Digitale cassette nieuwe troef Philips

Philips denkt een nieuwe winstmaker in huis te hebben: de Digital Compact Cassette. Binnen tien jaar zal het nieuwe geluidssysteem de compact disc overtroeven. De huidige cassette zal na de eeuwwisseling een zachte dood sterven.

Slecht nieuws misschien voor mensen die juist de nieuwste Walkman hebben gekocht: de traditionele muziekcassette heeft zijn langste tijd gehad. Dat zeggen ze tenminste bij Philips.

Zoals de compact disc de LP in nog geen decennium naar het museum heeft verwezen, zo zal de muziekcassette worden verdreven door de Digital Compact Cassette (DCC), een nieuw geluidssysteem dat Philips gisteren lanceerde op de grote consumentenelektronicabeurs in Las Vegas. Al in het jaar 2000 zal de verkoop van de nieuwe digitale cassettes de afzet van compact discs overtreffen, aldus marktprognoses van Philips. Volgens diezelfde voorspellingen sterft de huidige muziekcassette ergens tussen het jaar 2007 en het jaar 2010 een zachte maar onvermijdelijke dood.

De DCC-recorder levert geluid van compact disc-kwaliteit en verder zogenoemde 'controle-informatie', die het opzoeken van muziekstukken vereenvoudigt. Net als de CD-speler kan de DCC-recorder extra gegevens verstrekken, zoals de lengte van het stuk, de naam van de artiest en de titel van de song.

Op het nieuwe apparaat kunnen ook nog conventionele muziekcassettes worden afgespeeld. Uiterlijk lijken de digitale compact cassettes trouwens sterk op de huidige generatie cassettes, alleen zijn ze dunner. Ook hebben ze een face-lift gekregen om ze een moderner 'appeal' te geven. Spoelen en tandwielen zijn gebleven, maar gaan nu schuil achter een zilverkleurig bescherm-mechanisme, dat pas bij afspelen of opnemen opzij geschoven wordt. De verpakking heeft eveneens een eigentijdser aanzien. Het nieuwe doosje biedt ruimte voor 'artwork': platenhoezen in miniatuur.

In het voorjaar van 1992 opent Philips de grootscheepse aanval op het conventionele cassette-systeem. Speciaal voor die gelegenheid heeft het concern een monsterverbond gesloten met het Japanse Matsushita, 's werelds grootste fabrikant van consumentenelektronica. Daarmee heeft Philips zich verzekerd van een machtige medestander, wat bij de introductie van DCC van vitaal belang zal zijn.

Matsushita heeft ook een deel van de ontwikkeling van het digitale compact cassette-systeem voor zijn rekening genomen. Daarom heeft het concern recht op een deel van de royalties die bedrijven moeten betalen voor een licentie op DCC. Als eerste heeft het Amerikaanse elektronicaconcern Tandy zich gemeld voor een licentie. Ook muziekmaatschappijen als Polygram, EMI en Warner hebben al hun steun betuigd aan de digitale compact cassette. Dat betekent dat er bij introductie ten minste 500 titels op het nieuwe medium beschikbaar zullen zijn.

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is in de consumentenelektronica zal met DCC niet eerst worden gemikt op de zogenoemde 'innovators' in de markt, de afnemers met de hoogste eisen, het grootste budget en de grootste gevoeligheid voor nieuwtjes. Philips en Matsushita zullen het digitale compact cassette-systeem meteen lanceren in alle segmenten van de audio-markt. Al vanaf het begin zullen ook auto-DCC-recorders en DCC-walkmans beschikbaar zijn.

Pag. 10: .

DCC-cassette: nieuw massa-medium .

Bij introductie gaat een hifi DCC-recorder tussen de 500 en 600 dollar kosten, een prijs die volgens Philips waarschijnlijk net zo snel zal dalen als destijds bij het CD-apparaat. Voorbespeelde DCC-cassettes worden ongeveer even duur als compact discs.

Maar bestaat er niet al een opvolger van die goeie ouwe cassette-recorder? Kennen we al niet sinds 1985 de veelomstreden Digitale Audio Tape-recorder (DAT), die net zoals de DCC-speler geluid biedt van compact disc-kwaliteit?

De DAT-speler kan nooit de traditionele cassetterecorder vervangen, beweren ze bij Philips. Simpelweg omdat er bij de ontwikkeling van de DAT-recorder door de gezamenlijke elektronicafabrikanten, inclusief Philips, een aantal cruciale technische fouten zijn gemaakt. Daardoor is de DAT-speler opgezadeld met een aantal ingebouwde handicaps, die met geen mogelijkheid te overwinnen zijn.

Aan het eind van de jaren zeventig leek het zo voor de hand liggend om de digitale geluidsinformatie op cassette net zo te coderen als bij de CD. Maar dat betekende wel dat op de kleine Digitale Audio Tape, twee keer zo klein als de gangbare cassette, 2, 5 megabit aan informatie, tweeenhalf miljoen enen en nullen, per seconde moesten kunnen worden vastgelegd. Die hoge informatiedichtheid was alleen maar te realiseren met dure, kwetsbare mechanismen, met dure en kwetsbare tape, met techniek die aan de videocassetterecorder was ontleend.

De consequenties van die keuze bleken pas halverwege de jaren tachtig, zegt Philips. Om van de DAT-recorder werkelijk een massa-produkt te kunnen maken, zou de prijs ongeveer net zo snel moeten dalen als eerder bij de CD-speler. Bij de CD-speler was de prijs zes jaar na de introductie gedaald van 2000 tot 300 gulden. Maar bij de DAT-speler zou de prijs binnen zes jaar onmogelijk onder de duizend gulden komen, zelfs volgens de meest optimistische prognoses. Het apparaat is eenvoudig veel te ingewikkeld om goedkoop te kunnen worden gemaakt.

Daarbij stuitte de DAT-recorder onmiddellijk op hevig verzet van de muziekindustrie. Uit angst dat de consumenten het nieuwe apparaat massaal zouden gebruiken om compact discs te kopieren, weigerden ze voorbespeelde DAT-cassettes op de markt te brengen. De DAT-recorder werd in een klap van driekwart van zijn potentiele markt beroofd: van oudsher worden drie van de vier cassettespelers alleen voor afspelen gebruikt.

In 1989 legden elektronicabedrijven en muziekindustrie het conflict over de DAT-speler uiteindelijk bij. De elektronicafirma's beloofden de DAT-recorder te voorzien van een speciale chip, zodat alleen voor eigen gebruik kon worden gekopieerd. Maar tegen die tijd had de DAT-speler zijn momentum voorgoed verloren, zegt Philips. Ook al omdat de DAT-recorder nog wat andere technische nadelen heeft. Juist omdat het materiaal voor de DAT-recorder zo kwetsbaar is, levert het gebruik van het apparaat buitenshuis al snel problemen op. En wat de doorslag geeft bij de muziekindustrie: DAT-cassettes zijn door de industrie alleen maar op beperkte schaal te dupliceren volgens een ingewikkeld procede.

Intussen bestaat er wel degelijk behoefte aan een digitale opvolger van de muziekcassette, want die 27 jaar oude Philips-vinding is sinds 1989 over haar hoogtepunt heen. Voor het eerst liep de afzet van muziekcassettes vorig jaar terug. De consumenten verliezen hun interesse in een medium dat zij als 'niet meer van deze tijd' beschouwen.

Hetzelfde is aan het eind van de jaren zeventig de LP overkomen. Dat had niets met de introductie van de CD te maken had want die had pas enkele jaren later plaats. De grammofoonplaat had gewoon zijn tijd gehad. Maar die aflopende produktcyclus is de muziekindustrie destijds bijna fataal geworden. Het aantal verkochte geluidsdragers kelderde van een miljard naar 600 miljoen stuks. En het duurde weer tot 1988 voordat die verkoop dank zij het succes van de CD het oude niveau kon bereiken. Volgens Philips dreigt eenzelfde teruggang als de muziekcassette niet snel door een nieuw medium wordt vervangen.

Bij de vervanging van de muziekcassette staat er nog veel meer op het spel dan eerder bij de compact disc. Want jaarlijks gaan er bijna 200 miljoen cassetterecorders over de toonbank, ruim vijf keer zoveel als CD-spelers. Jaarlijks worden er ook circa 2, 6 miljard cassettes verkocht, een miljard voorbespeeld, 1, 6 miljard blanco. Tegen samen een miljard CD's en LP's.

De cassetterecorder geldt nou eenmaal als het mobiele afspeelapparaat bij uitstek. Volgens de prognoses heeft elk Westers huishouden halverwege de jaren negentig gemiddeld drie cassette-recorders. Tegen een compact disc-apparaat.

Daarom noemt Philips DCC nog belangrijker dan de CD: het nieuwe massa-medium. Anders dan de DAT-speler maakt de DCC-recorders conventionele cassettes niet in een klap overbodig. Daardoor wordt een geleidelijke overgang mogelijk. Anders dan bij de DAT-speler is de DCC-techniek veel simpeler, waardoor de apparaten veel goedkoper kunnen worden gemaakt. Ook is massaproduktie van voorbespeelde digitale cassettes veel simpeler dan bij digitale audio tape.

Toch bestrijden deskundigen bij Philips dat er een oorlog dreigt tussen de DCC en DAT. DCC en DAT op een lijn stellen is een Volkswagen vergelijken met een Porsche, zeggen ze bij Philips. De DAT-speler heeft wel degelijk toekomst, maar alleen in het hoogste segment van de audio-markt, niet als massa-produkt.

Voorlopig denken ze daar bij Sony heel anders over. Sony heeft de afgelopen jaren veel geld in de ontwikkeling van de DAT-recorder geinvesteerd, net zoals enkele andere Japanse fabrikanten, en is niet van plan zich zo makkelijk naar de marge van de markt te laten verwijzen. Om te laten zien dat het concern nog steeds gelooft in de DAT-recorder, heeft Sony in september ook een DAT-walkman en een DAT-autoradio geintroduceerd.

Een woordvoerder van Sony Nederland doet de bezwaren van Philips af als “nonsens”. Het bedrijf erkend nog niet volledig op de hoogte te zijn van de kenmerken van het nieuwe produkt, maar wil wel alvast de aanval openen. De DCC-recorder zou inferieur zijn aan de DAT-recorder. DCC zou de geluidskwaliteit van de CD niet eens benaderen; het zou niet om 'hifi' gaan, maar om 'midfi', de kwaliteit van fm-radio.

Maar andere Japanse bedrijven hebben inmiddels niet meer zo veel geloof in het succes van de DAT. Ondernemingen als Pioneer en Yamaha hebben hun plannen op DAT-gebied sterk teruggedraaid. Sommige audio-specialisten verwachten dat ook andere firma's uiteindelijk naar het DCC-kamp zullen overlopen.

Vanaf volgend jaar zal blijken of Philips er een nieuwe winstmaker bij heeft. Of een nieuwe flop.

    • Michel Kerres
    • Dick Wittenberg