Flipje uit Tiel loopt op zijn laatste benen

TIEL, 9 JAN. Flipje uit Tiel loopt op zijn laatste benen. Het oubollige manneke met de framboos in zijn hand, dat als beeldmerk van de De Betuwe jamfabrieken in Tiel een begrip werd in Nederland, zal ons nog hooguit enkele jaren vanuit het fruithart van de Betuwe toelachen. De produktie van de Nederlandse confitures van Hero, eigenaar van De Betuwe, zal namelijk naar alle waarschijnlijkheid worden overgebracht naar Breda.

Toen jam in Nederland confiture ging heten, werd Flipjes einde eigenlijk al ingeluid. Vier jaar geleden was dat. De maker van De Betuwe Jam, de Koninklijke Maatschappij De Betuwe, ging toen van moedermaatschappij Unilever over in handen van haar laatste concurrent in Nederland: Hero Nederland bv. Er was op dat moment al niet veel meer over van de jamfabrieken die de Betuwe zoveel roem hadden gebracht.

De Betuwe werd opgericht in 1885 door de familie Baesjou, die ook lange tijd de scepter over het bedrijf zwaaide.

Pag. 17: .

Tiel treurt niet om het aanstaande vertrek .

Tiel was de meest logische plaats voor een jamfabriek, het was immers het hart van de Nederlandse fruitproduktie. De Betuwe was in die tijd niet de enige jamfabriek in het gebied, maar de meeste kleine concurrenten (Van Woerkom, Zwaardemaker) legden het na verloop van tijd wel tegen haar af. De onderneming was met metaalwarenabriek Daalderop gedurende tientallen jaren de belangrijkste werkgever van Tiel.

Het in 1935 door de maatschappij gelanceerde goedlachse mannetje Flipje stond symbool voor de (relatieve) welvaart die het Betuwse fruit de streek bracht. In Tiel werd tot ver na de tweede wereldoorlog van dat fruit niet alleen jam gemaakt, maar ook vruchtensap, appelmoes, vruchtenwijn en limonade. Begin jaren zestig vond Unilever het bedrijf nog zo aantrekkelijk dat het het Flipje inlijfde. Maar de 'nevenactiviteiten' moesten er nadien al snel aan geloven. De concurrentie uit het goedkope buitenland was voor de meeste produkten te sterk.

Toch bood De Betuwe, 'koninklijk' na een memorabel bezoek van Koningin Juliana in 1950, begin jaren zeventig nog werk aan zeker 700 Tielenaren. Bij de overneming door Hero (Unilever besloot zich nog slechts te richten op haar kernactiviteiten, waartoe de jamproduktie niet behoorde) waren nog ongeveer 100 mensen in dienst. Hero bracht na de aankoop van Flipje haar eigen jamproduktie direct over naar Tiel, maar dat betekende niet dat er meer werkgelegenheid kwam. Bijna 90 werknemers telt De Betuwe op dit moment nog.

En het is niet dat er te weinig jam, sorry, confiture wordt verkocht in Nederland. Integendeel, laat Hero-directeur H. Schiffers vanuit Breda weten, het zoete broodbeleg heeft zijn weg naar de Nederlandse ontbijttafel weer volop gevonden. “Wij zijn over de ontwikkeling van de confituremarkt in Nederland zeer tevreden.”

In Tiel wordt jaarlijks zo'n 10.000 ton 'extra jam' gemaakt, die in potjes onder de merknamen Hero en De Betuwe goed is voor 35 procent van de Nederlandse markt voor jam onder merknaam. En ook in de rest van Europa wordt goed verkocht. Over de 'huishoudjam' die in sommige gezinnen nog op tafel verschijnt wil Schiffers geen woord vuil maken: dat marktsegment is gedoemd te verdwijnen.

De aanslag op Flipje heeft een heel triviale reden. “De vestiging in Tiel is aan vernieuwing toe”, zegt Schiffers. Hero wil de produktie van haar confitures moderniseren en de huidige locatie in Tiel komt in ieder geval niet in aanmerking als vestigingsplaats van de nieuwe fabriek. De Betuwe heeft in Tiel vijftien hectare grond die bijna midden in het centrum ligt. Dat is een veel te grote oppervlakte voor “een nieuwe plant” en Hero wil in ieder geval uit het centrum van de stad weg. Men is nog wel in gesprek met het gemeentebestuur over de aankoop van een stuk grond elders in de gemeente, maar beide partijen hebben zich, getuige hun uitspraken, al verzoend met een negatieve uitkomst van deze onderhandelingen. Hero wil een (te) grote korting op de grondprijs, de gemeente wil langjarige toezeggingen over het gebruik van de nieuw aan te kopen grond, die de onderneming weer niet wil geven.

Hero heeft niet zo verschrikkelijk veel belang bij het in stand houden van de vestiging in Tiel: het overbrengen van de jamproduktie naar Breda, waar ook de andere produktiebedrijven van de onderneming staan, levert volgens Schiffers aanzienlijke economische voordelen op. Voor de levering van fruit is men allang niet meer afhankelijk van de Betuwe: nog slechts een klein gedeelte van de aardbeien, frambozen, kersen en ander zacht fruit, dat in Tiel tot confiture wordt verwerkt, is afkomstig uit de streek zelf. Het Betuwse fruit is te duur. De bulk van de grondstoffen komt uit het buitenland.

Hero-directeur Schiffers houdt voor alle zekerheid nog een slag om de arm: “We zijn er nog niet helemaal uit en we willen de mensen daar zelf ook overtuigen. Maar het is duidelijk dat een aantal kosten flink zou verminderen als we de produktie naar Breda halen.”

Directeur J. van der Vlist van de Tielse vestiging houdt zich op de vlakte: “Officieel weet ik van niks”. Maar op het gemeentehuis in Tiel zelf schijnt men het verlies van Flipje al helemaal ingecalculeerd te hebben. Wethouder economische zaken P. Stolk (zelf jarenlang produktieleider bij De Betuwe), die de onderhandelingen met Hero voert: “Het is jammer voor Tiel, want De Betuwe is toch een stukje van Tiel. Maar aan de andere kant: met alle respect, we hebben het nu over nog negentig mensen. Die zouden hun baan niet verliezen, maar gaan pendelen. Dat Flipje in Tiel was gebleven was mooi geweest. Maar we gaan er niet onder gebukt. We maken ook al lang geen reclame meer met de Flip”.

De grote werkgelegenheid in Tiel zit tegenwoordig in de sectoren transport en distributie. Tiel moet het nu meer hebben van zijn snelwegen dan van zijn fruitbomen. Het verlies van de De Betuwe-fabrieken valt sociaal-economisch gezien in het niet tegen de honderden arbeidsplaatsen die elders worden binnengehaald. Wethouder Stolk: “Flipje is een stukje historie”

    • Frank Poorthuis