Mediaraad adviseert: concessies van vijf jaar voor televisie-omroepen

DEN HAAG, 9 jan. - De omroepen moeten een concessie krijgen voor vijf jaar, in plaats van voor onbeperkte tijd zoals nu het geval is. Om zeker te stellen dat de programma's die de zij uitzenden aan een maatschappelijke behoefte voldoen, moet de de koppeling tussen abonnementen op omroepbladen en het ledental worden geschrapt.

De Mediaraad, een adviesorgaan van de overheid, schrijft dit in een advies dat is uitgebracht op verzoek van minister d'Ancona (WVC). Volgens dit advies moeten er in plaats van de koppeling echte leden komen die lidmaatschapsgeld betalen en moet via wetenschappelijk verantwoord publieksonderzoek worden gepeild of het bestaan van een omroep wordt gewaardeerd. Aan het einde van de concessie-periode onderzoekt het Commissariaat voor de Media of de omroepen voldoende leden hebben, zich houden aan de reclamevoorschriften en aan het verbod om dienstbaar te zijn aan winst van derden. Het resultaat van dit onderzoek bepaalt, gecombineerd met de uitkomst van het publieksonderzoek, of de omroep voor een nieuwe concessie in aanmerking komt.

A. van der Louw, voorzitter van de Mediaraad, onderstreepte bij de presentatie dat de raad ervan uit gaat dat de interne pluriformiteit van de publieke omroep behouden moet blijven en versterkt moet worden. De overheid heeft een “zorgplicht” voor de publieke omroep en dient garanties te scheppen waardoor deze omroep een pluriform basis-programmapakket kan bieden, aldus Van der Louw. Desgevraagd merkte hij op dat de Mediaraad niet de opvatting huldigt dat de publieke omroep de commercie met een vergelijkbaar commercieel programma dient te bestrijden. Wel meent de raad dat verstrooiing een onderdeel van het programmapakket moet zijn. Van der Louw erkende dat het advies niet gericht is op de door McKinsey noodzakelijk geachte fusies van omroepen. “Wij gaan uit van zelfstandige omroepen of federaties, “ aldus Van der Louw.

Concessies zijn volgens het advies bedoeld om taken die de overheid van algemeen belang acht, door particulieren - in dit geval omroepen - te laten verrichten. Om voor een concessie in aanmerking te komen, dient een omroep 120.000 leden te hebben, terwijl uit het publieksonderzoek moet blijken dat voldoende kijkers prijs stellen op de aanwezigheid van deze omroep op het scherm. Een omroep moet representatief zijn voor een bepaalde maatschappelijk stroming en aan het programma-aanbod iets “nieuws” toevoegen, iets dat bijdraagt aan de verscheidenheid en pluriformiteit van de publieke omroep. Nieuwe omroepen worden zodra zij aan de voorwaarden voldoen, toegelaten. Alle omroepen krijgen evenveel zendtijd, ook in de eerste overgangsperiode waarin alle bestaande omroepen een concessie voor zeven jaar krijgen. Mochten de financien niet meer toereikend zijn om alle concessiehouders te handhaven, dan beslist de minister over vermindering van het aantal omroepen.