Londen komt met aangepast plan voor Europese munt

LONDEN- DEN HAAG, 9 JAN. De Britse regering heeft gisteren aangepaste voorstellen gepresenteerd voor de monetaire eenwording in de Europese Gemeenschap. Het Britse voorstel, dat afwijkt van plannen van de overige elf EG-landen voor een munt, is gebaseerd op de invoering van een parallelle Europese munt, de zogenoemde harde ecu.

Deze munt die naast de bestaande nationale valuta zou bestaan, zou volgens de Britse plannen geleidelijk kunnen uitgroeien tot gemeenschappelijke Europese munt. Minister van financien Norman Lamont zei bij de presentatie van het plan dat Groot-Brittannie “altijd duidelijk heeft gemaakt dat de harde ecu zich kan ontwikkelen tot de enige EG-munt als de regeringen en de bevolkingen van de lidstaten daarvoor kiezen”.

Opmerkelijk was dat Groot-Brittannie gisteren voor het eerst aanvaardde dat de toekomstige Europese monetaire instelling politiek onafhankelijk zou kunnen zijn. In het plan voor de harde ecu wordt de keuze opengelaten tussen “volledige politieke onafhankelijkheid” of “handhaving van de bestaande verhoudingen tussen centrale banken en nationale overheden”.

Onderdeel van het Britse plan is de oprichting van een Europees Monetair Fonds dat tot taak heeft de nieuwe munt uit te geven en te garanderen dat deze munt altijd harder is dan de meest inflatiebestendige bestaande Europese munt. Juist tegen dit parallelle karakter van de 'harde ecu' heeft de Bundesbank, de bewaker van de hardheid van de D-mark, altijd grote bezwaren gehad.

Het plan voor een 'harde ecu' is vorig jaar gepresenteerd door de toenmalige minister van financien John Major, die inmiddels Margaret Thatcher als premier is opgevolgd. Thatchers weerstand om het Britse pond als onafhankelijke munt op te geven was een van de oorzaken voor haar val als premier.

Majors opvolger Lamont legde gisteren de nadruk op de constructieve opstelling van de nieuwe Britse regering. “Dit plan kan de basis voor een akkoord vormen dat zowel aan de Britse wensen als aan die van onze partners in de Gemeenschap voldoet”, zei hij. “Als andere landen voorstellen doen om ons plan aan te passen zodat het aan hun wensen voldoet, hebben wij geen bezwaren”, voegde hij er aan toe.

Deze benadering verschilt van de manier waarop de regering-Thatcher voorstellen voor monetaire eenwording afwees. Door de opstelling van Thatcher stond Groot-Brittannie in de discussies over de monetaire eenwording steeds meer buiten spel. Nu hopen de Britten steun voor hun plannen te vinden bij andere EG-landen die sceptisch tegenover de monetaire eenwording staan.

Minister Lamont maakte duidelijk dat Groot-Brittannie nog altijd volhardt in zijn afwijzing van een gemeenschappelijke munt als einddoel van de monetaire eenwording. “We zijn niet bereid de oplegging van een munt en van een monetair beleid te aanvaarden”, zei Lamont.