De zachtaardige compromissensluiter

PERTH, 10 jan. - Een dreigende revolte binnen de ploeg, vaders en moeders die zich met de opstelling bemoeien en een weifelende leiding. De wijze waarop de Nederlandse estafetteploeg voor de 4x100 meter vrije slag tot stand kwam was weinig verheffend. En het ambitieuze doel dat de opstandigste zwemster van de nationale afvaardiging, Karin Brienesse, zich had gesteld werd bij lange na niet gehaald. “We gaan voor goud”, riep ze al maanden. Maar zelfs Nederlands snelste viertal van dit moment moest vaststellen dat brons achter de Verenigde Staten en Duitsland het hoogst haalbare was.

Luttele uren voor de wedstrijd stond bondscoach Ton van Klooster voor de vraag of hij principieel dan wel pragmatisch moest zijn. Begin januari had hij de vrije-slagzwemsters die in Nederland niet aan de limiet hadden voldaan in Perth in een swim-off laten uitmaken wie er voor een plaats in de estafette-ploegen in aanmerking kwam. Daarbij viel Inge de Bruijn, die bij selectiewedstrijden in Amersfoort opmerkelijk snel was geweest, af en Van Klooster kende dan ook geen pardon. Ze werd buiten de ploeg voor de 4x200 gelaten. Haar optreden in de serie over 100 meter leek hem gelijk te geven, want met een teleurstellende tijd reikte ze niet verder dan de B-finale.

Daarin echter diende zich het probleem aan. Verlost van de druk van het 'heilige moeten' benaderde ze haar oude niveau weer en toen gisterochtend in de estafetteserie Manon Masseurs - die met de 4x200 equipe wel brons won - onder de maat acteerde, zag hij zich geconfronteerd met een levensgroot probleem. Masseurs had de als ultieme selectie aangekondigde swim off met goed gevolg doorstaan en meende dat haar plaats wel was gegarandeerd. Van Klooster wilde echter, in een laatste poging om van de vrij zekere bronzen plak een zilveren te maken, toch liever kiezen voor de vier snelste zwemsters.

De zachtaardige compromissensluiter was die richting al opgedreven door met name Brienesse, die te verstaan had gegeven er niet voor terug te deinzen in de finale bewust langzaam te zwemmen als Van Klooster zou sjoemelen met haar eis dat ze de drie snelsten zou meekrijgen. De ouders van de zwemsters lieten zich al evenmin onbetuigd. Uit die hoek kreeg de bondscoach te horen dat hij “nog niet van hen af zou zijn” wanneer hij een verkeerde beslissing zou nemen.

Het ontbrak er nog maar aan dat de bondscoach ook de naaste familieleden, die naar Perth zijn gereisd, bij zich op de kamer ontbood om stuk voor stuk hun mening te vragen. Want verder werd vrijwel iedereen van de Nederlandse delegatie gepolst en met veel omtrekkende bewegingen ingelicht over de voornemens. Van Klooster deed uiteindelijk wat elke gewetensvolle coach zou doen: het sterkste team opstellen. Hij had er eer mee kunnen inleggen als hij het kordaat had gedaan, zonder die vertwijfelde, bijna verontschuldigende blik en zonder met engelengeduld te reageren op de zinloze hypotheses waarmee de betweters rondom dit kleine kleffe watercircus hem confronteren.

Dat de samenstelling van de estafetteploegen tot commotie zou leiden was voorspelbaar. Het luxeprobleem dat Van Klooster leek te hebben met zeven goede vrije-slagzwemsters werd een molensteen om zijn nek toen de meerderheid op het afgesproken tijdstip niet in vorm bleek te zijn. Om het zekere voor het onzekere te nemen en omdat geld bij de zwembond voor dit soort exercities dank zij een aantal donaties kennelijk geen rol speelt, mocht het hele stel mee. De problemen schoven daarmee ook op. Dat daardoor binnen de afvaardiging een sfeer ontstaat die al in de lobby van het hotel te snijden valt, mag geen verbazing wekken. En met dwaze disciplinaire maatregelen als een communicatieverbod tussen de verschillende kamers tijdens de rustperioden verdwijnt de argwaan en onzekerheid niet.

De onderkoelde reactie op de bronzen medaille - derde van de wereld blijft voor Nederlandse sporters nog altijd een behoorlijke prestatie - was daar een weerspiegeling van. Terwijl Mildred en Marianne Muis en Karin Brienesse nonchalant de verplichtingen na de huldigingsplechtigheid afwerkten, was Inge de Bruijn druk in de weer met het verzamelen van relikwieen die bij zo'n bijzondere gebeurtenis horen. In haar had Van Klooster zich toch wat vergist. Tijdens de ochtenduren sprak hij zijn zorg uit over haar stressbestendigheid, terwijl hij had kunnen weten dat ze door de jaren heen in estafettes heeft geexcelleerd. Dat deed ze nu ook in het Superdrome van Perth, waar ze de eerste 50 meter als snelste (26, 08) van alle deelneemsters aflegde en met 56, 05 de op een na snelste zwemster van het Nederlandse kwartet was.

    • Peter de Jonge