Vereniging moet isolement van biograaf opheffen

Op initiatief van zes neerlandici is de Werkgroep Biografie opgericht, die het schrijven van literaire biografieen in Nederland wil bevorderen en als informatiecentrum zal dienen voor aanstaande biografen. Eind deze maand moet het eerste nummer verschijnen van het Biografie Bulletin; de eerste studiemiddag vindt plaats in mei.

AMSTERDAM, 9 jan. - Van bijna dertig Nederlandse schrijvers uit de twintigste eeuw zal de komende jaren - deo volente - een biografie verschijnen. Dat blijkt uit een eerste inventarisatie van de neerlandicus Anja van Leeuwen, secretaris van de pas opgerichte Werkgroep Biografie. Onder de te beschrijven levens bevinden zich die van Menno ter Braak, Belle van Zuylen, Herman Heijermans, Hans Andreus, Ina Boudier Bakker, Jef Last en niet minder dan drie biografen verdiepen zich op dit moment in leven en werken van Bordewijk. De complete lijst zal eind deze maand worden afgedrukt in het eerste nummer van het Biografie Bulletin, het officieel orgaan van de werkgroep.

Het inventariseren van biografische voornemens is een van de doelstellingen van de werkgroep. In het bulletin, dat drie keer per jaar moet verschijnen, moet verder worden gepubliceerd over de theoretische en praktische problemen van biografen. Ook het uitwisselen van informatie behoort tot de voornemens. Er zijn tot dusver 45 leden. Het bestuur bestaat uit de Nijmeegse hoogleraar W. A. M. de Moor, Sjoerd van Faassen van het Letterkundig Museum in Den Haag en de schrijfsters Anja van Leeuwen en Rudi Wester. De werkgroep hoopt zich te kunnen aansluiten bij de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Er is, beaamt Anja van Leeuwen, een “inhaalmanoeuvre” gaande, want pas sinds kort staat de biografie in Nederland in een beter aanzien. Men heeft “een goed contact” met de door Martin Ros opgerichte Dordtse Academie, die dit najaar voor het eerst een prijs voor de beste Nederlandse biografie zal uitreiken - aan Jan Fontijn (over Van Eeden) of aan Gerard Mulder en Paul Koedijk (over Van Randwijk).

Van Leeuwen: “De twee initiatieven bijten elkaar niet, ze werken aanvullend. Het is typerend dat het genre van de biografie in Nederland nog steeds moet worden verdedigd. In andere landen hoeft dat allang niet meer. En dan krijg je telkens weer als argument dat je iemands werk beter begrijpt als je zijn biografie kent. Dat is natuurlijk wel waar, maar voor mij is het belangrijkste dat het gewoon leuk is om een biografie te lezen.”

De werkgroep perkt het terrein af tot de schrijversbiografie. “Om te beginnen zijn we neerlandici, dus het ligt voor de hand dat we alleen over de literaire biografie praten. Het leven van een schrijver werpt bovendien heel specifieke problemen op. Een literair werk fungeert als een andere bron van kennis voor het levensverhaal dan bijvoorbeeld het werk van een componist.

“Daarbij komt dat de literaire biografie de laatste jaren aan de universiteiten een apart onderzoeksobject is geworden, met een eigen theorievorming waarover in het bulletin kan worden gepubliceerd. Tot dusver komt daarvan zelden iets naar buiten; het is de bedoeling dat we ook melding gaan maken van dat universitaire onderzoek en van eventuele scripties over het onderwerp.”

De secretaris, die zelf doende is een biografie te schrijven over de bijna vergeten letterkundige Constant van Wessem, denkt dat aanstaande biografen vooral gediend zullen zijn met informatie-uitwisseling. “Biografen werken vaak geisoleerd. Ze weten van elkaar niet waarmee ze bezig zijn. Ze zoeken naar materiaal, terwijl een ander misschien met een tijdgenoot bezig is en een belangrijke bron heeft gevonden. Dan is het handig als er een verzamelpunt bestaat. Vanmorgen werd ik nog gebeld door iemand, die had gehoord dat er een biografie over Anton van Duinkerken in voorbereiding is en contact zocht met de biograaf, omdat hij Van Duinkerken persoonlijk heeft gekend. Het is ook goed om te weten hoe anderen zijn omgesprongen met het probleem van families, die de archieven niet willen ontsluiten.”

Zelf hoopt ze dat de opbloei van het literaire levensverhaal tevens zal leiden tot meer variatie in vorm en stijl. “Biografieen zijn in Nederland vaak nogal proefschrift-achtig. In veel gevallen wordt een biografie geschreven om op te promoveren, en dat heeft een bepaald type publikaties tot gevolg. Het zou mooi zijn als er meer werd geexperimenteerd met de vorm. Over dat soort onderwerpen moeten discussies ontstaan.”

Op het programma staan dan ook tevens twee studiemiddagen per jaar, waarvan de eerste in mei wordt gehouden en de tweede in het najaar. Het is, aldus Anja van Leeuwen, niet de bedoeling dat daar voornamelijk passief naar lezingen wordt geluisterd - biografen hebben elkaar in de eerste plaats veel te vertellen.

Werkgroep Biografie, tel. 020-6682017.