Druk op Bagdad

EEN TWEEVOUDIGE bedreiging door Israel dwong Irak vorig jaar tot “de gebeurtenissen van 2 augustus”. Vertaald uit het diplomatiek-Iraaks: de inval in en de verovering en daarop volgende vernietiging van Koeweit was een reactie op een vermeend gevaar van Israelische kant. Terecht noemde minister Baker deze Iraakse voorstelling van zaken gisteren na zijn urenlange gesprek in Geneve met ambtgenoot Tareq Aziz ongeloofwaardig.

De Iraakse minister van buitenlandse zaken slaagde erin gedurende zijn uitvoerige uiteenzetting voor de internationale pers na afloop van zijn overleg met Baker niet een keer de woorden Koeweit, inval, annexatie of verovering te gebruiken. Een gerichte vraag daarover ging hij uit de weg. Waar het hem om ging was vrede in de regio en iedereen die daaraan wilde bijdragen was welkom. Dan zou ook Irak zijn steentje bijdragen. Washington moest eerst maar eens beginnen de naleving af te dwingen van de uit de jaren zeventig daterende resoluties waarin Israel wordt bevolen bezette gebieden te ontruimen. Over het voortbestaan van Israel in vrede en binnen veilige grenzen waarover de betrokken resoluties ook het nodige te zeggen hebben, sprak de afgezant van Bagdad niet.

Opvallend was dat Tareq Aziz zich niet wenste uit te laten over de betekenis van een internationale conferentie over de problemen in het Midden-Oosten, een conferentie waartoe vooral van Europese kant wordt opgeroepen. Hij meende dat de Palestijnse kwestie een zaak was tussen de Palestijnen en Israel. Wel was Irak bereid op een Palestijns verzoek om betrokkenheid in te gaan.

DE MISSIE van secretaris-generaal Perez de Cuellar naar Bagdad zal in het teken staan van de twaalf resoluties die de Veiligheidsraad sinds 2 augustus vorig jaar tegen Irak heeft aangenomen en het is niet aan te nemen dat deze hoge vertegenwoordiger van de Volkerenorganisatie iets anders te horen zal krijgen dan de Amerikaanse bewindsman gisteren. Volgens Tareq Aziz hebben de Verenigde Staten die resoluties aan de Veiligheidsraad opgelegd en de logische conclusie moet dan zijn dat iedereen die vanuit die resoluties praat en optreedt een spreekbuis van Washington is.

Hetzelfde geldt voor een Europese dan wel een Franse missie zolang die missie zich aan de twaalf resoluties houdt. President Mitterrand wilde gisteren een bezoek van de Franse minister van buitenlandse zaken aan Bagdad voor 15 januari niet uitsluiten. Gedurende een persconferentie in Parijs, voorafgaande aan de uitkomst van Geneve, verklaarde de president dat de voorwaarden waaronder de Iraakse strijdkrachten Koeweit zouden verlaten niet in steen waren gehouwen en dat daarover kon worden gesproken.

UIT NIETS van wat Tareq Aziz tijdens zijn gesprek met de internationale pers zei bleek dat in Bagdad over een dergelijke aftocht wordt gedacht. De verklaring van de Franse parlementarier Michel Vauzelle na een urenlang onderhoud met president Saddam Hussein vorige week als zou Irak voor het verlaten van Koeweit iets terug willen hebben, vond in de uiteenzetting van de Iraakse minister geen enkele voedingsbodem.

Dat laat de wereld uiteindelijk achter bij de diplomatie 'met andere middelen'. Die middelen omvatten ook de boycot. Maar de druk op Bagdad is gisteren in Geneve al tot grote hoogte opgevoerd. Als Saddam Hussein daartegen bestand is, zal de anti-Saddamcoalitie waarschijnlijk tot een gewapend optreden overgaan.