Marine blij met duidelijkheid over taak; 'Als het spannend wordt is er opvang voor 600 mensen'

DEN HELDER, 9 jan. - Hij staat op de nominatie te zijner tijd als aflosser naar de Golf te vertrekken: K. Hermsen (39), luitenant ter zee 1ste klas van de Koninklijke Marine en aanstaand eerste officier van de Witte de With. Terwijl het bewuste fregat in de haven van Den Helder windkracht negen trotseert, geniet Hermsen thuis in Julianadorp, acht kilometer onder Den Helder, van zijn winterverlof.

Tegelijk bereidt hij zich geestelijk voor op zijn nieuwe functie, die hem misschien in een oorlogssituatie bengt. “Er is een enorme reele dreiging, maar bang ben ik niet. Daar is geen reden voor, maar er is wel een zekere gespannenheid, je loopt op je tenen. Er is een hoog adrenalinegehalte, omdat niet voorspelbaar is wat er zal gebeuren.”

De buurt heet Vogelzand, onderdeel van een uitgebreide nieuwbouwwijk tussen het 'oude' Julianadorp (dat zijn naam in 1909 kreeg ter gelegenheid van Juliana's geboorte) en de Noordhollandse kust. Een dorp waar veel marinemensen wonen. Hermsen, voormalig commandant van de onderzeeboot Zwaardvis en straks tweede man op de Witte de With, is een van hen.

Zojuist is bekend geworden dat de Nederlandse fregatten bij het uitbreken van een gewapend conflict in de Golf zullen blijven ter bescherming van de geallieerde vloot en onder Amerikaans commando komen te staan. Hermsen is ingenomen met dit kabinetsbesluit: “Ik ben blij dat er voor de vijftiende duidelijkheid is gekomen, anders zouden we in een vacuum terecht zijn gekomen met de vraag: wat doen wij nou.”

De marine-officier wijst op de uitvoerende taak van de zeemacht. “Als de politiek een andere richting had gekozen, zou me dat als vakman pijn gedaan hebben. Dat was mijn lijn niet geweest, maar als professioneel militair blijf je realistisch en zeg je: Zo werkt dat in Nederland. Wij voeren de politieke besluiten uit.”

Dat de Amerikanen het opperbevel voeren, vindt hij een logisch besluit, gezien het karakter van de schepen en in verband met de onderlinge communicatie. “Onze schepen zullen heel goed in staat zijn andere te beschermen tegen de maritieme dreiging die daar bestaat en dat is nu eenmaal luchtdreiging. Of het nu gaat om andere marineschepen of een deel van de logistieke vloot, dat maakt niet zoveel uit, omze schepen zijn geschikt om luchtbescherming te geven. Ze krijgen gewoon een deel van de taak, een 'piece of the pie'. Dat moet je coordineren. Boven land kan niet iedereen op zijn eigen houtje missies uitvoeren en dat is op zee ook zo. Een gecoordineerde verdediging, daar gaat het om.”

Hermsen heeft vijftien jaar onderzeedienst achter de rug. “Het was geen oorlog, maar er was altijd een reele kans dat er wat mis zou gaan. Wij riepen altijd: Iedereen moet een hoog niveau van geoefendheid hebben, want als er wat gebeurt, maakt het niet meer uit of daar een commandant loopt, een hoofd technische dienst of een matroos, want iedereen zal moeten kunnen ingrijpen. Het veiligheidsbesef is heel belangrijk, mensen moeten heel oplettend zijn, maar dat besef is er bij iedereen, daar ben ik van overtuigd.”

Van de samenwerking met de Amerikanen verwacht hij geen problemen. Vice-admiraal F. J. Haver Droeze zei enkele maanden geleden al dat de samenwerking op zee met buitenlandse eenheden voor de Nederlandse marine dagelijks werk is en jaar in, jaar uit is geoefend. Zodra marineschepen de haven van Den Helder uit zijn, is de voertaal Engels.

Op het ogenblik heeft de Nederlandse marine drie schepen in de Golf: het luchtverdedigingsfregat Jacob van Heemskerkck, het standaardfregat Philips van Almonde en het bevoorradingsschip Zuiderkruis met samen een kleine 600 opvarenden. Van hen zijn verreweg de meesten aangesloten bij de Vereniging Belangenbehartiging Militairen (VBM) in Den Helder, die bij monde van haar woordvoerder G. Klinkhamer (voorzitter van de sector zeemacht) laat weten: “Door het kabinetsbesluit van maandag zal er in de praktijk niet veel veranderen. Zelfverdediging mocht al ter handhaving van de handelsboycot. Het aanvallen wordt aan de Amerikanen overgelaten.” En over het Amerikaanse opperbevel: “Zo is het prima geregeld. Internationale coordinatie, opereren in een groot verband dient de veiligheid.”

Zodra een of meer Nederlandse schepen in gevechtshandelingen betrokken raken, zal in Den Helder en na een beslissing van de commandant zeemacht een crisiscentrum voor familieleden worden opgericht. Klinkhamer spreekt van een opvangcentrum, waar de achterban in eerste instantie telefonisch informatie kan inwinnen over de toestand in de Golf. “En als het echt spannend wordt, kunnen de mensen hier naar toe komen. Er is opvang geregeld voor zo'n zeshonderd personen.”

H. Cornelje, stafofficier voorlichting in Den Helder, kan het bevestigen: “De plannen liggen al lang klaar en daarom kan een dergelijk opvangcentrum binnen zeer korte tijd van de grond komen. We hebben ruimte voor grote groepen mensen. Ja, bij de marine zelf, maar de precieze lokatie noem ik niet om ongewenste nieuwsgierigen op afstand te houden.”

Vooralsnog blijken familieleden weinig behoefte te hebben aan extra informatie naast de 'nieuwsbrief' die regelmatig telegrafisch vanaf het flottielje in de Golf naar Den Helder wordt verstuurd en onder de achterban wordt verspreid. Bovendien kan de bemanning naar huis bellen als ze een haven aandoen.

Ook Cornelje toont zich tevreden met het kabinetsbesluit van gisteren: “Er is nu duidelijkheid voor onze mensen in de Golf. Als je er toch bent, wil je weten waar je aan toe bent.”

    • F. G. de Ruiter
    • Els Flipsen