Vakantiebeurs en de Golf: brochures, geen boekingen

UTRECHT, 9 JAN. Het advies niet naar Israel te reizen en de oproep voor 15 januari uit dat land terug te keren, gisteren gedaan door Buitenlandse Zaken, had voor Danni Shahal nauwelijks op een ongunstiger tijdstip kunnen komen. De directeur van het Israelisch Verkeersbureau voor de Benelux staat tot 13 januari zijn land te verkopen op de Vakantiebeurs in Utrecht.

“Een beetje frustrerend is het wel”, erkent hij, “maar we blijven doorwerken.” En met zwier legt hij een brochure op tafel - Israel nu! - die een achtdaagse rondreis voor 1395 gulden aanprijst. “Zo goedkoop is het in jaren niet geweest.”

Dat de Golfcrisis als een donkere wolk boven de vandaag voor het publiek geopend Vakantiebeurs hangt, is te veel gezegd. Maar de aanwezige verkeersbureaus die landen vertegenwoordigen in het Midden-Oosten merken wel degelijk de nadelige invloed van de oorlogsdreiging in de Perzische Golf, hoewel ze ieder voor zich hun best doen risico's te bagatelliseren.

“Er wordt veel informatie gevraagd, er zijn ook veel reserveringen, maar de boekingen blijven uit”, zegt Yelman Emcan, op de Turkse ambassade in Amsterdam belast met onder meer de bevordering van het toerisme naar zijn land. “Onze vakantieplaatsen liggen 1500 kilometer van een mogelijk front, dus er is geen probleem” verzekert Emcan. Toeristen geloven hem blijkbaar niet. In 1989 ontving Turkijke 80.000 Nederlandse reizigers en tot september vorig jaar bedroeg de groei 45 procent. Sindsdien constateert het buurland van Irak een daling.

Informatie over het risico van reizen naar Israel verwacht Joost Nilissen, marketing manager van het Israelisch Verkeersbureau, nauwelijks te hoeven geven. “Dat was in november nog een vraag. Nu niet meer. Ik verwacht eigenlijk weinig concrete vragen op de beurs. Men zal vooral brochures meenemen, voor later. Maar wij moeten laten zien dat we er zijn. Het land is open, de hotels draaien en de luchtvaartmaatschappijen vliegen nog steeds.”

Vorig jaar ontving Israel anderhalf miljoen toeristen, van wie 40.000 uit Nederland. Toerisme is voor het land een belangrijke bron van inkomsten. Afraden naar Israel te reizen zal Nilissen dan ook niemand. “Persoonlijk zeg ik: je kan rustig gaan. Israel wordt al veertig jaar lang morgen aangevallen. Je relativeert op den duur wat meer. Maar de toeristen zijn zonder twijfel bang om te gaan.”

Dat blijkt ook uit de cijfers. Tot augustus vorig jaar bedroeg de groei van het Nederlands toerisme naar Israel 16 procent. Sindsdien is het aantal toeristen met 50 procent gedaald. Op dit moment is de toeristenstroom vrijwel volledig verdwenen. De voor dit jaar geprognotiseerde toename van 10 procent heeft Shahal losgelaten en een nieuw cijfer noemen acht hij onmogelijk.

De statistieken van Amin Atwa, die het Egyptisch bureau voor toerisme in Frankrijk en de Benelux vertegenwoordigt, tonen eveneens een zorgelijke ontwikkeling. De afname van het toeristenbezoek begon direct in augustus. Vergeleken met november 1989 viel het aantal bezoekers uit de Benelux met 48 procent terug.

Egypte kreeg vorig jaar 60.000 bezoekers uit de Benelux en Atwa verwachtte er dit jaar 10 procent meer. Maar zijn bureau kan nog zo vaak uitleggen dat reizigers naar Egypte geen gevaar lopen - Egypte ligt zo ver van de Golf af'' - , ze aarzelen toch. Niet alleen door de oorlogsdreiging, maar ook wegens prijsstijgingen. Accommodatie in Egypte is door de dalende vraag goedkoper geworden, maar de reis niet. Vooral verzekeringskosten rijzen de pan uit, aldus Atwa.

Ook Cyprus merkt terughoudendheid op de toeristenmarkt, geeft Dimitir Demetriou toe. Lastig, aldus de directeur Benelux van het Cypriotische Verkeersbureau in Amsterdam, want de anderhalf miljoen toeristen die het eiland jaarlijks ontvangt (30.000 uit Nederland) vormen de belangrijkste geldstroom. Maar hij voorziet geen terugval. “Wij zijn politiek noch militair bij het conflict betrokken”, zegt hij. “En Afrika ligt dichter bij Nederland dan Koeweit bij Cyprus.”

Hoewel dat laatste niet klopt, denkt Demetroui met goede voorlichting ten minste evenveel Nederlandse toeristen naar zijn land te halen als vorig jaar. “Men wacht af met boeken, maar dat is niet dramatisch”, stelt hij. De belangrijkste reden voor die vertraging zou liggen in het late tijdstip waarop veel reisorganisatoren dit jaar hun brochures hebben uitgebracht om de meeste recente ontwikkeling van olie- en dollarprijzen in de tarieven te kunnen verwerken.

    • Hans Wammes