Een kinderboerderij voor jonge techneutjes

Ontdekhoek. Onder het Nationaal Onderwijscentrum Rotterdam. Ingang Pannekoekstraat 55. Postbus 22065. 3003 DB Rotterdam. Tel.: 010-4143103. Toegangsprijs: fl. 8, 50 per kind. Volwassenen half geld. Tarief voor scholen: fl. 5, -. per kind. Openingstijden: di-za 10-17.

'Wat ik maar niet kan begrijpen”, zegt drs. A. B. Nagel Joseph, kortweg Bert Nagel, “ is dat de overheid van alles doet aan de vorming van kinderen op het gebied van muziek, lezen, sport, kunstzinnige vorming, dierenliefde, en noem maar op, maar dat er niets is om jonge kinderen in contact te brengen met techniek. Het lijkt wel alsof we ons voor techniek schamen! Je hebt bibliotheken, muziekscholen, gesubsidieerde concerten, kinderballet, jeugdtheathers, je hebt zwembaden, sportterreinen, centra voor kunstzinnige vorming, kinderboerderijen, dierentuinen, alles bedoeld voor de vorming van de jeugd. Maar wat doen we om jonge kinderen de eerste beginselen van techniek bij te brengen? Niets, gewoon niets. Nou ja, er is een enkel museum met een kinderhoekje. Maar dat is al weer voor wat oudere kinderen. En dan nog: techniek is iets wat je in je vingers moet hebben, wat je zelf moet doen. En dan is een druk op de knop om wat lampjes op een paneel te doen oplichten niet voldoende.”

Bert Nagel is directeur van de Ontdekhoek in Rotterdam, 'Neerlands Pierebadje voor Techniek' zoals hij zijn kinderkelder zelf liefderijk noemt. De Ontdekhoek zit in het souterrain van het Rotterdamse Onderwijsmuseum aan de Pannekoekstraat, de voormalige Rotterdamse Gemeentebibliotheek die nu een paar honderd meter verder is. Het is een praktisch ingerichte ruimte, met tafels, stoelen, vreemde bouwsels, instrumenten, een centrale balie en vijftig tot tachtig schreeuwende kinderen in de leeftijd van vier tot veertien jaar, iets meer jongens dan meisjes en met het zwaartepunt rond tien jaar.

Bijna alle kinderen zijn ijverig met iets bezig; de begeleiding, voornamelijk vrijwilligers, helpt alleen als iets kapot gaat of zorgt ervoor dat er voldoende materialen zijn. Een enkele moeder of vader is meegekomen (half geld), maar de meeste kinderen worden alleen maar gebracht terwijl de ouders boodschappen doen in de stad. De helft van de circa 30.000 jaarlijkse bezoekertjes komt van schoolbezoeken.

De Ontdekhoek is uniek in zijn soort, vergelijkbare 'hobbykelders' zijn er niet, niet in Nederland en voorzover Nagel weet ook niet in het buitenland.

Volgens Nagel is er in het buitenland wel veel meer aandacht op de scholen voor techniek, vooral in Duitsland. Nagel: “ Terwijl iedereen weet dat de economie het van techniek moet hebben, terwijl het bedrijfsleven zit te springen om technische geschoold personeel, neemt men in Nederland aan dat technische belangstelling volledig vanzelf komt. Maar wat men vergeet is dat waar je op jonge leeftijd mee in contact komt, dat dat later aantrekt, dat kinderen daarin later verder gaan. Op de basisschool wordt van alles bijgebracht, maar het aanbod voor techniek is structureel afwezig. En als het nu zo was dat kinderen op andere plekken met techniek in aanraking kwamen. Maar het tegendeel is het geval. Vroeger kon een schoolkind op weg naar huis nog van alles zien, de bedrijfjes waren in de buurt van de huizen, je had smeden, molens, timmerbedrijfjes. Nu wonen de mensen in buitenwijken. Terwijl techniek in de maatschappij almaar belangrijker wordt, is de afstand tot het kind alleen maar groter geworden.”

Zandzakjes

In de Ontdekhoek wordt met heel eenvoudige dingen de kinderen iets bijgebracht hoe sommige dingen werken. Ze moeten alles zelf ontdekken en vooral alles met hun handen doen. Je kunt beter niet in je goede goed komen.

Zo is er een bak waarin water van links naar rechts stroomt. Met zandzakjes kun je proberen de waterstroom af te dammen of zelfs een complete dijkafsluiting te maken. De zakjes zijn zo klein dat de afsluiting kundig ter hand genomen moet worden, anders spoelen ze weg. Aan een andere tafel zijn kinderen bezig zelf een huis te metselen van kleine steentjes en specie (gemaakt van zand en meel). Nagel: “ Legosteentjes zijn wel aardig, maar echte stenen zijn veel beter omdat je daarmee leert hoe het in het echt toegaat. Lego, hoe aardig ook, staat helemaal op zich. In het echt bestaan zulke systemen helemaal niet, die zo nauwkeurig passen en die je maar in elkaar hoeft te klikken.”

Aan weer een andere tafel worden ijverig eenvoudige zeilbootjes gemaakt, die in een bak water waarnaast een ventilator staat, op hun capaciteiten worden getest. Een tafel met zwakstroomschakelingen leert kinderen de eerste principes van elektriciteit.

De meeste bedrijfstakken komen zo'n beetje aan bod. In een zeer drukke hoek worden chips in olie gebakken, de begeleiding is daar wat intensiever. De belangstelling voor het branden van koffie, het andere onderwerp uit de bedrijfstak genotsmiddelen, is duidelijk minder, want de chips mag je opeten, maar van koffie houden de meeste kinderen nog niet zo. Wel kunnen ze hun gebrande koffie mee naar huis nemen en hun ouders verrassen.

Volgens Nagel zou de Ontdekhoek een redelijke aanvulling kunnen zijn op de basisschool. De basisschool zou zelf natuurlijk meer aan techniek kunnen doen, maar de meeste onderwijzers hebben er weinig kaas van gegeten. Zeker nu de Pabo zich de laatste jaren steeds verder uit de technische hoek beweegt. Nagel: “ Je ziet steeds meer meisjes op de Pabo (Pedagogische Academie Basisonderwijs, de opleiding tot onderwijzer) en hoewel meisjes niet per definitie minder technisch zijn aangelegd, is de belangstelling op dit moment wel veel minder. Ik denk dat het daarom praktischer zou zijn om een stelsel van ontdekhoeken naast de basisscholen in het leven te roepen, waar schoolklassen, net als naar zwemmen of zo, af en toe naar toe kunnen, desnoods als schoolreisje. Op de 8.000 basisscholen in Nederland zou je met tien tot twintig ontdekhoeken al een heel eind komen.”

Thuis uitproberen

Het is volgens Nagel zo helder als glas dat je kinderen al zo jong mogelijk in contact moet brengen met techniek. “ Wat je ze hier in de Ontdekhoek ziet doen, gaan ze thuis ook uitproberen. Hun ouders zien dat ze leuk spelen en geven vanzelf dingen die in die richting verder gaan. De situatie is nu dat kinderen die van nature sterk door techniek worden aangetrokken, bijna niets hebben om zich uit te leven en hun talenten te ontwikkelen. Wat jammer voor zo'n kind en wat een verspilling voor dit land! “

Toch ontmoet Nagel zeer weinig steun voor zijn streven. Het ministerie van Onderwijs, maar ook dat van Economische Zaken laten de Ontdekhoek helemaal links liggen. Subsidie heeft Nagel alleen van de gemeente Rotterdam, die de ruimte gratis beschikbaar stelt, en van het Rotterdamse bedrijfsleven. De helft van de inkomsten komt uit de toegangsgelden.

Nagel: “ Wij draaien nu al een jaar of tien. In 1979 heeft Ton Elias, uw vroegere onderwijsredacteur, in NRC Handelsblad, een enthousiast stuk over onze voorloper geschreven. De Ontdekhoek loopt nu als een trein, we voldoen aan een duidelijke behoefte. Je merkt dat kinderen echt staan te springen om technisch te spelen. Maar van enige ondersteuning van de overheid is geen sprake. En dat terwijl een ontdekhoek haast niets kost in vergelijking met miljoenen kostende acties als 'Kies Exact', wat alleen maar propaganda is en zelf niets voorstelt. Bij ons leren de kinderen echt iets en - als het goed is - worden in hun kinderziel geraakt, de gevoeligste plek waar je iemand kunt raken. Wie al jong dijkdoorbraakje speelt, wordt later waterbouwkundig ingenieur. Dat hoeft natuurlijk niet altijd zo letterlijk op te gaan, maar een kern van waarheid zit er wel in. Als je later middelbare scholieren enthousiast wil maken voor technische opleidingen, lukt dat nauwelijks en het kost handenvol geld. Om het in koopmanstermen te zeggen: vroeg-goedkoop is beter dan later-duur.”

Nagel, zelf van oorsprong chemicus, vindt de huidige trend in het onderwijs van werken met je hoofd volledig verkeerd. Ondanks alle lippendienst aan technische opleidingen en behoefte aan vakmensen zie je in het lager en middelbaar onderwijs dat werken met je handen een lage status heeft. Vuile handen krijgen is ongewenst (ook het werken met bord en krijt gezien de lage waardering voor het leraarsberoep, maar dit terzijde). Kinderen kiezen, daarin aangemoedigd door hun ouders, liever voor de mavo dan voor de overall. Nagel: “ Het onderwijs schiet schandelijk te kort. Als het onderwijs het instrument bij uitstek is om de cultuur over te dragen op de volgende generatie, dan zou je verwachten dat in onze technisch georienteerde samenleving ook veel techniek in het vakkenpakket zou zitten. Maar integendeel! Muzische vorming, maatschappijleer, gymnastiek, allemaal goed op zich, maar geen techniek. Dat moet de kinderen zelf maar aanwaaien.”

Brugklas

Bij de invoering van de Basisvorming wordt overwogen om vanaf 1995 in de brugklas het vak techniek te introduceren. Nagel: “ Eindelijk erkenning, zou je zeggen. Maar ik plaats toch wel enkele grote vraagtekens. In de eerste plaats vind ik het nogal laat: de kinderen zijn dan al twaalf, dertien jaar, terwijl mijn ervaring is dat ze al veel eerder belangstelling hebben voor techniek. Als je ze op hun zesde interesseert voor technische dingen, dan kunnen ze hun hele kindertijd al technisch spelen. Met dertien jaar begint de tijd van huiswerk-maken al en raken kinderen ook in andere dingen geinteresseerd: jongens in meisjes en meisjes in jongens. Je bent dan eigenlijk al te laat. Verder heb ik ook grote twijfels aan de kundigheid van de nieuwe leraren techniek. Er is nu nog helemaal geen opleiding voor. Het zal dus wel weer gaan als indertijd bij maatschappijleer: iedereen krijgt er lesbevoegdheid in na een paar bijscholingscursusjes. En verder heb ik grote twijfels of een echt doe-vak als techniek is in een schoolse omgeving goed tot zijn recht komt. Let wel: op zich ben ik erg blij met het voornemen om techniek op school te geven. Maar waarom niet dit plan combineren met het mijne? Dus kinderen van de basisschool af en toe naar de Ontdekhoek sturen, niet hier alleen in Rotterdam, maar overal in het land. Je kunt beter tien goed uitgeruste ontdekhoeken hebben waar ze met de bus naar toe kunnen, dan 8.000 basisscholen met een gebrekkig technisch lokaaltje, lijkt me.”

    • Rob Biersma