Elfstedenschaatsers van 1956 sterven niet snel uit

Jammer van die zachte winters van de afgelopen drie jaar. Geen Elfstedentocht. Het ontnam ieder jaar 20.000 mensen, het maximum aantal deelnemers aan een Elfstedentocht, hun levensverwachting flink op te schroeven.

Onder de elfstedenrijders uit 1956 waren in 1988 bijna een kwart minder doden gevallen dan in een qua leeftijdsopbouw en geslacht vergelijkbare groep (British Medical Journal, 22-29 dec.). Drie Leidse onderzoekers gingen aan de hand van de inschrijvingskaarten voor de tocht bij de bevolkingsregisters na of de deelnemers van toen eind 1988 nog in leven waren.

De Elfstedentocht wordt als race en als toertocht gereden. Wedstrijdrijders die de tocht uitreden binnen de tijdslimiet (twee uur na de winnende tijd van 8 uur en 46 minuten, gerealiseerd door vijf schaatsers die onderling hadden afgesproken gezamenlijk te finishen) blijken niet van de leeftijdswinst te profiteren: zij sterven net zo snel als hun niet-schaatsende leeftijdsgenoten. Wedstrijders die niet op tijd binnenkwamen hadden een iets betere levensverwachting.

De grote winst werd gevonden bij de recreatieve schaatsers. Toertochtrijders die de tocht voor middernacht volbrachten en daarmee het elfstedenkruisje in bezit kregen zijn het best af. Vooral de rijders die tijdens de tocht tussen 40 en 60 jaar oud waren mogen zich in de inmiddels rimpelige handjes wrijven: onder hen is de sterfte 29% lager. De hele groep toertochtrijders heeft een 24% lagere sterfte, 32 jaar na de tocht. De score wordt wat gedrukt door de jonge rijders (15 tot 19 jaar) waarvan er meer en de bejaarde schaatsers (60 tot 69 jaar) die eerder overleden dan hun leeftijdsgenoten. Toerrijders die onderweg van het ijs moesten of pas na middernacht de finish bereikten scoren weer iets slechter, maar hebben altijd nog een 20% lager sterftecijfer dan hun leeftijdgenoten die niet eens aan de klus begonnen. Alle cijfers gelden alleen voor mannen. Het percentage vrouwelijke deelnemers (twee) was te laag om er statistiek op te bedrijven.

Elfstedenrijders moeten vaak jaren de hele winter in conditie zijn om eens een Elfstedentocht te kunnen rijden. Over het doorgaan van een elfstedentocht wordt pas enkele dagen tevoren beslist, een te korte tijd om nog conditie op te bouwen. Mannen die tijdenlang in uitstekende fysieke conditie verkeren profiteren daarvan door een lagere kans op overlijden, concluderen de onderzoekers daarom. Hoe het komt blijft echter onzeker.

Dat de sterfte van de deelnemers in de eerste tien jaar na de tocht extreem laag was, verbaasde de onderzoeker niets. Elfstedenrijders vormen een zeer gezonde groep, zonder chronische ziekten en met een lage kans op acute aandoeningen die tot de dood leiden. Dat het gezondheidseffect na meer dan twintig jaar nog bestaat wekte wel verwondering, maar het kan nog steeds door de levensstijl worden bepaald en niet zozeer door de uitstekende fysieke conditie. Sporters roken minder, zijn slanker en hebben een lagere bloeddruk. Dit elfstedenonderzoek liet opnieuw zien dat topsporters, de wedstrijdrijders in dit geval, kennelijk andere doelen nastreven dan een langer en gezond leven.