De Koerden in Irak blijven het slachtoffer

Alle berichten en activiteiten over de crisis in de Golf lijken erop te duiden dat er geen andere oplossing is dan dat Koeweit met geweld van het regime van Saddam Hussein wordt bevrijd. Hoewel de voorspellingen over de slachtoffers van een eventuele oorlog varieren van een klein aantal tot een catastrofe waarbij duizenden zullen omkomen en de schattingen over de duur van de oorlog varieren van enkele dagen tot enkele jaren, is er nog maar weinig gezegd over wat er na de oorlog zal gebeuren.

Wat Koeweit betreft is de eis van de geallieerden en die van bijna de hele wereld (gezien de resoluties van de Verenigde Naties) duidelijk: Irak trekt zich terug uit Koeweit en het oude 'legitieme' bewind van Koeweit wordt hersteld. De Verenigde Naties hebben ook toestemming gegeven daartoe geweld te gebruiken.

Maar het is niet zo gemakkelijk om Koeweit te bevrijden en het regime in Irak buiten spel te zetten. Wanneer Saddam Hussein niet buigt voor de eisen van de VN en wanneer hij, zoals hij tot nu toe heeft aangekondigd, in de tegenaanval zal gaan als er geweld wordt gebruikt, dan is het gevolg een confrontatie met het bewind van Saddam Hussein. Doel van de oorlog wordt dan niet alleen het bevrijden van Koeweit, maar ook het uit het zadel werpen van het regime in Bagdad.

De Iraakse oppositiepartijen in ballingschap zijn al maanden, en vooral sinds de Golfcrisis, in een eindeloze discussie gewikkeld zonder dat men het eens kan worden over een programma voor een toekomstige regering. Wel hebben ze op 27 december een gezamenlijke verklaring uitgegeven waaruit blijkt dat men het eens is geworden over het houden van vrije verkiezingen in het post-Saddamtijdperk.

De verschillen tussen de oppositiepartijen zijn echter groot. De stroming die oproept tot een democratisch bestuur in Irak ondervindt harde tegenstand van de pro-Iraanse sjiitische Al-Da'awagroep, die vasthoudt aan het creeren van een islamitisch bewind zonder toezegging over democratie. De Arabische nationalisten zijn het niet eens met bepaalde rechten voor Koerden. Zij verzetten zich tegen elke poging om Koerdische legitieme rechten, als deel van een verdeeld volk, erkend te krijgen. De Koerdische oppositie-partijen, die als enige al jarenlang in een gewapende strijd gewikkeld zijn met het regime van Saddam Hussein, hebben wel een eensluidend standpunt over democratisering van het regime in Irak, onder voorwaarde dat de rechten van het Koerdische volk worden erkend binnen de eenheid van de Iraakse republiek.

De tegenstanders van de rechten van de Koerden bevinden zich niet alleen in de kringen van de Arabische nationalisten en de islamitische sjiiten. Het is ook een gevoelige zaak voor de interventiemacht van de geallieerden. De geallieerden zwijgen over democratisering van het regime in Irak en de rechten van de Koerden in dat land, omdat deze twee doeleinden nauw met elkaar zijn verbonden.

Aan de ene kant wordt de Koerdische zaak niet in behandeling genomen omdat Turkije krachtig tegen is en omdat andere buurlanden van Irak, Iran en Syrie, sterk gekant zijn tegen internationalisering van de Koerdische kwestie.

Ook ontmoet democratisering van het regime in Irak en in Koeweit krachtig verzet van bijna alle andere regimes in het Midden-Oosten; immers, vrijwel geen enkele regering is er op een democratische manier gevestigd en de heersers van deze landen zijn erg bang voor democratie. Daarom doen de geallieerden over deze twee kwesties er liever het zwijgen toe, om hun bondgenoten, de dictatoriale regimes in het Midden-Oosten, niet tegen zich in het harnas te jagen.

Daar komt bij dat, als er over democratie wordt gesproken, de mensenrechten automatisch aan de orde worden gesteld met inbegrip van de rechten van de Koerden op zelfbeschikking. Om die redenen zijn deze kwesties voor de geallieerden taboe. Hun opportunistische beleid heeft altijd de voorrang boven de mensenrechten.

Voor Irakezen is het wel zeer belangrijk dat ze van Saddam Hussein af komen. Al hun pogingen om Saddam Hussein en zijn regime omver te werpen zijn tot nu toe mislukt. De in het buitenland opererende Iraakse oppositiepartijen zijn er tot nu toe niet in geslaagd een regering in ballingschap te vormen. Sommigen van hen hebben geen duidelijke standpunten over de huidige situatie in de Golf. Hoewel zij tegen de bezetting van Koeweit zijn en voor veranderingen in Irak, zijn ze tegelijkertijd tegen de aanwezigheid van de buitenlandse troepen in de Golf en hebben ze zelf geen alternatieve oplossing voor de crisis in hun land.

De Verenigde Staten zullen, dat is zeker, een beslissende stem hebben in de toekomst van Irak. Maar het ziet ernaar uit dat de Koerden opnieuw buiten spel zullen blijven staan. Zo zal er in het nieuwe Irak een oorlog blijven doorwoeden, een oorlog die veel slachtoffers zal maken en die door de Iraakse regering in spe te zijner tijd zal worden aangegrepen om de Koerden met harde hand te onderdrukken. Overigens, ook een oorlog die kan leiden tot het oplaaien van regionale conflicten.

    • Woont in Nederland
    • J. Nazanini