Het niemandsland tussen onze boordpunten

Met zijn dringende oproep om de das af te zweren heeft modekoning Gianni Versace veel losgemaakt. Maar zijn er eigenlijk wel alternatieven voor “de enige expressiemogelijkheid van de mannelijke identiteit” ?

De Jelle-Klipper (inl 030-340773) is onder meer te koop bij de Bijenkorf in Utrecht, Portaal in Rotterdam, Pluimage in Groningen en Intermezzo in Dordrecht; de houten-strik bij Galerie Dubio in Den Haag (070-3635134); en de Fix Tie (inl 020-6645420) bij Hans Appenzeller Amsterdam en Portaal in Rotterdam.

Gaan we het tweede dasloze tijdperk tegemoet? De Italiaanse modeontwerper Gianni Versace heeft vorig jaar de das in de ban gedaan. De dassenfabrikanten hebben woedend een tegenoffensief geopend. Overdreven, vooral omdat Versace een vreemd argument gebruikt om de das te veroordelen. De das zou niet langer een symbool van beschaving zijn omdat ook bandieten hem dragen; de keurig gestrikte das hoort bij de witte-boordencriminaliteit en bij op de beurs actieve mafioso. Wie tegenwoordig een das draagt, draagt een geur van criminaliteit met zich mee, vindt Versace. Als dat waar was zouden de bandieten als eersten de dassen afleggen. Schurkachtigheid wil zich meestal verschuilen en zal zich zeker niet tooien met een herkenningsvlaggetje.

De oproep om de stropdas af te zweren ontbeert ook de maatschappelijke rechtvaardiging. De eerste dasloze periode, eind jaren zestig en begin jaren zeventig, was een perfecte uiting van de tijdgeest. De heersende orde ondermijnen, de kaders doorbreken, de knellende banden losmaken en geen gezag erkennen. Juist sinds die tijd wordt de autoriteit kritisch benaderd, ook de autoriteit van de mode-ontwerper. Dictaten, daar laten we ons niets aan gelegen liggen.

Het is onwaarschijnlijk dat de das terrein gaat verliezen maar je weet het nooit. We volgen de bevelen van de modekoningen dan wel niet meer klakkeloos op, maar er bestaat een voor de gewone consument onzichtbaar mechanisme, dat wellicht in gang wordt gezet door uitspraken als die van Versace. Het mechanisme bewerkstelligt dat je opeens niet meer kunt krijgen wat je wilt hebben, ongevraagd en onder het mom van de mode. Plotseling zijn truien met V-hals niet meer te vinden, zijn er alleen nog maar portemonnaies met de gouden initialen van de ontwerper, hebben overhemdboorden weer langere punten gekregen en zijn de broekspijpen zo breed dat fietsen levensgevaarlijk wordt. “Tja, dat is nu de mode, meneer.”

Stel dat de tweede dasloze periode er daarom toch komt. Zijn er bruikbare alternatieven? Helemaal niets is in elk geval onmogelijk. Niet omdat “de das de enige expressiemogelijkheid van de mannelijke identiteit is”, zoals de voorstanders van de das wel zeggen en zeker niet omdat door het dragen van een das de “castratie-angst wordt bezworen” of vanwege andere freudiaanse flauwekul. Het is een visueel probleem, de leegte tussen de boordpunten moet worden gevuld. Dat mag een stukje blote huid zijn als (alleen!) het bovenste overhemdknoopje open staat, maar als het overhemd is dichtgeknoopt dan is een intermediair noodzakelijk; en een jasje trouwens ook. Uit eigen ervaring weet ik dat je nooit alleen in overhemd met stropdas een filiaal van Vroom en Dreesmann of Blokker moet binnenlopen. Om de haverklap wordt me dan gevraagd waar de afdeling pannelappen is, of we ook rode paraplu's verkopen en of er kan worden geruild. Vertoon ik me in hemdsmouwen maar met vlinderdas in het Grand Cafe, dan mag ik onmiddellijk de bestellingen noteren. Zonder jasje wordt een outfit met das en vlinderdas bedrijfskleding.

Elke mode is twee keer belachelijk: de eerste maal aan het begin, de tweede maal aan het eind. Maar er zijn dingen die altijd belachelijk blijven. Ik vrees dat het ook geldt voor de meeste alternatieven voor de das. De vlinderdas is geen probleem, maar je loopt met alle andere dasvervangers voor schut. Klassieke voorbeelden zijn de bespottelijke choker en het, meestal door Amerikanen gedragen, koordje met op de plaats waar bij de das de strop zit een soort medaillon. Maar het kan nog erger: befjes en slabbetjes van kleurige zijde, vaak voorzien van spelden met parels en briljanten. Versace mag de das crimineel vinden, maar deze attributen wekken pas echt associaties met showbusiness, prostitutie en penose.

Dan de alternatieven die het moderne design biedt. Het niemandsland tussen onze boordpunten is een dankbaar werkterrein voor de ondernemende ontwerper. Onlangs brachten Jelle Hekstra de 'Jelle Klipper', Brigitte Vos de 'Houten-strik' en Wim Mandemaker de 'Fix Tie' op de markt. De Jelle Klipper behoort tot een nieuw genre en is geen variant op een bekend concept. Het is een vervormd metalen plaatje met inkepingen. “Deze vorm kan op de kraagpunten worden geschoven waardoor een verbinding en een accentuering van de kraag ontstaat.” Er zijn vier modellen: een standaardmodel, een vlinder, een drie- en een viertand.

De houten strik, “chique met een knipoog”, is er in vele varianten, met de hand beschilderd, soms strak, de vormen volgend en accentuerend. Of speels, voorzien van kleurige decoraties.

De Fix Tie, “een nieuw modeaccessoire met een eigen uitstraling en persoonlijkheid' is uitgevoerd in flexibel rubber of leer. Er zijn drie verschillende modellen met als basiskleur zwart. De Fix Tie is over de hele lengte voorzien van knoopsgaten waarmee het op het overhemd kan worden vastgezet in een positie en vorm naar keuze: “waarmee je een bepaalde stemming kan aangeven.”

Alledrie verschaffen ze de dragers op feesten en partijen een onderwerp voor conversatie die ongetwijfeld zal eindigen in een levendige discussie over de voors en de tegens van de das.

Maar voor het dagelijks gebruik ligt het moeilijker. Zoals alle kleding die zeer nadrukkelijk de aandacht van een vormgever heeft gehad, vergt het moed om ermee in het publiek te verschijnen, zelfverzekerdheid om de nieuwsgierige blikken onverschillig te negeren en welbespraaktheid om leuk-bedoelde opmerkingen te pareren.

Zou de das niet gewoon mogen blijven?

    • Joanita Vroom