Mubarak valt koning Hussein scherp aan

KAIRO, 9 jan. - De Egyptische president Mubarak heeft gisteren officieel bevestigd dat koning Hussein van Jordanie hem en het Egyptische leger in een komplot wilde betrekken om, samen met Irak en Jemen, Koeweit binnen te vallen. Dat was volgens Mubarak de werkelijke reden waarom de Arabische Samenwerkingsraad (ACC), de unie tussen Egypte, Jordanie, Irak en Noord-Jemen, werd opgericht. Van het bestaan van zo'n komplot hebben de olie-Arabieren in de Golf al sinds augustus gewag gemaakt. Mubaraks wel zeer scherpe, directe aanval op koning Hussein lijkt erop te wijzen dat Egypte - in navolging van Saoedi-Arabie - alle steun aan de Jordaanse vorst onttrekt.

Koning Hussein begon volgens Mubarak reeds in december 1987, ten tijde van de Iraaks-Iraanse oorlog, aan de voorbereidingen van deze samenzwering. Hussein stelde voor om een Arabisch Legioen te vormen, bestaande uit de strijdkrachten van Egypte en Jordanie, teneinde het gebied van de Golf te verdedigen. “Ik verwierp het idee”, aldus Mubarak, “en zei dat de uitvoering ervan Iran er toe zou brengen een samenwerkingspact met de duivel te sluiten”.

De Egyptische president reisde meteen naar Jordanie en verklaarde daar tegenover de Jordaanse vorst dat hij niet bereid was het Egyptische leger waar dan ook heen te sturen of het te betrekken bij de oorlog tussen Irak en Iran (op dat moment vochten wel duizenden Egyptische vrijwilligers mee aan Iraakse kant, maar daarover repte Mubarak niet). Hij legde de koning ook uit dat alleen de grondwettelijke instellingen van Egypte, dat wil zeggen het parlement en de regering, over zo'n belangrijke zaak konden beslissen. En hij vroeg Hussein wat de Golfstaten dachten van de oprichting van zo'n Arabisch Legioen. De koning antwoordde dat allen ermee hadden ingestemd.

Maar toen Mubarak tijdens een reis naar de Golfstaten nog eens nader informeerde, bleek dat geen van de sjeiks en emirs zijn akkoord aan het plan had gegeven. Koning Hussein was echter - aldus nog steeds Mubarak - geenszins uit het veld geslagen toen de Egyptische president hem vertelde dat de leiders van de Golfstaten juist negatief op zijn plan hadden gereageerd.

In de zomer van 1988, zo vervolgde Mubarak, bracht koning Hussein het idee naar voren om Egypte, Jordanie en Irak in een Arabische Samenwerkingsraad te verenigen. Mubarak wilde naar zijn zeggen niet zo erg, maar koning Hussein zette door. Mubaraks antwoord was dat de ACC zich specifiek op economische samenwerking zou moeten richten. Plotseling werd Jemen voorgesteld als een additioneel lid van de ACC, waarop Mubarak nog terughoudender werd en zei dat Saoedi-Arabie en de andere Golfstaten de vorming van zo'n unie wellicht als tegen hen gericht zouden beschouwen.

Toen de deskundigen van de vier landen over de bijzonderheden van de te vormen unie gingen praten, bleek opeens dat men ertoe neigde een gemeenschappelijke militaire macht samen te stellen van de vier leden, die bovendien nog op het gebied van inlichtingendiensten nauw met elkaar zouden samenwerken. Mubarak wees dat project onmiddellijk van de hand.

Pag. 4: .

Mubarak valt Jordaanse koning zeer scherp aan .

Tot zover de historische uiteenzetting van de president. Egyptische tegenstanders van hem, die reeds op de hoogte waren van het verhaal, zijn van mening dat Egypte destijds wel degelijk samen met Irak en Jordanie pressie wilde uitoefenen op de Golf-Arabieren die na de oorlog tussen Iran en Irak buitengewoon karig waren met hun subsidies. Zij zeggen dat president Mubarak op een gegeven moment tot de conclusie kwam dat hij meer politieke winst kon halen uit zijn “strategische diensten” aan Amerika en daarom op het laatste moment niet meedeed aan het project. De verbijstering van Saddam Hussein over de Egyptische vijandigheid tegenover zijn invasie van Koeweit zou daaruit te verklaren zijn.

Hoe het ook zij, het vage bondgenootschap van destijds is nu volledig uiteengevallen. Koning Hussein is niet langer een bondgenoot maar een booswicht. Volgens Palestijnse zegslieden hier heeft koning Fahd van Saoedi-Arabie onlangs zelfs een Amerikaans verzoek afgewezen om de zeer noodlijdende Jordaanse economie te steunen. Fahd zou hebben gezegd dat over hulpverlening slechts kon worden gedacht als koning Hussein gedurende een zeer lange periode 'op ziekteverlof' zou gaan.

Als koning Hussein inderdaad om welke redenen dan ook verdwijnt, zouden de Palestijnen, die in Jordanie de meerderheid van de bevolking vormen, wel eens de macht kunnen grijpen. Nu al heeft de koning nauwelijks nog de teugels in handen. Vorige week moest hij vijf sleutelministeries in handen geven van de Moslimbroeders. Nolens volens heeft hij een democratiseringsproces moeten toestaan omdat hij niet meer over de middelen beschikt om als autocratische sjeik zijn land te besturen.

Zijn broer en aangewezen troonopvolger, kroonprins Hassan, beschikt zeer waarschijnlijk niet over het nodige charisma om Jordanie bijeen te houden. En wat het ergste is: een deel van de bedoeienenbevolking, die traditioneel de steunpilaar vormde voor het bewind van de Hashemieten, is zeer ontevreden. Daarenboven heeft de Iraakse Ba'ath-partij met ruime giften de politieke aanhankelijkheid van veel Jordaniers gekocht. “Koning Hussein was nooit zo kwetsbaar als vandaag de dag”, zei een goed ingevoerde waarnemer. “Als Koeweit zo snel kan verdwijnen, waarom dan niet Jordanie?”

Voeg daar nog aan toe dat de Egyptische overheid en het Saoedische koningshuis het in toenemende mate erover eens zijn dat de huidige PLO, die de kant van Saddam Hussein heeft gekozen, geen Palestijnse staat mag worden toevertrouwd - en de ingredienten zijn aanwezig voor de vorming van een Palestijnse staat in Jordanie en de door Israel bezette gebieden. Niet onder leiding van koning Hussein en evenmin onder leiding van Yasser Arafat, maar onder leiding van een Palestijns establishment in Jordanie, dat door Egypte en Saoedi-Arabie kan worden vertrouwd.

    • Michael Stein