'Intern geschil' over dienstplicht heeft internationale lading; Balten vrezen de crisis in de Golf

MOSKOU, 9 jan. - Bijna nergens wordt de Golfcrisis meer gevreesd dan in Estland, Letland en Litouwen. Nu nog is de belangstelling voor dit meest verwesterde deel van de Sovjet-Unie groot. Maar als de spanningen in de Golf komende week tot een climax zouden groeien, kan Moskou wel eens gebruik maken van de luwte waarin de rest van de wereld dan komt te verkeren.

De analogie met 1956 (het jaar van Chroesjtsjovs twintigste partijcongres, de Suez-crisis en Hongarije) dringt zich op. Ook toen was de Westerse wereld met zichzelf bezig en ondernam derhalve niets toen het Sovjet-leger precies twee weken na het begin van de oorlog in het Midden-Oosten gewelddadig een einde maakte aan de liberalisering in Boedapest.

De Estse premier Savisaar zei het gisteren op een persconferentie in Moskou daarom bezwerend: de strijd die zich nu aftekent in de Baltische staten is geen binnenlands conflict met de “conservatieve krachten” over dienstweigeren, het heeft onmiskenbaar een “internationaal karakter”.

Het kan volgens Savisaar niet vaak genoeg worden gezegd. Want in de ogen van de centrale macht in Moskou is de gisteren begonnen stationering van extra troepen in de rand-republieken uiteraard een “interne aangelegenheid”. Vitaly Ignatenko, de woordvoerder van president Gorbatsjov, verwierp gisteren met klem ieder verband met de ontwikkelingen in de Golfcrisis. Op klassieke wijze probeerde Ignatenko het dreigende geweld in de Baltische staten te bagatelliseren. De militaire steun in de rug bij het naleven van de dienstplicht is slechts een zaak van “sociale rechtvaardigheid”, betoogde hij. De militaire autoriteiten in de verschillende 'onafhankelijke' Sovjet-republieken zijn niet meer in staat de recruten te dwingen op appel te verschijnen omdat de lokale overheden hun daarbij geen hulp meer bieden. In Georgie heeft dat geleid tot een opkomstpercentage van amper 10 procent, in Litouwen van 12, 5 procent, in Letland en Estland vanomstreeks 25 procent en in Moldavie van amper 60 procent. Daardoor is de krijgsmacht, aldus Gorbatsjovs woordvoerder, “nu niet op het niveau dat noodzakelijk is”.

De gedwongen recrutering “zal vreedzaam en geciviliseerd gebeuren”, suste Ignatenko. “Maar wel binnen de discipline van het leger. Want waarom zou een jongen uit Novgorod wel moeten dienen en een Litouwse niet”, was zijn retorische vraag. Om er vervolgens aan toe te voegen dat de vijfduizend dienstweigeraars in Moskou (op een lichting van 17.000 jongens) er niet op hoeven te rekenen dat zijn wel “ongestoord” kunnen doorleven.

Maar helemaal gerust is Moskou toch niet. Zijn collega Vitaly Tsjoerkin, die namens minister Sjevardnadze van buitenlandse zaken spreekt en daarom eigenlijk niets over “binnenlandse kwesties” wilde zeggen, liet gisteren na afloop van een persconferentie van beide woordvoerders voorzichtig enige zorg doorklinken. “De situatie in de Sovjet-Unie is zeer gecompliceerd. We hopen dat de internationale gemeenschap daar rekening mee wil houden”, aldus Tsjoerkin.

Zowel Ignatenko als Tsjoerkin had gelijk. De eerste omdat eventuele oorlog om Koeweit ruimte biedt aan de Sovjet-Unie. De laatste omdat Estland, Letland en Litouwen, anders dan zuidelijke Kaukasische republieken als Georgie en Armenie waar ook zonder Moskou doden vallen, voor het Westen wel degelijk van moreel-politiek belang is. En de Sovjet-Unie weet dat. In het gesprek dat de Amerikaanse ambassadeur Jack Matlock maandagmiddag had met Sjevardnadze was het besluit van minister van defensie maarschalk Dimitri Jazov om para's naar de Baltische landen te sturen volgens Tsjoerkin niet “serieus en uitvoerig” besproken maar het was wel aan de orde geweest. Hetgeen erop duidt dat Sjevardnadze zelf ook niet helemaal gelooft dat het om een volledig 'interne kwestie' gaat.

De reacties gisteren uit Washington, Tokio, Stockholm en Praag wezen in dezelfde richting. “Aandacht en bezorgdheid”, waren de woorden die er overal in voorkwamen. De Britse minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd, die gisteren de Sovjet-ambassadeur ontving, liet onomwonden weten dat Engeland de drie Baltische staten nooit heeft gezien als integraal onderdeel van de Unie maar als geannexeerd gebied. Woordvoerder Fitzwater van de Amerikaanse president sprak bikkelharde woorden, die lange tijd niet zijn gehoord in de relatie Washington-Moskou.

De drie Baltische landen koesteren hun internationale prestige uiteraard. Maar tegelijkertijd werd gisteravond reeds duidelijk dat de druk uit Moskou niet zonder gevolgen zal blijven voor hun interne politieke verhoudingen. In Litouwen moesten de vruchten daarvan nu al geplukt geworden. Daar, waar het onafhankelijkheidstreven het heftigst wordt beleefd, begon de dag gisteren aanvankelijk strijdvaardig. Aan het slot ervan hadden de tegenstanders van de nationalistische regering hun eerste slag geslagen. Het onverhoedse aftreden van de regering van Kazimiera Prunskiene, haar reactie op het besluit van het Litouwse parlement gisteren om onder druk van grote demonstraties voor de deur de recente prijsverhogingen maar weer in te trekken, illustreerde nog geen dag na het optreden van de parachutisten waar militaire druk toe kan leiden. Litouwen kampt nu met een ernstige politieke crisis in eigen gelederen, hetgeen vooral de radicale krachten aan weerszijden van het spectrum kansen biedt en de mogelijkheden voor een compromis navenant verslechtert.

In Riga, de in meerderheid Russische hoofdstad van Letland (de republiek waar veertig procent van de bevolking van Russische origine is), was men gisteren ook niet geheel zeker van zijn zaak. Het parlement nam gisteravond in meerderheid (de Sovjet-gezinde 'Gelijkheidsfractie' verkeert met een derde van de zetels in de minderheid) een resolutie aan waarin de stationering van de parachutisten werd veroordeeld als een “daad van agressie tegen de democratische instituties”. Maar voor de zekerheid besloot de Opperste Sovjet tegelijkertijd om vice-president Dainis Ivans, die dezer dagen toevallig voor een conferentie in Helsinki verblijft, alvast met extra bevoegdheden bekleden.

Afwachten is nu derhalve het parool. Onder andere op de uitkomst van vergadering van de Federatieraad die zaterdag in Moskou voor een reguliere zitting bijeenkomt. In die raad hebben vertegenwoordigers van alle vijftien deelstaten zitting. In het kader van zijn “herstructurering van de uitvoerende macht' wil president Gorbatsjov dit orgaan nu serieus opwaarderen. De Federatieraad moet een instituut worden met serieuze uitvoerende bevoegdheden, omdat alleen zo de staatskundigde eenheid van de Unie geloofwaardig kan blijven. Volgens Ignatenko zal de stationering van de parachutisten in de weerbarstige republieken daar aan de orde komen en zal duidelijk kunnen worden of de Federatieraad inderdaad de kracht kan ontplooien die nodig is om iets te kunnen realiseren.

Dan zal ook blijken of Gorbatsjov en zijn Russische tegenvoeter Boris Jeltsin, die gisteren na urenlange onderhandelingen overeenstemming bereikten over de financiele afdrachten van Rusland aan de Unie, het ook over de recente militair-politieke powerplay jegens de periferie eens zijn. Zo niet, dan krijgen de Balten weer wat lucht.