Sporters onderschatten extreme temperatuur

ROTTERDAM, 9 jan. - Topsporters zien het gevaar van inspanning bij extreme temperaturen onvoldoende in. Tijdens de voorbereiding wordt meestal wel rekening gehouden met de invloed van hoogteverschillen, maar het trainingsprogramma wordt zelden afgestemd op de temperatuur. Dit zegt dr. G. C. van Enst, sportarts en hoofd van de onderzoeksafdeling van het Nationaal Instituut voor Sportgezondheidszorg (NISGZ).

De vakbond van de tennissers kondigde vorige week aan een temperatuurlimiet te willen instellen. Vorige week steeg het kwik bij het toernooi van Adelaide tot boven de veertig graden. De Oostenrijker Skoff moest zijn partij daardoor met uitputtingsverschijnselen opgeven.

Van Enst spreekt uit eigen ervaring. Als begeleider van verschillende Himalaya-expedities kent hij het risico van extreme koude, als deelnemend roeier bij de Olympische Spelen van 1968 in Mexico is hij zich ook bewust van het andere uiterste. Met een hoogtestage in de Alpen bereidde de Olympische roeiploeg zich destijds voor op de wedstrijden in het hooggelegen Mexico. De temperatuur werd volgens Van Enst echter onderschat. Een ploeglid, Jan Wienese, ging evenwel bewust dagelijks naakt op het dak van de deelnemersflat liggen om bruin te worden en roeide tijdens de trainingen zonder shirt om een beschermende bruine huid op te bouwen. Hoewel Van Enst onderstreept dat iedere wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt, noemt hij het toch 'typisch' dat juist Wienese een gouden medaille won en dat de anderen al voor de finale werden uitgeschakeld.

“Warmte is gevaarlijker dan extreme koude”, verklaart Van Enst. “Bij uitzonderlijke kou moeten goed geisoleerde kleding en goed eten voldoende zijn om gevaarlijke situaties te voorkomen. Kou in combinatie met extreme hoogten is weer een ander hoofdstuk, maar daar krijgen doorgaans alleen alpinisten mee te maken. Tegen hitte is weinig anders te doen dan te zorgen dat het lichaam zoveel mogelijk warmte kwijt kan. Veel zweten dus. Deze manier van warmte-afgifte is in een vochtige omgeving beperkt en dus zul je daar eerder last krijgen van de hitte.”

De temperaturen waarin momenteel in Australie wordt getennist, noemt van Enst belachelijk. Toch lopen de spelers relatief weinig risico. “Het spijt me voor de tennissers dat ik dit moet zeggen, maar de activiteit bij deze sport is gering. Bij tennis ligt het spel regelmatig stil zodat de speler kan bijkomen, de schaduw kan opzoeken en kan drinken. Duurlopers daarentegen behoren wel tot de echte risicogroepen.”

Van deze groep atleten is het voorbeeld bekend van de Zwitserse marathonloopster Gabriela Andersen, die op de Olympische Spelen in 1984 bevangen door de hitte haar motoriek voor het grootste deel verloor en voor het oog van miljoenen televisiekijkers zwalkend de eindstreep bereikte. Zij bevond zich in het stadium van de 'heat-stroke', volgens verschillende sportartsen het enige potentiele risico dat gezonde mensen bij zware inspanning lopen. “Dat is het stadium waarin de oververhitting van het lichaam zulke vormen aanneemt dat ongecoordineerd bewegen, agressiviteit of juist bewusteloosheid of uitputting kunnen optreden en het zweten stopt”, vermeldt het informatieboekje 'Sporten in het buitenland' van de NISGZ.

Tegen temperaturen van 20 tot 28 graden is het volgens Van Enst mogelijk weerstand op te bouwen, boven 35 graden niet. Sporters die uit landen komen waar het doorgaans warmer is, hebben wat dat betreft een voorsprong op Nederlanders. Des te belangrijker is het volgens Van Enst voor Nederlanders om te wennen aan extreme temperaturen oftewel te acclimatiseren.''

In 'Sporten in het buitenland' doet R. A. Binkhorst, hoogleraar Fysiologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, dezelfde aanbeveling. “De beste manier van acclimatisatie is de opbouw via een combinatie van temperatuurbelasting en inspanning. De belangrijkste effecten zijn dat de lichaamstemperatuur wordt verlaagd, de sporter eerder gaat zweten en het hart een lagere frequentie heeft. Aanbevelingen op korte termijn zijn: voldoende drinkgelegenheid, adequate, snelle hulp in de buurt voor het geval verschijnselen van hitteberoerte optreden en het staken van wedstrijden wanneer temperatuur en vochtigheidsgraad zodanig zijn dat een normaal lichaam de warmte niet meer kwijt kan.”

Binkhorst wijst erop dat (commerciele) belangen van organisatoren vaak voorrang krijgen; het welzijn van de deelnemers is ondergeschikt. Van Enst: “Wat dat betreft zijn tennissers bevoorrecht. De topspelers kunnen het zich dank zij de enorme prijzengelden veroorloven wedstrijden te laten schieten. Het voorwenden van een blessure is een begrijpelijke en veelgebruikte oplossing. Een temperatuurlimiet is echter geen luxe. Bij temperaturen hoger dan dertig graden is spelen niet verantwoord.”