben we natuurlijk school- en klasseregels. Elkaar niet hinderen, opruimen, enzovoort. Opvallend genoeg zijn de kleutergroepen nu rustiger dan vorig jaar. Trouwens, bij het woord 'verwend' denk ik in de eerste plaats aan consumeren. Dat staat toch lijnrecht tegenover actief spel?”

    • Paul Stapel