Kritiek op actie van prins Bernhard tegen stropers

AMSTERDAM, 9 jan. - De geldelijke betrokkenheid van prins Bernhard bij een organisatie, die voornamelijk in Zuid-Afrika door undercover probeerde achter de illegale handel in hoorn van neushoorns te komen heeft kritiek uitgelokt. Weliswaar hebben organisaties als Greenpeace en het World Wildlife Fund (WFF) sympathie voor de actie, maar zoals een woordvoerder van het WWF zegt: “We zijn geen politie en mogen dus ook niet op die stoel gaan zitten. Zo te zien heeft de prins iets gedaan, waar we ons niet achter kunnen scharen.”

Een woordvoerster van Greenpeace zei vanmorgen dat de door de in Londen gevestigde en inmiddels opgeheven onderneming KAS Enterprises gepleegde handelingen in Zuid-Afrika niet behoren tot de activiteiten waarvan Greenpeace gebruik zou maken. “Het motief van de prins is sympathiek, maar wij zouden zoiets niet doen omdat we tegen geweld zijn en er bij de jacht op stropers en handelaren kennelijk ook gewelddadige machtsmiddelen konden worden ingezet.”

Specialisten op het gebied van het volkerenrecht vragen zich af of de prins er niet beter aan had gedaan zich eerst op de hoogte te stellen van de mogelijke juridische complicaties en van de aard van de onderneming.

Prins Bernhard had 1, 5 miljoen gulden gestoken in het project, dat bekendheid kreeg onder de naam Operatie Lock, maar dat vorig jaar ter ziele ging.

KAS Enterprises was een initiatief van de inmiddels overleden Britse kolonel sir David Stirling en hield zich bezig met beveilingsactiviteiten. Stirling genoot grote faam toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Afrikaanse woestijn het Special Air Service regiment leidde. Voormalige leden van dit regiment zouden ook betrokken zijn geweest bij de KAS-activiteiten tegen het stropen van neushoorns. Het Zuidafrikaanse leger zou de oud-SAS-ers van uitrusting hebben voorzien.

Het stropen van zogenoemde zwarte neushoorns is verboden om te voorkomen dat de beesten worden uitgeroeid. Het hoorn van de beesten wordt onder meer gebruikt voor het maken van handvaten van dolken en preparaten die de potentie heten te verhogen. Hun aantal daalde van 100.000 in 1960 tot 4.000 in 1987.