Recht in de binnenstad

DE RECHTER dient zijn plaats in de staat te kennen. Deze op zichzelf juiste stelling dient in de praktijk maar al te vaak slechts als alibi om de arrogantie van de bureaucratie af te schermen van controle. Nu dreigt de standplaats van het gerechtshof in Amsterdam het slachtoffer te worden. De belofte dat het na verbouwing kan blijven zetelen in het historische Paleis van Justitie aan de Prinsengracht, wordt niet nagekomen. Het hof moet de rechtbank en het kantongerecht achterna naar een anonieme kantoortoren buiten het centrum.

Terecht nemen de raadsheren dit niet. Als appel-rechter nemen zij een speciale plaats in, die treffend tot uitdrukking wordt gebracht door de huidige lokatie. Juist het element van maatwerk kan in het huidige “rechtsbedrijf” wel enige onderstreping velen. Het opmerkelijke rechtersprotest valt dan ook niet af te doen als Herenleed. Er is alle reden voor de Kamer na te gaan of de minister van justitie in deze voldoende handelt naar zijn zorgplicht jegens de rechterlijke macht.