Zichzelf vervullende voorspelling

Vandaag is het veertig dagen geleden dat de Veilgheidsraad met Resolutie 678 Saddam Hussein het ultimatum stelde dat op 15 januari afloopt. Daarna is volgens het besluit van de Raad geweld geoorloofd, maar het is niet onontkoombaar voorgeschreven. Minister Van den Broek zag “de resulotie als een duidelijk politiek signaal aan Irak en niet als een startsein voor geweld”. Zo was het toen natuurlijk ook bedoeld. Degenen die de resolutie hadden geformuleerd, de landen die ervoor stemden, schreven Saddam op dat ogenblik nog een reserve aan redelijkheid toe die hij binnen de 47 gegeven dagen geleidelijk zou kunnen mobiliseren om zich zonder volledig gezichtsverlies uit Koeweit terug te trekken. Binnen die periode zou hij de overtuiging moeten krijgen dat, in tegenstelling tot wat tot dan toe zijn uitgangspunt was geweest, president Bush wel een grote oorlog zou beginnen. Om hem bij het verwerven van dat inzicht te helpen werd de militaire opbouw van de coalitie voortgezet. De 47 dagen waren het respijt van de redelijkheid.

Beide partijen hebben hun tijd gebruikt om zich politiek en militair verder in te graven. Saddam heeft zich daarmee bereid verklaard het in politiek opzicht tegen de rest van de wereld min Cuba en Jemen op te nemen, en militair tegen de Amerikanen met een paar bondgenoten. Binnen veertig dagen is het 'politieke signaal' dusdanig veranderd dat het bijna identiek is met het 'startsein voor geweld'. De politiek en de diplomatie van de redelijkheid maken plaats voor het automatisme van de 'zichzelf vervullendevoorspelling'. Tenzij Saddam niet goed bij zijn hoofd is - met welke mogelijkheid we in toenemende mate rekening moeten houden - valt het nog wel te begrijpen waarop hij rekent bij het spelen van zijn laatste kaart: het Amerikaanse Congres dat Bush zal remmen.

Dit weekeinde zal het Congres misschien de resolutie aannemen waarbij de president wordt gemachtigd, geweld tegen Irak te gebruiken. Senator Mitchell en afgevaardigde Foley, de Democratische leiders, willen dat de blokkade langer wordt voortgezet. Ze geloven dat de redelijkheid meer uithoudingsvermogen heeft. Maar zal die resolutie meer zijn dan een formaliteit? Heeft de voorspelling zichzelf niet nu al zover vervuld dat terugkeer tot de diplomatie onmogelijk is geworden? Als Aziz in Geneve bij Baker geen hoop weet te wekken op terugkeer tot de redelijkheid (dit stukje wordt geschreven terwijl de heren aan het praten zijn) bevordert hij daarmee alleen maar dat de Amerikaanse president alle legitimiteit zal krijgen die hij zich wenst.

Het automatisme van de zichzelf vervullende voorspelling krijgt de overhand. Luchtverbindingen met het Midden-Oosten worden opgeschort, evacuaties zijn in volle gang, de scenario's van de diplomatie worden vervangen door die van de oorlog. Vanmorgen geeft de International Herald Tribune op de voorpagina een overzicht van de verschrikkingen die het Iraakse leger te wachten staan. “In het grootste bombardement uit de geschiedenis zullen duizenden tonnen explosieven worden gebruikt. Op ongekende schaal zullen elektronische wapens worden ingezet. Als de eerste aanvalsgolf voorbij is, zal de tweede beginnen. En dan de derde. Dan de vierde. En de vijfde.” Dat is wel de essentiele passage uit dit leerzame overzicht; de rest kan men zelf verzinnen. Saddam van zijn kant heeft zich nooit onbetuigd gelaten. Hij zal de oorlog over de hele aarde uitbreiden. In verband daarmee worden aan de 'thuisfronten' maatregelen tegen terreur genomen.

De weg terug naar de redelijkheid is vrijwel afgesneden. In de coalitie tegen Irak moet men nu wel bijna tot de slotsom komen, definitief, dat de dictator inderdaad niet goed bij zijn hoofd is. De Verenigde Staten kunnen de oorlog niet verliezen, in de eerste plaats niet door de verpletterende overmacht aan technische wapens, maar vooral ook omdat het leiderschap van de natie op het spel staat en omdat Bush zich het laatste half jaar heeft ontwikkeld tot een president die niet wil dat onder zijn verantwoordelijkheid Amerika een macht zal worden waarvan de geloofwaardigheid ongestraft in twijfel kan worden getrokken.

Zo heeft de annexatie van Koeweit binnen een half jaar het stadium bereikt dat vanouds wordt beschreven met 'tenzij er een wonder gebeurt' en waarin onberedeneerde hoop de enige vervanging van de redelijkheid is. Wie de beschaafde wereld zover heeft gebracht, moet daaruit worden verwijderd, maar dat gaat ten koste van een operatie waarvoor maar een woord is: walgelijk.

Dit heet: De zichzelf vervullende voorspelling

    • H. J. A. Hofland