Raadsheren vechten voor behoud paleis

AMSTERDAM, 9 jan. - Mr. P. M. Witteman, vice-president van het Amsterdamse gerechtshof en woordvoerder van actiegroep 'Biotoop' is bereid in een slaapzak voor het paleis van justitie te gaan liggen en zich te laten wegslepen door de politie. Alles wat helpt om het monumentale pand aan de Prinsengracht te behouden “voor recht en gerechtigheid”, en wat niet tegen de wet indruist, willen de raadsheren van het hof doen. Hun nieuwe behuizing hoort niet aan de de Parnassusweg in Amsterdam-Zuid te staan. Zoveel werd gisteren duidelijk op een door het gerechtshof georganiseerde persconferentie.

In september 1990 zou volgens plan de broodnodige renovatie beginnen van het paleis van justitie, al bijna twee eeuwen bij de rechterlijke macht in gebruik. De rechtbank is inmiddels verhuisd naar de Parnassusweg. “Daar staat het ene witte gebouw naast het andere, het doet een beetje aan de Bijlmerbajes denken”, zegt Witteman. Het ministerie van justitie was het ermee eens dat het gerechtshof aan de Prinsengracht zou blijven, samen met het parket van de procureur-generaal en de rijksrecherche. De Rijksgebouwendienst, eigenaar van het monument, had de kosten begroot en die gereserveerd voor de renovatie.

Desondanks gaf de Rijksgebouwendienst plotseling te kennen dat men het gebouw wilde afstoten. De voorziene ingrijpende reorganisatie van de rechterlijke macht zou nopen tot concentratie van de juridische instanties op een plek. Verschillende mogelijkheden werden afgewogen, waaronder nieuwbouw aan de Parnassusweg.

De raadsheren, die unaniem tegen verplaatsing van het hof zijn, verklaarden 'actie' te willen voeren voor behoud van het paleis. Daar liggen 'emotionele' redenen aan ten grondslag - in de Amsterdamse binnenstad hoort van oudsher een herkenbare juridische instantie te zitten - maar ook zakelijke. Rechtbank en hof, waar men voor zaken in hoger beroep terecht kan, moeten niet in een gebouw of vlak bij elkaar zitten. De indruk zou dan kunnen worden gevestigd dat beide instanties onder een hoedje spelen, terwijl het om verschillende functies gaat. Vandaar ook de voorkeur voor het oude paleis, de biotoop waar volgens Witteman “onze diersoort het best gedijt”.

W. van der Kolk, secretaris van de Amsterdamse Kamer van Koophandel, steunt de actie: “Het is zinnig om een juridisch steunpunt in de binnenstad te hebben. Daar zijn ook nog steeds zeer veel advocaten gevestigd”. Binnenstadcoordinator F. Gieben: “De gemeente wil graag dat het gerechtshof aan de Prinsengracht blijft. En als het al weg zou moeten dan niet naar zuid, maar aan de IJ-oevers”. Mr. L. D. H. Hamer, advocaat en plaatsvervangend deken van de Amsterdamse orde van advocaten (op persoonlijke titel) heeft veel begrip voor het standpunt van het hof. “Een centrale plaats van justitie in de stad, zichtbaar en herkenbaar, is goed. Het is een gevoelsmatig argument, maar zeker een die opweegt tegen het pure efficiencydenken van het departement van justitie”.

Witteman hoopt overigens dat zijn slaapzak niet nodig zal zijn, en dat de argumenten van de raadsheren de minister van justitie zullen overtuigen. Want aan hem is het laatste woord.